(Wereld) Ouderenmisbruik dag.

oudere voert duifjes in New York

Als een vervolg op de tweede mondiale vergadering over ouder worden, nam de Algemene Vergadering van de Verenigde naties in 2011 een resolutie aan die de mishandeling van senioren wereldwijd veroordeelde.
Praktisch alle landen in de wereld kunnen een aanzienlijke toename verwachten tussen 2015 en 2030  in het aantal oudere personen. Het totaal aantal personen van 60 jaar en ouder meer dan verdubbelt van 542 miljoen in 1995 tot rond 1.2 miljard in 2025. De groei zal sneller zijn in ontwikkelingslanden dan in rijke landen. Vanwege de groei in aantallen senioren kan men verwachten dat mishandeling ervan tegelijkertijd ook toe zal nemen. Terwijl het taboe van oudermishandeling wereldwijd meer publiciteit heeft gekregen, blijft dit fenomeen toch één van de minst onderzochte types van mishandeling en één van de minst aangeroerde in nationale actieprogramma’s.
Het thema van dit jaar legt de nadruk op het voorkomen van financiële uitbuiting. In overeenstemming met de Duurzame Ontwikkelingsdoelen voor 2030 en het Madrid Internationale Actieplan aangaande ouder worden, hebben ouderen het recht in waardigheid te leven, vrij van alle vormen van misbruik, inclusief die op financieel en materieel terrein. Dit misbruik kan leiden tot armoede, honger, dakloosheid, in gevaar gebrachte gezondheid en welzijn en zelfs voortijdig overlijden.

Recent onderzoek geeft aan dat financiële en materiële uitbuiting van ouderen  een veel voorkomend en ernstig probleem is. Wereldwijd  hebben 5 tot 10 % van ouderen te maken met een of andere vorm van financiële uitbuiting. Dit misbruik wordt dikwijls niet gemeld, gedeeltelijk vanwege schaamte of verlegenheid van de kant van de slachtoffers of vanwege het niet in staat zijn aangifte te doen. Waarschijnlijk is het percentage misbruik onderschat omdat onderzoeksresultaten gebaseerd zijn op verklaringen van ouderen zelf.
Financiële uitbuiting kent meerdere vormen. In rijke landen behelst het misbruik vaak diefstal, valsheid in geschrifte, misbruik van eigendom en machtiging, evenals het onthouden van toegang tot financiële bronnen. Het overgrote deel van financieel misbruik in ontwikkelingslanden bevat beschuldigingen van tovenarij die gebruikt worden om het afnemen van eigendom, het uitzetten uit huizen en het onthouden van erfenissen aan weduwes te rechtvaardigen.
Risicofactoren variëren van sociaal isolement en cognitieve handicaps tot emotionele, financiële en fysieke afhankelijkheid  van de misbruikers, bepaalde levensomstandigheden, armoede, weduwschap en gebrek aan ondersteunende netwerken in aanvulling op vooroordeel tegenover ouderen, discriminerende erfenissystemen, evenals zwakke politie en rechtssystemen.

In Nederland definiëren we ouderenmishandeling als het handelen of het nalaten van handelen van al degenen die in een terugkerende persoonlijke of professionele relatie met de oudere (iemand van 65 jaar of ouder) staan, waardoor de oudere persoon lichamelijke en/of psychische en/of materiële schade lijdt dan wel vermoedelijk lijden zal, en waarbij van de kant van de oudere sprake is van een vorm van gedeeltelijke of volledige afhankelijkheid
We onderscheiden vijf vormen die dikwijls in combinatie voorkomen: fysieke mishandeling, psychische mishandeling (inclusief schending van recht op privacy), verwaarlozing, financieel misbruik en seksueel misbruik.
In 2014 is voor het eerst onderscheid gemaakt tussen meldingen (1541) en adviesvragen (819). Meldingen komen voornamelijk van professionals (74%) die werkzaam zijn binnen zorginstellingen, politie of werken in een wijkteams.  Meldingen komen in veel mindere mate van slachtoffers zelf (8%), of familie (10%). Van 29% van de meldingen is niet bekend wie er meldt.

Kenmerken slachtoffers
Van de 1.541 meldingen in 2014 is in 1.125 gevallen bekend of het gaat om een
vrouwelijk of mannelijk slachtoffer. Ook in 2014 blijkt dat vrouwen de
grootste groep slachtoffers vormen (70%). Van alle meldingen is in 995
gevallen de leeftijd van het slachtoffer geregistreerd (in 546 onbekend). De
grootste groep is die in de leeftijd van 70 – 79 jaar (390; 39%) gevolgd door de groep 65 – 69 (269; 27%). 26% is tussen 80 – 89 jaar (256).
.
Aard van de mishandeling

Bij elkaar werden 1.800 verschillende vormen van ouderenmishandeling
geregistreerd, hetgeen betekent dat een slachtoffer nogal eens te maken
heeft met meerdere vormen tegelijk. In 436 (28%) van de 1.541 meldingen
is niet doorgegeven om welke vorm van mishandeling het
gaat. De meeste slachtoffers (762; 69%) ondergingen psychische vormen
van ouderenmishandeling. Dat is bijvoorbeeld het herhaaldelijk kleineren,
uitschelden en bedreigen van de oudere. Lichamelijke mishandeling, denk
aan slaan, schoppen of duwen, komt voor in 503 gevallen, een percentage
van 46%. Financieel misbruik wordt gemeld in 413 van de gevallen, een
percentage van 37%. Dat is het stelen of verduisteren van geld en
goederen of het misbruik maken van een toevertrouwde pinpas. Seksueel
misbruik (14; 1%) wordt nauwelijks gemeld. Bij 19% van de meldingen was er sprake van ontspoorde mantelzorg.


Ouderenmishandeling krijgt de laatste jaren steeds meer aandacht. Onderzoek laat zien dat ongeveer een op de twintig zelfstandig wonende ouderen geconfronteerd wordt met dergelijk gedrag.
Wanneer de afhankelijkheid van ouderen groter wordt (bijvoorbeeld door
dementie) neemt het risico op mishandeling toe. Om dit verschijnsel onder de aandacht te brengen heeft het NIZW het Landelijk Steunpunt Bestrijding Ouderenmishandeling (LSBO) in het leven geroepen. Het steunpunt informeert het veld door middel van een website (www.nizw.nl/mishand), een nieuwsbrief en een knipselkrant..

Samenwerking is essentieel bij ouderenmishandeling omdat er vaak verschillende hulp- en zorginstanties nodig zijn voor een goede hulpverlening. Het landelijk steunpunt kan adviseren bij beleidsmatige, organisatorische en financiële
vormgeving van samenwerking of coördinatie. Momenteel zijn er in tientallen plaatsen regionale of lokale initiatieven waarbij het steunpunt betrokken is. Het streven is een landelijk dekkend netwerk van dergelijke initiatieven te creëren.