Effectief altruïst

Van Gogh, de barmhartige Samaritaan

In een recente editie van de publicatie ‘oneworld’ (www.oneworld.nl) stond de volgende korte mededeling , getiteld ‘Aan de slag als effectief altruïst’:

‘Wil je zelf een effectieve altruïst worden? Dan kun je terecht bij websites als GiveWell, Giving what you can en The Life You can Save. Zij publiceren lijsten van goede doelen met veel impact.
Animal Charity Evaluators doet hetzelfde, maar richt zich specifiek op dierenwelzijn. De website van Effectief Altruïsme geeft ook tips voor effectief goed doen met je vrije tijd en je carrière. In aanbouw is het model van Giving for Impact, opgezet vanuit de Erasmus Universiteit, met een overzicht van meer en minder effectieve interventies. Handig voor donateurs, maar ook voor (kleinschalige) goede doelen die moeten kiezen wat voor soort project ze gaan doen’.

Keuze te over als je nog meer goed wilt doen! Deze websites hebben het grote voordeel dat ze spontane, emotionele gevoelens van compassie koppelen aan verstandig gebruik van je beperkte middelen

Blog 76. Optimisme gebed/ prayer*

Beloof jezelf:

– Zo sterk te zijn dat niets je gemoedsrust kan verstoren;
– Over gezondheid, geluk en voorspoed te praten met iedereen die je tegenkomt;
– Al je vrienden te laten weten dat ze veelbelovend zijn;
– Naar de zonnige kant van de dingen te kijken en dat optimisme waar te maken;
– Alleen aan het beste te denken, voor het beste te werken en alleen het beste te verwachten;
– Even enthousiast te zijn over het succes van anderen als over je eigen succes;
– De fouten uit je verleden te vergeten en naar grotere successen te streven in de toekomst;
– Ten allen tijde opgewektheid uit te stralen en een glimlach te schenken aan ieder levend wezen dat je tegenkomt;
– Zo veel tijd te spenderen aan de veredeling van jezelf dat je geen tijd hebt anderen te bekritiseren;
– Te grootmoedig te zijn voor zorgen, te nobel voor woede, te kloek voor angst en te gelukkig om overbezorgd te zijn.

(English version)

Promise yourself:*

– To be so strong that nothing can disturb your peace of mind;
– To talk health, happiness and prosperity to every person you meet;
– To make all your friends feel that there is something in them;
– To look athe sunny side of everything and make your optimism come true;
– To think only of the best, to work only for the best and to expect only the best;
– To be just as enhusiastic about the success of others as you are about your own;
– To forget the mistakes of the past and press on to the greater achievements of the future;
– To wear a cheerful countenance at all times and give every living creature you meet a smile;
– To give so much to the improvement of yourself that you have no time to criticize others;
– To be too large for worry, too noble for anger, too strong for fear, and too happy to permit the presence of trouble.

*(Vertaald uit) ‘Character Strengths and Virtues’van Christopher Peterson and Martin E.P. Seligman, hoofdstuk 25 (Hope), blz. 569. Dit is het Credo van de Optimist International in 1912.

Internationale Yoga-dag (21 juni)


Yoga is een van de zes orthodoxe filosofische scholen van het hindoeïsme. Yoga leert de geest, het gevoel en het lichaam te beheersen, om daarmee, in religieuze termen, de vereniging met God te bereiken.
In een meer alledaags, westers concept wordt met yoga hatha-yoga bedoeld: een tak van yoga die bestaat uit een systeem van oefeningen. Het is een  fysieke, mentale en spirituele praktijk, die zijn oorsprong in India heeft. Het woord ‘yoga’ komt van het Sanskriet en betekent samenvoegen of verenigen, de eenheid symboliserend van lichaam en geest.
Heden ten dage wordt yoga beoefend in diverse vormen in de hele wereld. Volgens de International Yoga Federation zijn er wereldwijd 300 miljoen yoga beoefenaren en is het aantal sterk groeiende. In de Verenigde Staten is het aantal beoefenaren van 20 miljoen in 2012 tot 36 miljoen in 2016 toegenomen, nu dus zo’n 10 % van de bevolking. Er zijn geen precieze gegevens voor Nederland. Een ruwe schatting geeft aan dat er minstens 50.000 mensen aan yoga-klassen hebben deelgenomen.
Gezien de universele aantrekkingskracht van yoga hebben de Verenigde Naties  21 juni als de Internationale Yoga-dag uitgeroepen. De bedoeling daarvan is om het bewustzijn wereldwijd te vergroten van de vele voordelen van de yoga-beoefening.

yoga-beoefenares in New York

Het thema voor 2017 is ‘yoga voor gezondheid’. Dit thema benadrukt het feit dat yoga op een holistische wijze kan bijdragen aan het verkrijgen van een passend evenwicht tussen lichaam en geest. De organisatoren zijn van mening dat deze benadering van gezondheid en welzijn een directe bijdrage kan leveren aan de zoektocht van de mensheid naar duurzame ontwikkeling en naar levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur.
Yoga is naast een filosofie ook een leefwijze en een oefenmethode die gaat over het verbinden en in evenwicht brengen van alle lagen van ons bestaan die tegengesteld lijken te zijn (lichaam en geest, buiten en binnen, spanning en ontspanning, etc.). Hierdoor komen we uiteindelijk tot een natuurlijke staat van zijn, waarin het leven in zijn heelheid kan worden ervaren.In het leven van de moderne mens is de balans tus¬sen lichaam en geest vaak verstoord. Yoga biedt ons oefeningen die het evenwicht herstellen. Het maakt lichaam en geest leven¬dig en flexibel. Door yoga leer je te luisteren naar je eigen lichaam. Yoga gaat over bewustwording, zien en voelen wie je werkelijk bent.


Yoga is niet prestatiegericht, je hoeft er niet speciaal lenig voor te zijn maar het bevordert wel de soepelheid van het lichaam. In elke yogales doe je een aantal yogahoudingen. Alle houdingen hebben als doel de organen, de klieren, de gewrichten, het zenuwstelsel, de bloedvaten, het evenwicht, etc. beter te laten functioneren.
Doordat je je meer bewust wordt van je lichaam volgt ook geestelijke bewustwording en omgekeerd. Tijdens de yogales ben je met je hele aandacht in het hier en nu en dus bij de oefeningen. Door met aandacht je lichaam te voelen en te oefenen vergroot je het innerlijk bewustzijn. Je krijgt inzicht in de wisselwerking tussen denken en voelen. Hierdoor leer je de signalen zoals bijvoorbeeld stress en vermoeidheid eerder herkennen. Het resultaat van een yogales is dat men zich diep ontspannen kan voelen.
Yoga heeft een aantal overeenkomsten met mindfulness, maar die twee zijn niet hetzelfde. Yoga betekent samenvoegen of verenigen, van lichaam en geest. Yoga kan beoefend worden door te zitten, wandelen of liggen. Een oefening is gewoonlijk voltooid na 10 tot 30 minuten. Het is een formele bezigheid waar je een bepaalde tijd voor moet reserveren. Normaal moet je je focussen op je ademhaling, een bepaald lichaamsdeel of een voorwerp.
Mindfulness gaat over het registreren van wat er binnen en rond ons gebeurt gedurende onze dagelijkse bezigheden. Het vraagt een niet oordeelsmatige houding terwijl we ons gewaar worden van onze ademhaling, gedachten, gevoelens, sensaties en omgeving. Als we in yogaoefeningen onze bewegingen coördineren met onze ademhaling, aandacht besteden aan de sensaties in ons lichaam als we ons bewegen, de ervaring van dat moment helemaal bewust zijn, zonder oordeel of verwachtingen en onze grenzen respecteren met zelf-compassie en vriendelijkheid, dan wordt yoga naast een meditatie ook een mindfulness exercitie. Je hoeft niet te mediteren om mindfulness te beoefenen.

het nuttige met het aangename ….

 

Bewaren

(Wereld) Ouderenmisbruik dag.

oudere voert duifjes in New York

Als een vervolg op de tweede mondiale vergadering over ouder worden, nam de Algemene Vergadering van de Verenigde naties in 2011 een resolutie aan die de mishandeling van senioren wereldwijd veroordeelde.
Praktisch alle landen in de wereld kunnen een aanzienlijke toename verwachten tussen 2015 en 2030  in het aantal oudere personen. Het totaal aantal personen van 60 jaar en ouder meer dan verdubbelt van 542 miljoen in 1995 tot rond 1.2 miljard in 2025. De groei zal sneller zijn in ontwikkelingslanden dan in rijke landen. Vanwege de groei in aantallen senioren kan men verwachten dat mishandeling ervan tegelijkertijd ook toe zal nemen. Terwijl het taboe van oudermishandeling wereldwijd meer publiciteit heeft gekregen, blijft dit fenomeen toch één van de minst onderzochte types van mishandeling en één van de minst aangeroerde in nationale actieprogramma’s.
Het thema van dit jaar legt de nadruk op het voorkomen van financiële uitbuiting. In overeenstemming met de Duurzame Ontwikkelingsdoelen voor 2030 en het Madrid Internationale Actieplan aangaande ouder worden, hebben ouderen het recht in waardigheid te leven, vrij van alle vormen van misbruik, inclusief die op financieel en materieel terrein. Dit misbruik kan leiden tot armoede, honger, dakloosheid, in gevaar gebrachte gezondheid en welzijn en zelfs voortijdig overlijden.

Recent onderzoek geeft aan dat financiële en materiële uitbuiting van ouderen  een veel voorkomend en ernstig probleem is. Wereldwijd  hebben 5 tot 10 % van ouderen te maken met een of andere vorm van financiële uitbuiting. Dit misbruik wordt dikwijls niet gemeld, gedeeltelijk vanwege schaamte of verlegenheid van de kant van de slachtoffers of vanwege het niet in staat zijn aangifte te doen. Waarschijnlijk is het percentage misbruik onderschat omdat onderzoeksresultaten gebaseerd zijn op verklaringen van ouderen zelf.
Financiële uitbuiting kent meerdere vormen. In rijke landen behelst het misbruik vaak diefstal, valsheid in geschrifte, misbruik van eigendom en machtiging, evenals het onthouden van toegang tot financiële bronnen. Het overgrote deel van financieel misbruik in ontwikkelingslanden bevat beschuldigingen van tovenarij die gebruikt worden om het afnemen van eigendom, het uitzetten uit huizen en het onthouden van erfenissen aan weduwes te rechtvaardigen.
Risicofactoren variëren van sociaal isolement en cognitieve handicaps tot emotionele, financiële en fysieke afhankelijkheid  van de misbruikers, bepaalde levensomstandigheden, armoede, weduwschap en gebrek aan ondersteunende netwerken in aanvulling op vooroordeel tegenover ouderen, discriminerende erfenissystemen, evenals zwakke politie en rechtssystemen.

In Nederland definiëren we ouderenmishandeling als het handelen of het nalaten van handelen van al degenen die in een terugkerende persoonlijke of professionele relatie met de oudere (iemand van 65 jaar of ouder) staan, waardoor de oudere persoon lichamelijke en/of psychische en/of materiële schade lijdt dan wel vermoedelijk lijden zal, en waarbij van de kant van de oudere sprake is van een vorm van gedeeltelijke of volledige afhankelijkheid
We onderscheiden vijf vormen die dikwijls in combinatie voorkomen: fysieke mishandeling, psychische mishandeling (inclusief schending van recht op privacy), verwaarlozing, financieel misbruik en seksueel misbruik.
In 2014 is voor het eerst onderscheid gemaakt tussen meldingen (1541) en adviesvragen (819). Meldingen komen voornamelijk van professionals (74%) die werkzaam zijn binnen zorginstellingen, politie of werken in een wijkteams.  Meldingen komen in veel mindere mate van slachtoffers zelf (8%), of familie (10%). Van 29% van de meldingen is niet bekend wie er meldt.

Kenmerken slachtoffers
Van de 1.541 meldingen in 2014 is in 1.125 gevallen bekend of het gaat om een
vrouwelijk of mannelijk slachtoffer. Ook in 2014 blijkt dat vrouwen de
grootste groep slachtoffers vormen (70%). Van alle meldingen is in 995
gevallen de leeftijd van het slachtoffer geregistreerd (in 546 onbekend). De
grootste groep is die in de leeftijd van 70 – 79 jaar (390; 39%) gevolgd door de groep 65 – 69 (269; 27%). 26% is tussen 80 – 89 jaar (256).
.
Aard van de mishandeling

Bij elkaar werden 1.800 verschillende vormen van ouderenmishandeling
geregistreerd, hetgeen betekent dat een slachtoffer nogal eens te maken
heeft met meerdere vormen tegelijk. In 436 (28%) van de 1.541 meldingen
is niet doorgegeven om welke vorm van mishandeling het
gaat. De meeste slachtoffers (762; 69%) ondergingen psychische vormen
van ouderenmishandeling. Dat is bijvoorbeeld het herhaaldelijk kleineren,
uitschelden en bedreigen van de oudere. Lichamelijke mishandeling, denk
aan slaan, schoppen of duwen, komt voor in 503 gevallen, een percentage
van 46%. Financieel misbruik wordt gemeld in 413 van de gevallen, een
percentage van 37%. Dat is het stelen of verduisteren van geld en
goederen of het misbruik maken van een toevertrouwde pinpas. Seksueel
misbruik (14; 1%) wordt nauwelijks gemeld. Bij 19% van de meldingen was er sprake van ontspoorde mantelzorg.


Ouderenmishandeling krijgt de laatste jaren steeds meer aandacht. Onderzoek laat zien dat ongeveer een op de twintig zelfstandig wonende ouderen geconfronteerd wordt met dergelijk gedrag.
Wanneer de afhankelijkheid van ouderen groter wordt (bijvoorbeeld door
dementie) neemt het risico op mishandeling toe. Om dit verschijnsel onder de aandacht te brengen heeft het NIZW het Landelijk Steunpunt Bestrijding Ouderenmishandeling (LSBO) in het leven geroepen. Het steunpunt informeert het veld door middel van een website (www.nizw.nl/mishand), een nieuwsbrief en een knipselkrant..

Samenwerking is essentieel bij ouderenmishandeling omdat er vaak verschillende hulp- en zorginstanties nodig zijn voor een goede hulpverlening. Het landelijk steunpunt kan adviseren bij beleidsmatige, organisatorische en financiële
vormgeving van samenwerking of coördinatie. Momenteel zijn er in tientallen plaatsen regionale of lokale initiatieven waarbij het steunpunt betrokken is. Het streven is een landelijk dekkend netwerk van dergelijke initiatieven te creëren.

Altruïsme

Van Gogh, de barmhartige Samaritaan

Zoals we weten zijn er diverse soorten liefde. Soms wordt er een apart woord voor gebruikt, zoals romantiek, en soms worden verschillende vormen onderscheiden door een prefix, zoals eigenliefde, kalverliefde en naastenliefde. Maar het hoofdbegrip liefde blijft verschillende realiteiten dekken en er zouden meer woorden voor dit superbelangrijke fenomeen gecreëerd dienen te worden. Er lijkt in ieder geval een continuüm te zijn van eigenliefde via vriendschap naar pure naastenliefde, oftewel altruïsme. Alle liefde lijkt goed te zijn, maar altruïsme is superieur en de grootste van alle deugden.
Altruïsme of onbaatzuchtigheid is een handeling, een gewoonte of een ethische doctrine. Het woord is voor het eerst gevormd in 1851 door de filosoof Auguste Comte (1798 – 1857), afgeleid van het Latijnse woord “alter” (een ander) in de betekenis van onbaatzuchtig in tegenstelling tot het veel oudere woord egoïsme. Altruïsme kan gedefinieerd worden als vrijwillig, waardevol gedrag, gemotiveerd door het verlangen alleen anderen en niet zichzelf te helpen. Het is tegengesteld aan egoïsme wat het operationele gedragspatroon van de mensheid is.
Waar ligt het aan dat iemand altruïstisch is of wordt? Abigail Marsch, een Amerikaanse onderzoekster, heeft er haar loopbaan aan gewijd om dit te onderzoeken.
Fysiologisch gesteld is er een deel van de hersenen,  de amygdala, die het belangrijkste is in het herkennen van angstige uitdrukkingen op andere gezichten, een belangrijk element in de motivatie om anderen te helpen. Het blijkt nu dat bij altruïsten de amygdala groter is dan bij de gemiddelde mens, in tegenstelling tot psychopaten die een kleinere amygdala bezitten en totaal gespeend zijn van altruïsme.

compassie ook bij dieren

Een goed voorbeeld van puur altruïsme is het gratis doneren van een lichaamsorgaan, bijvoorbeeld een nier, aan een onbekende. Dit is in de Verenigde Staten al zo’n twee duizend keer voorgekomen. Een ander voorbeeld is het zich maximaal inzetten voor de armen in eigen land of in den vreemde.
Er lijkt dus een continuüm van  zorgzaamheid te bestaan waarvan het ene uiterste gevormd wordt door psychopaten en het andere uiterste door extreme altruïsten.
Wat deze extreme altruïsten onderscheidt van de gewone mens is niet alleen dat ze meer compassie bezitten, maar tevens dat ze het over een wijdere cirkel van mensen uitspreiden. Het ligt meer in de lijn van de verwachting om compassie met familie, buren en collega’s te hebben dan met onbekenden. Pure altruïsten zien zichzelf daarentegen niet als het centrum van een groep met concentrische cirkels van mensen daaromheen. Ze voelen zich niet  beter of belangrijker dan iemand anders. Je zou het nederigheid kunnen noemen,  de deugd die volgens Augustinus engelen van mensen maakt. Als er geen centrum is, zijn er ook geen binnen – en geen buitenringen en niemand verdient meer aandacht en compassie dan een ander. Dit is een goede formule om armen in verre landen even goed bij te staan als onze naaste buren!Dit altruïstische perspectief kan ontwikkeld worden volgens Abigail.

Op maatschappelijk niveau komt compassie en altruïsme steeds vaker voor, ondanks alle rapportages over aanslagen en terreur. Zoals de psycholoog Steven Pinker en anderen het overduidelijk statistisch aangetoond hebben zijn mensen steeds minder bereid  wreedheid en geweld te accepteren, zoals dierenmishandeling, huiselijk geweld en doodstraf. Honderd jaar geleden was het doneren van bloed ongehoord, terwijl het nu gewoon is. Dat zou over 100 jaar ook het geval met nier-donatie kunnen zijn.
De reden van deze altruïstische evolutie is deels gelegen in de verbeterde levensstandaard. Kinderen, althans in het Westen,  worden doorgaans constructief en liefdevol opgevoed. De wereld wordt steeds meer een vredevoller en plezieriger plaats met minder misdaad, ondanks sensationele beweringen van de media tot het tegendeel.
We weten steeds meer over het leed wat anderen in verre oorden overkomt en we ontwikkelen er compassie voor. De wortels van altruïsme en compassie zijn sterker dan die van wreedheid en geweld. En de geschiktheid om zich minder centraal op te stellen, meer compassie en altruïsme te ontwikkelen is in potentie bij velen aanwezig. Zonder twijfel zullen die potenties verder ontwikkeld worden en niet alleen de activist maar de hele mensheid ten goede komen. Overweeg dit pad  ook te volgen, als je het nog niet al doet.

egocentrisch of behulpzaam?

———————————————————-

Wereld Anti-tabaksdag (WHO, 31 mei)

 

We maken aardige vorderingen in de strijd tegen het gebruik van tabak. Die strijd is wel taai: na 50 jaar rookt nog een kwart van de volwassenen. De tabaksfabrikanten zijn geduchte tegenstanders en nicotine is in hoge mate verslavend. In opkomende landen roken ze nog vaak als een schoorsteen. Maar ook daar grijpen de overheden steeds meer in, met positief resultaat. Er is goede hoop dat op langere termijn roken van de wereldkaart verdwijnt.
Het is indrukwekkend hoe de houding ten aanzien van tabak in de loop van de tijd omgeslagen is door bewuste campagnes. Dit zal hopelijk ook gebeuren met overmatig alcoholgebruik en andere verslavende genotmiddelen.
Het thema van de Anti-tabaksdag dit jaar is ‘Tabak een gevaar voor ontwikkeling’. We wensen de Wereldgezondheidsorganisatie en alle andere betrokkenen succes in hun edele strijd voor gezondheid, zelfdiscipline en omgevingsgenot. Uiteindelijk streven we naar een optimaal gezonde mensheid, zowel lichamelijk als geestelijk.

 


Feiten over tabak, tabakscontrole en ontwikkelingsdoelstellingen:
•    Meer dan 7 miljoen doden door tabaksgebruik ieder jaar, een aantal dat geprojecteerd is tot 8 miljoen toe te nemen tegen 2030, als er geen verandering komt. Tabaksgebruik is een gevaar voor ieder mens, ongeacht sekse, leeftijd, ras, culturele of onderwijsachtergrond. Tabaksgebruik brengt leed, ziekte, dood en brengt landen en gezinnen in financiële nood.
•    Tabaksgebruik brengt enorme kosten met zich mee door toenemende ziekteverzorgingskosten en afnemende productiviteit. Het verslechtert gezondheidsverhoudingen en verscherpt armoede, omdat de armste groepen minder geld uitgeven aan essentiële behoeften zoals voeding, onderwijs en gezondheidszorg. Zo’n 80 % van voortijdige overlijdens door tabaksgebruik vindt plaats in landen met lage of middelbare inkomens, die daarmee grotere moeite hebben hun ontwikkelingsdoeleinden te realiseren.
•    Het verbouwen van tabak vraagt grote hoeveelheden pesticiden en kunstmest, die giftig kunnen zijn en waterreserves kunnen besmetten. Ieder jaar gebruikt de tabakscultuur 4.3 miljoen hectares land wat wereldwijd leidt tot 2 – 4 % ontbossing. De tabaksindustrie produceert ook nog eens meer dan 2 miljoen ton vaste afval.
•    De WHO Raamconventie over tabakscontrole (WHO FCTC) leidt het wereldwijde gevecht tegen de tabaksepidemie. De WHO FCTC is een internationaal verdrag met 180 partijen (179 landen  plus de EU). Momenteel hebben meer dan de helft van de landen op de wereld  (2.8 miljard, 40 % van de wereldbevolking) ten minste  één  belangrijke  FCTC-maatregel genomen Een groeiend aantal landen is bezig muren op te trekken om inmenging van de tabaksindustrie in overheidsbeleid tegen te gaan.
•    Als de belasting op sigaretten met een dollar per pakje verhoogd zou worden, zou een extra 190 miljard dollar voor ontwikkeling ingezameld kunnen worden. Hoge tabaksbelastingen dragen bij aan grotere inkomsten van regeringen, aan een verminderde vraag naar tabak en zorgen voor een belangrijke inkomensstroom om ontwikkeling te financieren.

Naast de voordelen voor ontwikkeling zijn de voordelen voor het individu van het stoppen of minderen van roken  legio, op de terreinen van gezondheid, productiviteit en besteedbaar inkomen. De ontwikkeling van de deugd van matigheid en zelfcontrole kan al deze voordelen oproepen en tegelijkertijd overgewicht en obesitas de wereld uit helpen.

Internationale dag van het gezin (15 mei)

 

Herdersgezin in Nigeria

Het thema van deze internationale dag gaat dit jaar over de rol van het gezin en van gezinsbeleid in het promoten van onderwijs en het algehele welzijn van gezinsleden. Deze Dag heeft als  speciale doelstelling het bewustzijn te stimuleren van de rol van het gezin in het aanmoedigen van vroeg jeugdonderwijs en levenslang leren van de jeugd
De Internationale Dag belicht het belang van alle verzorgers in gezinnen, of het nu ouders, grootouders of broers en zussen zijn en het belang van ouderlijke opvoeding voor het welzijn van kinderen. Karaktervorming en opvoeding tot wereldburgerschap zijn hier een voorbeeld van. De nadruk ligt op het vinden van goede manieren om een evenwicht te bewerkstelligen tussen werk- en gezinsbelangen. Verder ook om ouders te ondersteunen in hun vormings- en verzorgende verantwoordelijkheden. En voor goede faciliteiten van werkgevers om werkende ouders te faciliteren evenals de werkende jeugd zelf.
De Dag beoogt eveneens om het belang te realiseren van kennis en vaardigheden  die nodig zijn om duurzame ontwikkeling tot stand te brengen, inclusief door onderwijs voor duurzame ontwikkeling en duurzame levenspatronen, mensenrechten, gendergelijkheid, bevordering van een cultuur van vrede en geweldloosheid, wereldburgerschap en waardering voor culturele diversiteit.
Veel van de gewenste ontwikkelingen zijn al gerealiseerd in ontwikkelde landen zoals Nederland, in tegenstelling met de ontwikkelingswereld waar nog zo’n 130 miljoen meisjes van regulier onderwijs verstoken zijn.

De duurzame Ontwikkelingsdoelen  2015 – 2030 gelden ook voor rijke landen zoals Nederland. Duurzaam ontwikkelingsdoel nummer vier luidt: ’Verzeker gelijke toegang tot kwaliteitsvol onderwijs en bevorder levenslang leren voor iedereen’. Deze doelstelling houdt ook in een einde te maken aan het misbruik, de exploitatie, de handel en alle vormen van geweld tegen en het martelen van kinderen. Het terugdringen van kindersekstoerisme,  kinderporno en kindermishandeling is een prioriteit van onze regering. De kinderombudsman, sinds 2011 onderdeel van Bureau Nationale Ombudsman, controleert of de kinderrechten in Nederland worden nageleefd door de overheid en door private organisaties. (www.kinderombudsman.nl)

Bewaren

Wereld Telecommunicatie en Informatie dag (17 mei)

In a world of (information) abundance, the only scarcity is human attention.

Vrij naar Herbert Simon

Van mensen van het Boek zijn we mensen van het Scherm geworden!

Kevin Kelly

Bovengenoemde dag (we zijn door omstandigheden een beetje vroeg) is een goede gelegenheid om stil te staan bij  de enorme veranderingen die telecommunicatie, digitalisering en informatievoorziening ondergaan hebben in de afgelopen 25 jaar.  Personal computers en smart phones hebben een enorme invloed op ons dagelijks leven. Met 2 miljard PC’s en 4 miljard smart phones in de wereld zijn deze apparaten niet meer weg te denken, om nog maar niet te spreken over nieuwe communicatievormen zoals Twitter en Facebook die honderden miljoenen mensen van informatie voorzien en velen een goed deel van de dag bezig houden.
En dat schijnt nog maar het begin te zijn. In zijn boek ‘The Inevitable. Understanding the 12 technological forces that will shape our future’  toont de visionaire denker Kevin Kelly een geloofwaardige, optimistische wegenkaart   voor de volgende dertig jaar. Hij laat zien hoe de komende veranderingen gezien kunnen worden als het resultaat  van bestaande lange termijn krachten. Hij beschrijft twaalf ingrijpende tendensen, die onder meer inhouden de

virtuele realiteit

‘verkennising’ van onze omgeving, het primaat van toegang over bezit van dingen en het alom registreren (tracking) van feiten en gebeurtenissen, en hoe die met elkaar samenhangen. Deze twaalf krachten gaan een totale ommekeer teweeg brengen  in hoe we werken, ons ontspannen, leren, inkopen doen en met elkaar communiceren. Door deze versnellingsprincipes te begrijpen en te omhelzen, zegt Kelly, zal het makkelijker voor ons zijn onze dagelijkse relaties  te herschikken op manieren die maximale voordelen van deze nieuwe technologie zullen verschaffen.
Uiteindelijk, voorspelt Kelly,  zullen alle mensen en alle machines met elkaar verbonden worden in een wereldwijde matrix, een samenvoeging  die gezien zal worden als de grootste, meest ingewikkelde en meest verrassende gebeurtenis ooit.
Hij is niet blind voor de gevaren en het misbruik wat deze ontwikkelingen met zich meebrengen op sociaal en ethisch gebied. Maar hij is optimistisch dat de toenemende samenwerking van burgers en het ontstaan van nieuwe sociale systemen de mensheid ongeëvenaarde mogelijkheden voor vrede en ontwikkeling geven..
‘The Inevitable’ bevat prachtige uitspraken, interessante statistieken, veel wijsheid en behulpzame adviezen

Dit boek zou verplichte lectuur moeten zijn voor eenieder die zich bekommert over de technologische evolutie in de komende dertig jaar en wat die met ons gaat doen. Voor we het weten lopen we achter de ontwikkelingen aan.

Beautiful Message (Chetan Bhagat)!

Uit het verre Oosten komt veel wijsheid. Hier een voorbeeld

 

Chetan Bhagat

💬  If    You    Are    Right    Then    There    is     No    Need    to    Get    Angry …

💬  And    If    You    Are    Wrong    Then    You    Don’t    Have    Any    Right    to    Get    Angry.

💬  Patience    With    Family    is  Love …..

💬  Patience    With    Others    is  Respect.

💬  Patience    With    Self    is  Confidence  And  Patience  With  GOD  is  Faith.

💬  Never    Think    Hard    About    The    PAST ,    It    Brings    Tears…

💬  Don’t    Think    More    About  The  FUTURE ,  It  Brings  Fear…

💬  Live  This  Moment  With  A  Smile ,  It    Brings  Cheer.

💬  Every    Test    in    Our    Life  Makes  Us  Bitter  Or  Better …..

💬  Every  Problem  Comes  To  Make  Us  Or   Break  Us  !

💬  The      Choice    is      Ours  Whether  We   Become  Victims  Or  Victorious.

💬  Beautiful  Things    Are    Not  Always  Good  But  Good  Things  Are  Always  Beautiful ……  Forever.

💬  ” Happiness ”  Keeps  You ….  Sweet  But   Being  Sweet  Brings  Happiness.

DUURZAME PRODUCENT, DUURZAME CONSUMENT

ONTWIKKELINGSDOEL, SDG 12
Inleiding
De wereld heeft de laatste decennia grote veranderingen ondergaan. Daarbij zijn miljoenen mensen uit de armoede verheven en hebben een aantal landen middelbare inkomensstatus verkregen. Deze ontwikkelingen zijn evenwel voor een groot deel tot stand gekomen ten koste van het milieu. De toenemende vraag naar energie, voedsel, water en andere natuurlijke hulpbronnen heeft geleid tot uitputting van grondstoffen, milieuvervuiling, degradatie van de natuur en klimaatverandering.
Door het consumeren van steeds meer hulpbronnen zijn bestaande ontwikkelingspatronen  niet langer houdbaar. De wereldbevolking zou tegen 2050 9,6 miljard mensen tellen: als we de huidige levenswijze van de ontwikkelde landen behouden, zullen we grondstoffen voor drie planeten nodig hebben.

Een van de kernelementen voor het bereiken van duurzame ontwikkeling is de overgang naar duurzame productie en consumptie. De noodzaak daarvan werd voor het eerst gesignaleerd in de Rio Aardtop van 1992 en bevestigd in de Rio + 20  wereldtop met de aanname van het tienjarige Sustainable Consumption and Production (SCP) Programmakader.
Een van de  duurzame ontwikkelingsdoelen die in 2015 door de Algemene Vergadering van de VN zijn aangenomen is duurzame consumptie en productie, SDG (Sustainable Development Goal), nummer 12. Dit doel is gebaseerd op de intentie de volgende problemen op te lossen:
Voedsel
•    Geschat wordt dat ieder jaar een derde van alle geproduceerde voedsel, het equivalent van 1.3 miljard ton ter waarde van rond de duizend miljard dollar, eindigt in de afvalbakken van consumenten en winkels of verloren gaat door inefficiënt oogsten en transporteren. Twee miljard mensen zijn overgewicht of zwaar overgewicht, terwijl jaarlijks een miljard mensen ondervoed is en een ander miljard niet voldoende te eten heeft. Zo’n  200 miljoen mensen zouden gevoed kunnen worden met verspild voedsel uit Europa;

 

•    Land degradatie, afnemende vruchtbaarheid van de grond, onhoudbaar watergebruik, overbevissing en afkalving van het mariene milieu verminderen de capaciteit van de aarde om  voldoende voedsel te leveren;
•    De voedselsector is verantwoordelijk voor rond de 30% van de totale energieconsumptie en is verantwoordelijk voor ongeveer 22% van de uitstoot van broeikasgassen;
•    De wereld vertoont ongelijke patronen van de kwaliteit van leven en consumptie. Ongeacht welke indicator men gebruikt, ze wijzen allemaal hogere waarden aan voor mensen in ontwikkelde landen in vergelijking met die in opkomende landen.
Water
•    Minder dan 3 % van de werelds water is drinkbaar, waarvan  2.5 % in bevroren ijsmassa’s in de Noord- en de Zuidpool en in gletsjers, zodat de mensheid het moet doen met 0.5% voor al zijn zoetwater behoeften. En de mens vervuilt het water sneller dan de natuur het kan recyclen in rivieren en meren. Een andere sprekende vergelijking: ieder jaar verbruiken we 250 km³ water om levensmiddelen te produceren die verloren gaan of verspild worden. Dit komt overeen met een volume water dat drie maal groter is dan die van het meer van Genève;

•    Meer dan een miljard mensen hebben geen toegang tot drinkwater. Water is een vrij product, maar de infrastructuur om de mensen ervan te voorzien is kostbaar
Energie
•    Ondanks efficiency verbeteringen, zal het gebruik van energie in OECD-landen met 35 % toenemen tot 2020. Commercieel en residentieel gebruik is de tweede snelst groeiende sector na transport in wereldenergiegebruik;
•    In 2002 waren er 550 miljoen voertuigen in de OECD (75% persoonsvoertuigen); de toename ervan tot 2020 wordt geschat op 32%. Tegelijkertijd wordt het aantal gereden kilometers geschat toe te nemen met 40%; vliegtransport wordt verwacht in die periode te verdrievoudigen;

 

•    Huishoudens consumeren 29% van de energie  en zijn verantwoordelijk voor 21% van de CO2 uitstoot;
•    Een vijfde van de wereld energieconsumptie in 2013 was van duurzame oorsprong;
•    Jaarlijks zou 120 miljard dollar bespaard worden als de hele wereld energie-efficiënte lampen zou gebruiken.
Naast het uitvoeren van het 10-jarig Programmakader inzake Duurzame Consumptie- en Productiepatronen, zijn andere subdoelen van SDG 12:
•    Tegen 2030 het duurzame beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen  realiseren;
•    Tegen 2030 de voedselverspilling in winkels en bij consumenten per capita halveren en voedselverlies reduceren in de productie- en bevoorradingsketens, met inbegrip van verliezen na de oogst;
•    Milieuvriendelijke management van chemische afval in de hele voedselproductieketen;
•    Tegen 2030 de afvalproductie aanzienlijk beperken via preventie, vermindering, recyclage en hergebruik;
•    Bedrijven aanmoedigen, in het bijzonder grote en transnationale bedrijven, om duurzame praktijken aan te nemen en duurzaamheidsintegratie te integreren in hun rapporteringscyclus;
•    Duurzame praktijken bij overheidsopdrachten bevorderen in overeenstemming met nationale beleidslijnen en prioriteiten;
•    Tegen 2030 garanderen dat mensen overal beschikken over relevante informatie over en zich bewust zijn van duurzame ontwikkeling en levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur;
•    Rationalisatie van inefficiënte subsidies op fossiele brandstoffen en van belastingheffing daarop;
•    Methodes voor het ontwikkelen en meten van een meer duurzaam toerisme, met schepping van werkgelegenheid en gebruik van lokale producten en cultuur.

De complete uitvoering van SDG 12 vereist de identificatie van de belangrijkste veroorzakers van overconsumptie, evenals van ongelijke consumptiepatronen. Een essentieel onderdeel van dit ontwikkelingsdoel is om de ongelijkheid te verminderen  die met het gebruik van natuurlijke hulpbronnen samenhangt. Anders dan bij de Millenniumdoelen 2000 – 2015, zijn de duurzame ontwikkelingsdoelen 2016 – 2030 ook van toepassing op ontwikkelde landen. Dat heeft dus extra gewicht bij SDG 12. Ontwikkelde landen wordt gevraagd om  het voorbeeld te geven bij het adopteren van duurzame consumptie- en productiemethoden. In feite is het mogelijk om de levensstandaard in ontwikkelingslanden te verbeteren en tegelijkertijd de vraag naar hulpmiddelen door de welgestelden te verminderen. Bijvoorbeeld de afname van voedselverspilling kan de prijs van voedsel verlagen, wat dan de armen ten goede komt. Van ontwikkelde landen wordt ook verwacht dat zij ontwikkelingslanden ondersteunen in het versterken van hun technologische en wetenschappelijke capaciteiten teneinde een begin te maken met duurzame productie en consumptie.
De Nederlandse regering en andere nationale instanties hebben volop deelgenomen aan de besprekingen die hebben geleid tot de aanname van de duurzame ontwikkelingsdoelen. De verplichtingen die hierbij op de ontwikkelde landen rusten, worden ook door Nederland gehonoreerd. Diverse instanties houden zich hier mee bezig. De inventarisatie van de nationale implementatie geeft details over hoe bovenstaande subdoelen bij ons worden aangepakt.
Persoonlijke inzet
Hoe kun je als consument  meehelpen aan het verduurzamen van productie en consumptie?
Er zijn twee belangrijke manieren om dat te doen. De eerste is om de afval die je maakt zo beperkt mogelijk te houden en die op een milieuvriendelijk wijze op te ruimen. Afval beperken kan op velerlei manieren, zoals het niet onnodig kopen  en weggooien van voedsel en andere spullen. Een ander voorbeeld is karig omgaan met het gebruik van plastic en fietsen in plaats van auto rijden.  De tweede manier is om na te denken bij wat je koopt en daarbij, indien mogelijk, een duurzame optie kiest, zoals de aanschaf van gecertificeerde kleren, meubilair, enzovoorts. Je kunt ook deelnemen aan campagnes om druk  op niet-duurzame bedrijven uit te oefenen. Voor meer ideeën kun je http://www.un.org/sustainabledevelopment/ takeaction bezoeken.

N.B. Deze blog is oorspronkelijk gepubliceerd via de media van de Nederlandse Vereniging voor de verenigde naties. Zie daar ook over dit onderwerp http://www.nvvn.nl/sdg-12-duurzame-productie-en-consumptie/

DUURZAME PRODUCENT, DUURZAME CONSUMENT
(ONTWIKKELINGSDOEL, SDG 12)

Inleiding
De wereld heeft de laatste decennia grote veranderingen ondergaan. Daarbij zijn miljoenen mensen uit de armoede verheven en hebben een aantal landen middelbare inkomensstatus verkregen. Deze ontwikkelingen zijn evenwel voor een groot deel tot stand gekomen ten koste van het milieu. De toenemende vraag naar energie, voedsel, water en andere natuurlijke hulpbronnen heeft geleid tot uitputting van grondstoffen, milieuvervuiling, degradatie van de natuur en klimaatverandering.
Door het consumeren van steeds meer hulpbronnen zijn bestaande ontwikkelingspatronen  niet langer houdbaar. De wereldbevolking zou tegen 2050 9,6 miljard mensen tellen: als we de huidige levenswijze van de ontwikkelde landen behouden, zullen we grondstoffen voor drie planeten nodig hebben.

Een van de kernelementen voor het bereiken van duurzame ontwikkeling is de overgang naar duurzame productie en consumptie. De noodzaak daarvan werd voor het eerst gesignaleerd in de Rio Aardtop van 1992 en bevestigd in de Rio + 20  wereldtop met de aanname van het tienjarige Sustainable Consumption and Production (SCP) Programmakader.
Een van de  duurzame ontwikkelingsdoelen die in 2015 door de Algemene Vergadering van de VN zijn aangenomen is duurzame consumptie en productie, SDG (Sustainable Development Goal), nummer 12. Dit doel is gebaseerd op de intentie de volgende problemen op te lossen:
Voedsel
•    Geschat wordt dat ieder jaar een derde van alle geproduceerde voedsel, het equivalent van 1.3 miljard ton ter waarde van rond de duizend miljard dollar, eindigt in de afvalbakken van consumenten en winkels of verloren gaat door inefficiënt oogsten en transporteren. Twee miljard mensen zijn overgewicht of zwaar overgewicht, terwijl jaarlijks een miljard mensen ondervoed is en een ander miljard niet voldoende te eten heeft. Zo’n  200 miljoen mensen zouden gevoed kunnen worden met verspild voedsel uit Europa;

•    Land degradatie, afnemende vruchtbaarheid van de grond, onhoudbaar watergebruik, overbevissing en afkalving van het mariene milieu verminderen de capaciteit van de aarde om  voldoende voedsel te leveren;
•    De voedselsector is verantwoordelijk voor rond de 30% van de totale energieconsumptie en is verantwoordelijk voor ongeveer 22% van de uitstoot van broeikasgassen;
•    De wereld vertoont ongelijke patronen van de kwaliteit van leven en consumptie. Ongeacht welke indicator men gebruikt, ze wijzen allemaal hogere waarden aan voor mensen in ontwikkelde landen in vergelijking met die in opkomende landen.
Water
•    Minder dan 3 % van de werelds water is drinkbaar, waarvan  2.5 % in bevroren ijsmassa’s in de Noord- en de Zuidpool en in gletsjers, zodat de mensheid het moet doen met 0.5% voor al zijn zoetwater behoeften. En de mens vervuilt het water sneller dan de natuur het kan recyclen in rivieren en meren. Een andere sprekende vergelijking: ieder jaar verbruiken we 250 km³ water om levensmiddelen te produceren die verloren gaan of verspild worden. Dit komt overeen met een volume water dat drie maal groter is dan die van het meer van Genève;

•    Meer dan een miljard mensen hebben geen toegang tot drinkwater. Water is een vrij product, maar de infrastructuur om de mensen ervan te voorzien is kostbaar
.              Energie
•    Ondanks efficiency verbeteringen, zal het gebruik van energie in OECD-landen met 35 % toenemen tot 2020. Commercieel en residentieel gebruik is de tweede snelst groeiende sector na transport in wereldenergiegebruik;
•    In 2002 waren er 550 miljoen voertuigen in de OECD (75% persoonsvoertuigen); de toename ervan tot 2020 wordt geschat op 32%. Tegelijkertijd wordt het aantal gereden kilometers geschat toe te nemen met 40%; vliegtransport wordt verwacht in die periode te verdrievoudigen;

•    Huishoudens consumeren 29% van de energie  en zijn verantwoordelijk voor 21% van de CO2 uitstoot;
•    Een vijfde van de wereld energieconsumptie in 2013 was van duurzame oorsprong;
•    Jaarlijks zou 120 miljard dollar bespaard worden als de hele wereld energie-efficiënte lampen zou gebruiken.
Naast het uitvoeren van het 10-jarig Programmakader inzake Duurzame Consumptie- en Productiepatronen, zijn andere subdoelen van SDG 12:
•    Tegen 2030 het duurzame beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen  realiseren;
•    Tegen 2030 de voedselverspilling in winkels en bij consumenten per capita halveren en voedselverlies reduceren in de productie- en bevoorradingsketens, met inbegrip van verliezen na de oogst;
•    Milieuvriendelijke management van chemische afval in de hele voedselproductieketen;
•    Tegen 2030 de afvalproductie aanzienlijk beperken via preventie, vermindering, recyclage en hergebruik;
•    Bedrijven aanmoedigen, in het bijzonder grote en transnationale bedrijven, om duurzame praktijken aan te nemen en duurzaamheidsintegratie te integreren in hun rapporteringscyclus;
•    Duurzame praktijken bij overheidsopdrachten bevorderen in overeenstemming met nationale beleidslijnen en prioriteiten;
•    Tegen 2030 garanderen dat mensen overal beschikken over relevante informatie over en zich bewust zijn van duurzame ontwikkeling en levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur;
•    Rationalisatie van inefficiënte subsidies op fossiele brandstoffen en van belastingheffing daarop;
•    Methodes voor het ontwikkelen en meten van een meer duurzaam toerisme, met schepping van werkgelegenheid en gebruik van lokale producten en cultuur.

De complete uitvoering van SDG 12 vereist de identificatie van de belangrijkste veroorzakers van overconsumptie, evenals van ongelijke consumptiepatronen. Een essentieel onderdeel van dit ontwikkelingsdoel is om de ongelijkheid te verminderen  die met het gebruik van natuurlijke hulpbronnen samenhangt. Anders dan bij de Millenniumdoelen 2000 – 2015, zijn de duurzame ontwikkelingsdoelen 2016 – 2030 ook van toepassing op ontwikkelde landen. Dat heeft dus extra gewicht bij SDG 12. Ontwikkelde landen wordt gevraagd om  het voorbeeld te geven bij het adopteren van duurzame consumptie- en productiemethoden. In feite is het mogelijk om de levensstandaard in ontwikkelingslanden te verbeteren en tegelijkertijd de vraag naar hulpmiddelen door de welgestelden te verminderen. Bijvoorbeeld de afname van voedselverspilling kan de prijs van voedsel verlagen, wat dan de armen ten goede komt. Van ontwikkelde landen wordt ook verwacht dat zij ontwikkelingslanden ondersteunen in het versterken van hun technologische en wetenschappelijke capaciteiten teneinde een begin te maken met duurzame productie en consumptie.
De Nederlandse regering en andere nationale instanties hebben volop deelgenomen aan de besprekingen die hebben geleid tot de aanname van de duurzame ontwikkelingsdoelen. De verplichtingen die hierbij op de ontwikkelde landen rusten, worden ook door Nederland gehonoreerd. Diverse instanties houden zich hier mee bezig. De inventarisatie van de nationale implementatie geeft details over hoe bovenstaande subdoelen bij ons worden aangepakt.
Persoonlijke inzet
Hoe kun je als consument  meehelpen aan het verduurzamen van productie en consumptie?
Er zijn twee belangrijke manieren om dat te doen. De eerste is om de afval die je maakt zo beperkt mogelijk te houden en die op een milieuvriendelijk wijze op te ruimen. Afval beperken kan op velerlei manieren, zoals het niet onnodig kopen  en weggooien van voedsel en andere spullen. Een ander voorbeeld is karig omgaan met het gebruik van plastic en fietsen in plaats van auto rijden.  De tweede manier is om na te denken bij wat je koopt en daarbij, indien mogelijk, een duurzame optie kiest, zoals de aanschaf van gecertificeerde kleren, meubilair, enzovoorts. Je kunt ook deelnemen aan campagnes om druk  op niet-duurzame bedrijven uit te oefenen. Voor meer ideeën kun je http://www.un.org/sustainabledevelopment/ takeaction bezoeken.

N.B. Deze blog is oorspronkelijk gepubliceerd via de media van de Nederlandse Vereniging voor de verenigde naties. Zie daar ook over dit onderwerp http://www.nvvn.nl/sdg-12-duurzame-productie-en-consumptie/

DUURZAME PRODUCENT, DUURZAME CONSUMENT
(ONTWIKKELINGSDOEL, SDG 12)

Inleiding
De wereld heeft de laatste decennia grote veranderingen ondergaan. Daarbij zijn miljoenen mensen uit de armoede verheven en hebben een aantal landen middelbare inkomensstatus verkregen. Deze ontwikkelingen zijn evenwel voor een groot deel tot stand gekomen ten koste van het milieu. De toenemende vraag naar energie, voedsel, water en andere natuurlijke hulpbronnen heeft geleid tot uitputting van grondstoffen, milieuvervuiling, degradatie van de natuur en klimaatverandering.
Door het consumeren van steeds meer hulpbronnen zijn bestaande ontwikkelingspatronen  niet langer houdbaar. De wereldbevolking zou tegen 2050 9,6 miljard mensen tellen: als we de huidige levenswijze van de ontwikkelde landen behouden, zullen we grondstoffen voor drie planeten nodig hebben.

Een van de kernelementen voor het bereiken van duurzame ontwikkeling is de overgang naar duurzame productie en consumptie. De noodzaak daarvan werd voor het eerst gesignaleerd in de Rio Aardtop van 1992 en bevestigd in de Rio + 20  wereldtop met de aanname van het tienjarige Sustainable Consumption and Production (SCP) Programmakader.
Een van de  duurzame ontwikkelingsdoelen die in 2015 door de Algemene Vergadering van de VN zijn aangenomen is duurzame consumptie en productie, SDG (Sustainable Development Goal), nummer 12. Dit doel is gebaseerd op de intentie de volgende problemen op te lossen:
Voedsel
•    Geschat wordt dat ieder jaar een derde van alle geproduceerde voedsel, het equivalent van 1.3 miljard ton ter waarde van rond de duizend miljard dollar, eindigt in de afvalbakken van consumenten en winkels of verloren gaat door inefficiënt oogsten en transporteren. Twee miljard mensen zijn overgewicht of zwaar overgewicht, terwijl jaarlijks een miljard mensen ondervoed is en een ander miljard niet voldoende te eten heeft. Zo’n  200 miljoen mensen zouden gevoed kunnen worden met verspild voedsel uit Europa;

•    Land degradatie, afnemende vruchtbaarheid van de grond, onhoudbaar watergebruik, overbevissing en afkalving van het mariene milieu verminderen de capaciteit van de aarde om  voldoende voedsel te leveren;
•    De voedselsector is verantwoordelijk voor rond de 30% van de totale energieconsumptie en is verantwoordelijk voor ongeveer 22% van de uitstoot van broeikasgassen;
•    De wereld vertoont ongelijke patronen van de kwaliteit van leven en consumptie. Ongeacht welke indicator men gebruikt, ze wijzen allemaal hogere waarden aan voor mensen in ontwikkelde landen in vergelijking met die in opkomende landen.
Water
•    Minder dan 3 % van de werelds water is drinkbaar, waarvan  2.5 % in bevroren ijsmassa’s in de Noord- en de Zuidpool en in gletsjers, zodat de mensheid het moet doen met 0.5% voor al zijn zoetwater behoeften. En de mens vervuilt het water sneller dan de natuur het kan recyclen in rivieren en meren. Een andere sprekende vergelijking: ieder jaar verbruiken we 250 km³ water om levensmiddelen te produceren die verloren gaan of verspild worden. Dit komt overeen met een volume water dat drie maal groter is dan die van het meer van Genève;

•    Meer dan een miljard mensen hebben geen toegang tot drinkwater. Water is een vrij product, maar de infrastructuur om de mensen ervan te voorzien is kostbaar
.              Energie
•    Ondanks efficiency verbeteringen, zal het gebruik van energie in OECD-landen met 35 % toenemen tot 2020. Commercieel en residentieel gebruik is de tweede snelst groeiende sector na transport in wereldenergiegebruik;
•    In 2002 waren er 550 miljoen voertuigen in de OECD (75% persoonsvoertuigen); de toename ervan tot 2020 wordt geschat op 32%. Tegelijkertijd wordt het aantal gereden kilometers geschat toe te nemen met 40%; vliegtransport wordt verwacht in die periode te verdrievoudigen;

•    Huishoudens consumeren 29% van de energie  en zijn verantwoordelijk voor 21% van de CO2 uitstoot;
•    Een vijfde van de wereld energieconsumptie in 2013 was van duurzame oorsprong;
•    Jaarlijks zou 120 miljard dollar bespaard worden als de hele wereld energie-efficiënte lampen zou gebruiken.
Naast het uitvoeren van het 10-jarig Programmakader inzake Duurzame Consumptie- en Productiepatronen, zijn andere subdoelen van SDG 12:
•    Tegen 2030 het duurzame beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen  realiseren;
•    Tegen 2030 de voedselverspilling in winkels en bij consumenten per capita halveren en voedselverlies reduceren in de productie- en bevoorradingsketens, met inbegrip van verliezen na de oogst;
•    Milieuvriendelijke management van chemische afval in de hele voedselproductieketen;
•    Tegen 2030 de afvalproductie aanzienlijk beperken via preventie, vermindering, recyclage en hergebruik;
•    Bedrijven aanmoedigen, in het bijzonder grote en transnationale bedrijven, om duurzame praktijken aan te nemen en duurzaamheidsintegratie te integreren in hun rapporteringscyclus;
•    Duurzame praktijken bij overheidsopdrachten bevorderen in overeenstemming met nationale beleidslijnen en prioriteiten;
•    Tegen 2030 garanderen dat mensen overal beschikken over relevante informatie over en zich bewust zijn van duurzame ontwikkeling en levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur;
•    Rationalisatie van inefficiënte subsidies op fossiele brandstoffen en van belastingheffing daarop;
•    Methodes voor het ontwikkelen en meten van een meer duurzaam toerisme, met schepping van werkgelegenheid en gebruik van lokale producten en cultuur.

De complete uitvoering van SDG 12 vereist de identificatie van de belangrijkste veroorzakers van overconsumptie, evenals van ongelijke consumptiepatronen. Een essentieel onderdeel van dit ontwikkelingsdoel is om de ongelijkheid te verminderen  die met het gebruik van natuurlijke hulpbronnen samenhangt. Anders dan bij de Millenniumdoelen 2000 – 2015, zijn de duurzame ontwikkelingsdoelen 2016 – 2030 ook van toepassing op ontwikkelde landen. Dat heeft dus extra gewicht bij SDG 12. Ontwikkelde landen wordt gevraagd om  het voorbeeld te geven bij het adopteren van duurzame consumptie- en productiemethoden. In feite is het mogelijk om de levensstandaard in ontwikkelingslanden te verbeteren en tegelijkertijd de vraag naar hulpmiddelen door de welgestelden te verminderen. Bijvoorbeeld de afname van voedselverspilling kan de prijs van voedsel verlagen, wat dan de armen ten goede komt. Van ontwikkelde landen wordt ook verwacht dat zij ontwikkelingslanden ondersteunen in het versterken van hun technologische en wetenschappelijke capaciteiten teneinde een begin te maken met duurzame productie en consumptie.
De Nederlandse regering en andere nationale instanties hebben volop deelgenomen aan de besprekingen die hebben geleid tot de aanname van de duurzame ontwikkelingsdoelen. De verplichtingen die hierbij op de ontwikkelde landen rusten, worden ook door Nederland gehonoreerd. Diverse instanties houden zich hier mee bezig. De inventarisatie van de nationale implementatie geeft details over hoe bovenstaande subdoelen bij ons worden aangepakt.
Persoonlijke inzet
Hoe kun je als consument  meehelpen aan het verduurzamen van productie en consumptie?
Er zijn twee belangrijke manieren om dat te doen. De eerste is om de afval die je maakt zo beperkt mogelijk te houden en die op een milieuvriendelijk wijze op te ruimen. Afval beperken kan op velerlei manieren, zoals het niet onnodig kopen  en weggooien van voedsel en andere spullen. Een ander voorbeeld is karig omgaan met het gebruik van plastic en fietsen in plaats van auto rijden.  De tweede manier is om na te denken bij wat je koopt en daarbij, indien mogelijk, een duurzame optie kiest, zoals de aanschaf van gecertificeerde kleren, meubilair, enzovoorts. Je kunt ook deelnemen aan campagnes om druk  op niet-duurzame bedrijven uit te oefenen. Voor meer ideeën kun je http://www.un.org/sustainabledevelopment/ takeaction bezoeken.

N.B. Deze blog is oorspronkelijk gepubliceerd via de media van de Nederlandse Vereniging voor de verenigde naties. Zie daar ook over dit onderwerp http://www.nvvn.nl/sdg-12-duurzame-productie-en-consumptie/

DUURZAME PRODUCENT, DUURZAME CONSUMENT
(ONTWIKKELINGSDOEL, SDG 12)

Inleiding
De wereld heeft de laatste decennia grote veranderingen ondergaan. Daarbij zijn miljoenen mensen uit de armoede verheven en hebben een aantal landen middelbare inkomensstatus verkregen. Deze ontwikkelingen zijn evenwel voor een groot deel tot stand gekomen ten koste van het milieu. De toenemende vraag naar energie, voedsel, water en andere natuurlijke hulpbronnen heeft geleid tot uitputting van grondstoffen, milieuvervuiling, degradatie van de natuur en klimaatverandering.
Door het consumeren van steeds meer hulpbronnen zijn bestaande ontwikkelingspatronen  niet langer houdbaar. De wereldbevolking zou tegen 2050 9,6 miljard mensen tellen: als we de huidige levenswijze van de ontwikkelde landen behouden, zullen we grondstoffen voor drie planeten nodig hebben.

Een van de kernelementen voor het bereiken van duurzame ontwikkeling is de overgang naar duurzame productie en consumptie. De noodzaak daarvan werd voor het eerst gesignaleerd in de Rio Aardtop van 1992 en bevestigd in de Rio + 20  wereldtop met de aanname van het tienjarige Sustainable Consumption and Production (SCP) Programmakader.
Een van de  duurzame ontwikkelingsdoelen die in 2015 door de Algemene Vergadering van de VN zijn aangenomen is duurzame consumptie en productie, SDG (Sustainable Development Goal), nummer 12. Dit doel is gebaseerd op de intentie de volgende problemen op te lossen:
Voedsel
•    Geschat wordt dat ieder jaar een derde van alle geproduceerde voedsel, het equivalent van 1.3 miljard ton ter waarde van rond de duizend miljard dollar, eindigt in de afvalbakken van consumenten en winkels of verloren gaat door inefficiënt oogsten en transporteren. Twee miljard mensen zijn overgewicht of zwaar overgewicht, terwijl jaarlijks een miljard mensen ondervoed is en een ander miljard niet voldoende te eten heeft. Zo’n  200 miljoen mensen zouden gevoed kunnen worden met verspild voedsel uit Europa;

•    Land degradatie, afnemende vruchtbaarheid van de grond, onhoudbaar watergebruik, overbevissing en afkalving van het mariene milieu verminderen de capaciteit van de aarde om  voldoende voedsel te leveren;
•    De voedselsector is verantwoordelijk voor rond de 30% van de totale energieconsumptie en is verantwoordelijk voor ongeveer 22% van de uitstoot van broeikasgassen;
•    De wereld vertoont ongelijke patronen van de kwaliteit van leven en consumptie. Ongeacht welke indicator men gebruikt, ze wijzen allemaal hogere waarden aan voor mensen in ontwikkelde landen in vergelijking met die in opkomende landen.
Water
•    Minder dan 3 % van de werelds water is drinkbaar, waarvan  2.5 % in bevroren ijsmassa’s in de Noord- en de Zuidpool en in gletsjers, zodat de mensheid het moet doen met 0.5% voor al zijn zoetwater behoeften. En de mens vervuilt het water sneller dan de natuur het kan recyclen in rivieren en meren. Een andere sprekende vergelijking: ieder jaar verbruiken we 250 km³ water om levensmiddelen te produceren die verloren gaan of verspild worden. Dit komt overeen met een volume water dat drie maal groter is dan die van het meer van Genève;

•    Meer dan een miljard mensen hebben geen toegang tot drinkwater. Water is een vrij product, maar de infrastructuur om de mensen ervan te voorzien is kostbaar
.              Energie
•    Ondanks efficiency verbeteringen, zal het gebruik van energie in OECD-landen met 35 % toenemen tot 2020. Commercieel en residentieel gebruik is de tweede snelst groeiende sector na transport in wereldenergiegebruik;
•    In 2002 waren er 550 miljoen voertuigen in de OECD (75% persoonsvoertuigen); de toename ervan tot 2020 wordt geschat op 32%. Tegelijkertijd wordt het aantal gereden kilometers geschat toe te nemen met 40%; vliegtransport wordt verwacht in die periode te verdrievoudigen;

•    Huishoudens consumeren 29% van de energie  en zijn verantwoordelijk voor 21% van de CO2 uitstoot;
•    Een vijfde van de wereld energieconsumptie in 2013 was van duurzame oorsprong;
•    Jaarlijks zou 120 miljard dollar bespaard worden als de hele wereld energie-efficiënte lampen zou gebruiken.
Naast het uitvoeren van het 10-jarig Programmakader inzake Duurzame Consumptie- en Productiepatronen, zijn andere subdoelen van SDG 12:
•    Tegen 2030 het duurzame beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen  realiseren;
•    Tegen 2030 de voedselverspilling in winkels en bij consumenten per capita halveren en voedselverlies reduceren in de productie- en bevoorradingsketens, met inbegrip van verliezen na de oogst;
•    Milieuvriendelijke management van chemische afval in de hele voedselproductieketen;
•    Tegen 2030 de afvalproductie aanzienlijk beperken via preventie, vermindering, recyclage en hergebruik;
•    Bedrijven aanmoedigen, in het bijzonder grote en transnationale bedrijven, om duurzame praktijken aan te nemen en duurzaamheidsintegratie te integreren in hun rapporteringscyclus;
•    Duurzame praktijken bij overheidsopdrachten bevorderen in overeenstemming met nationale beleidslijnen en prioriteiten;
•    Tegen 2030 garanderen dat mensen overal beschikken over relevante informatie over en zich bewust zijn van duurzame ontwikkeling en levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur;
•    Rationalisatie van inefficiënte subsidies op fossiele brandstoffen en van belastingheffing daarop;
•    Methodes voor het ontwikkelen en meten van een meer duurzaam toerisme, met schepping van werkgelegenheid en gebruik van lokale producten en cultuur.

De complete uitvoering van SDG 12 vereist de identificatie van de belangrijkste veroorzakers van overconsumptie, evenals van ongelijke consumptiepatronen. Een essentieel onderdeel van dit ontwikkelingsdoel is om de ongelijkheid te verminderen  die met het gebruik van natuurlijke hulpbronnen samenhangt. Anders dan bij de Millenniumdoelen 2000 – 2015, zijn de duurzame ontwikkelingsdoelen 2016 – 2030 ook van toepassing op ontwikkelde landen. Dat heeft dus extra gewicht bij SDG 12. Ontwikkelde landen wordt gevraagd om  het voorbeeld te geven bij het adopteren van duurzame consumptie- en productiemethoden. In feite is het mogelijk om de levensstandaard in ontwikkelingslanden te verbeteren en tegelijkertijd de vraag naar hulpmiddelen door de welgestelden te verminderen. Bijvoorbeeld de afname van voedselverspilling kan de prijs van voedsel verlagen, wat dan de armen ten goede komt. Van ontwikkelde landen wordt ook verwacht dat zij ontwikkelingslanden ondersteunen in het versterken van hun technologische en wetenschappelijke capaciteiten teneinde een begin te maken met duurzame productie en consumptie.
De Nederlandse regering en andere nationale instanties hebben volop deelgenomen aan de besprekingen die hebben geleid tot de aanname van de duurzame ontwikkelingsdoelen. De verplichtingen die hierbij op de ontwikkelde landen rusten, worden ook door Nederland gehonoreerd. Diverse instanties houden zich hier mee bezig. De inventarisatie van de nationale implementatie geeft details over hoe bovenstaande subdoelen bij ons worden aangepakt.
Persoonlijke inzet
Hoe kun je als consument  meehelpen aan het verduurzamen van productie en consumptie?
Er zijn twee belangrijke manieren om dat te doen. De eerste is om de afval die je maakt zo beperkt mogelijk te houden en die op een milieuvriendelijk wijze op te ruimen. Afval beperken kan op velerlei manieren, zoals het niet onnodig kopen  en weggooien van voedsel en andere spullen. Een ander voorbeeld is karig omgaan met het gebruik van plastic en fietsen in plaats van auto rijden.  De tweede manier is om na te denken bij wat je koopt en daarbij, indien mogelijk, een duurzame optie kiest, zoals de aanschaf van gecertificeerde kleren, meubilair, enzovoorts. Je kunt ook deelnemen aan campagnes om druk  op niet-duurzame bedrijven uit te oefenen. Voor meer ideeën kun je http://www.un.org/sustainabledevelopment/ takeaction bezoeken.

N.B. Deze blog is oorspronkelijk gepubliceerd via de media van de Nederlandse Vereniging voor de verenigde naties. Zie daar ook over dit onderwerp http://www.nvvn.nl/sdg-12-duurzame-productie-en-consumptie/

DUURZAME PRODUCENT, DUURZAME CONSUMENT
(ONTWIKKELINGSDOEL, SDG 12)

Inleiding
De wereld heeft de laatste decennia grote veranderingen ondergaan. Daarbij zijn miljoenen mensen uit de armoede verheven en hebben een aantal landen middelbare inkomensstatus verkregen. Deze ontwikkelingen zijn evenwel voor een groot deel tot stand gekomen ten koste van het milieu. De toenemende vraag naar energie, voedsel, water en andere natuurlijke hulpbronnen heeft geleid tot uitputting van grondstoffen, milieuvervuiling, degradatie van de natuur en klimaatverandering.
Door het consumeren van steeds meer hulpbronnen zijn bestaande ontwikkelingspatronen  niet langer houdbaar. De wereldbevolking zou tegen 2050 9,6 miljard mensen tellen: als we de huidige levenswijze van de ontwikkelde landen behouden, zullen we grondstoffen voor drie planeten nodig hebben.

Een van de kernelementen voor het bereiken van duurzame ontwikkeling is de overgang naar duurzame productie en consumptie. De noodzaak daarvan werd voor het eerst gesignaleerd in de Rio Aardtop van 1992 en bevestigd in de Rio + 20  wereldtop met de aanname van het tienjarige Sustainable Consumption and Production (SCP) Programmakader.
Een van de  duurzame ontwikkelingsdoelen die in 2015 door de Algemene Vergadering van de VN zijn aangenomen is duurzame consumptie en productie, SDG (Sustainable Development Goal), nummer 12. Dit doel is gebaseerd op de intentie de volgende problemen op te lossen:
Voedsel
•    Geschat wordt dat ieder jaar een derde van alle geproduceerde voedsel, het equivalent van 1.3 miljard ton ter waarde van rond de duizend miljard dollar, eindigt in de afvalbakken van consumenten en winkels of verloren gaat door inefficiënt oogsten en transporteren. Twee miljard mensen zijn overgewicht of zwaar overgewicht, terwijl jaarlijks een miljard mensen ondervoed is en een ander miljard niet voldoende te eten heeft. Zo’n  200 miljoen mensen zouden gevoed kunnen worden met verspild voedsel uit Europa;

•    Land degradatie, afnemende vruchtbaarheid van de grond, onhoudbaar watergebruik, overbevissing en afkalving van het mariene milieu verminderen de capaciteit van de aarde om  voldoende voedsel te leveren;
•    De voedselsector is verantwoordelijk voor rond de 30% van de totale energieconsumptie en is verantwoordelijk voor ongeveer 22% van de uitstoot van broeikasgassen;
•    De wereld vertoont ongelijke patronen van de kwaliteit van leven en consumptie. Ongeacht welke indicator men gebruikt, ze wijzen allemaal hogere waarden aan voor mensen in ontwikkelde landen in vergelijking met die in opkomende landen.
Water
•    Minder dan 3 % van de werelds water is drinkbaar, waarvan  2.5 % in bevroren ijsmassa’s in de Noord- en de Zuidpool en in gletsjers, zodat de mensheid het moet doen met 0.5% voor al zijn zoetwater behoeften. En de mens vervuilt het water sneller dan de natuur het kan recyclen in rivieren en meren. Een andere sprekende vergelijking: ieder jaar verbruiken we 250 km³ water om levensmiddelen te produceren die verloren gaan of verspild worden. Dit komt overeen met een volume water dat drie maal groter is dan die van het meer van Genève;

•    Meer dan een miljard mensen hebben geen toegang tot drinkwater. Water is een vrij product, maar de infrastructuur om de mensen ervan te voorzien is kostbaar
.              Energie
•    Ondanks efficiency verbeteringen, zal het gebruik van energie in OECD-landen met 35 % toenemen tot 2020. Commercieel en residentieel gebruik is de tweede snelst groeiende sector na transport in wereldenergiegebruik;
•    In 2002 waren er 550 miljoen voertuigen in de OECD (75% persoonsvoertuigen); de toename ervan tot 2020 wordt geschat op 32%. Tegelijkertijd wordt het aantal gereden kilometers geschat toe te nemen met 40%; vliegtransport wordt verwacht in die periode te verdrievoudigen;

•    Huishoudens consumeren 29% van de energie  en zijn verantwoordelijk voor 21% van de CO2 uitstoot;
•    Een vijfde van de wereld energieconsumptie in 2013 was van duurzame oorsprong;
•    Jaarlijks zou 120 miljard dollar bespaard worden als de hele wereld energie-efficiënte lampen zou gebruiken.
Naast het uitvoeren van het 10-jarig Programmakader inzake Duurzame Consumptie- en Productiepatronen, zijn andere subdoelen van SDG 12:
•    Tegen 2030 het duurzame beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen  realiseren;
•    Tegen 2030 de voedselverspilling in winkels en bij consumenten per capita halveren en voedselverlies reduceren in de productie- en bevoorradingsketens, met inbegrip van verliezen na de oogst;
•    Milieuvriendelijke management van chemische afval in de hele voedselproductieketen;
•    Tegen 2030 de afvalproductie aanzienlijk beperken via preventie, vermindering, recyclage en hergebruik;
•    Bedrijven aanmoedigen, in het bijzonder grote en transnationale bedrijven, om duurzame praktijken aan te nemen en duurzaamheidsintegratie te integreren in hun rapporteringscyclus;
•    Duurzame praktijken bij overheidsopdrachten bevorderen in overeenstemming met nationale beleidslijnen en prioriteiten;
•    Tegen 2030 garanderen dat mensen overal beschikken over relevante informatie over en zich bewust zijn van duurzame ontwikkeling en levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur;
•    Rationalisatie van inefficiënte subsidies op fossiele brandstoffen en van belastingheffing daarop;
•    Methodes voor het ontwikkelen en meten van een meer duurzaam toerisme, met schepping van werkgelegenheid en gebruik van lokale producten en cultuur.

De complete uitvoering van SDG 12 vereist de identificatie van de belangrijkste veroorzakers van overconsumptie, evenals van ongelijke consumptiepatronen. Een essentieel onderdeel van dit ontwikkelingsdoel is om de ongelijkheid te verminderen  die met het gebruik van natuurlijke hulpbronnen samenhangt. Anders dan bij de Millenniumdoelen 2000 – 2015, zijn de duurzame ontwikkelingsdoelen 2016 – 2030 ook van toepassing op ontwikkelde landen. Dat heeft dus extra gewicht bij SDG 12. Ontwikkelde landen wordt gevraagd om  het voorbeeld te geven bij het adopteren van duurzame consumptie- en productiemethoden. In feite is het mogelijk om de levensstandaard in ontwikkelingslanden te verbeteren en tegelijkertijd de vraag naar hulpmiddelen door de welgestelden te verminderen. Bijvoorbeeld de afname van voedselverspilling kan de prijs van voedsel verlagen, wat dan de armen ten goede komt. Van ontwikkelde landen wordt ook verwacht dat zij ontwikkelingslanden ondersteunen in het versterken van hun technologische en wetenschappelijke capaciteiten teneinde een begin te maken met duurzame productie en consumptie.
De Nederlandse regering en andere nationale instanties hebben volop deelgenomen aan de besprekingen die hebben geleid tot de aanname van de duurzame ontwikkelingsdoelen. De verplichtingen die hierbij op de ontwikkelde landen rusten, worden ook door Nederland gehonoreerd. Diverse instanties houden zich hier mee bezig. De inventarisatie van de nationale implementatie geeft details over hoe bovenstaande subdoelen bij ons worden aangepakt.
Persoonlijke inzet
Hoe kun je als consument  meehelpen aan het verduurzamen van productie en consumptie?
Er zijn twee belangrijke manieren om dat te doen. De eerste is om de afval die je maakt zo beperkt mogelijk te houden en die op een milieuvriendelijk wijze op te ruimen. Afval beperken kan op velerlei manieren, zoals het niet onnodig kopen  en weggooien van voedsel en andere spullen. Een ander voorbeeld is karig omgaan met het gebruik van plastic en fietsen in plaats van auto rijden.  De tweede manier is om na te denken bij wat je koopt en daarbij, indien mogelijk, een duurzame optie kiest, zoals de aanschaf van gecertificeerde kleren, meubilair, enzovoorts. Je kunt ook deelnemen aan campagnes om druk  op niet-duurzame bedrijven uit te oefenen. Voor meer ideeën kun je http://www.un.org/sustainabledevelopment/ takeaction bezoeken.

N.B. Deze blog is oorspronkelijk gepubliceerd via de media van de Nederlandse Vereniging voor de verenigde naties. Zie daar ook over dit onderwerp http://www.nvvn.nl/sdg-12-duurzame-productie-en-consumptie/

DUURZAME PRODUCENT, DUURZAME CONSUMENT
(ONTWIKKELINGSDOEL, SDG 12)

Inleiding
De wereld heeft de laatste decennia grote veranderingen ondergaan. Daarbij zijn miljoenen mensen uit de armoede verheven en hebben een aantal landen middelbare inkomensstatus verkregen. Deze ontwikkelingen zijn evenwel voor een groot deel tot stand gekomen ten koste van het milieu. De toenemende vraag naar energie, voedsel, water en andere natuurlijke hulpbronnen heeft geleid tot uitputting van grondstoffen, milieuvervuiling, degradatie van de natuur en klimaatverandering.
Door het consumeren van steeds meer hulpbronnen zijn bestaande ontwikkelingspatronen  niet langer houdbaar. De wereldbevolking zou tegen 2050 9,6 miljard mensen tellen: als we de huidige levenswijze van de ontwikkelde landen behouden, zullen we grondstoffen voor drie planeten nodig hebben.

Een van de kernelementen voor het bereiken van duurzame ontwikkeling is de overgang naar duurzame productie en consumptie. De noodzaak daarvan werd voor het eerst gesignaleerd in de Rio Aardtop van 1992 en bevestigd in de Rio + 20  wereldtop met de aanname van het tienjarige Sustainable Consumption and Production (SCP) Programmakader.
Een van de  duurzame ontwikkelingsdoelen die in 2015 door de Algemene Vergadering van de VN zijn aangenomen is duurzame consumptie en productie, SDG (Sustainable Development Goal), nummer 12. Dit doel is gebaseerd op de intentie de volgende problemen op te lossen:
Voedsel
•    Geschat wordt dat ieder jaar een derde van alle geproduceerde voedsel, het equivalent van 1.3 miljard ton ter waarde van rond de duizend miljard dollar, eindigt in de afvalbakken van consumenten en winkels of verloren gaat door inefficiënt oogsten en transporteren. Twee miljard mensen zijn overgewicht of zwaar overgewicht, terwijl jaarlijks een miljard mensen ondervoed is en een ander miljard niet voldoende te eten heeft. Zo’n  200 miljoen mensen zouden gevoed kunnen worden met verspild voedsel uit Europa;

•    Land degradatie, afnemende vruchtbaarheid van de grond, onhoudbaar watergebruik, overbevissing en afkalving van het mariene milieu verminderen de capaciteit van de aarde om  voldoende voedsel te leveren;
•    De voedselsector is verantwoordelijk voor rond de 30% van de totale energieconsumptie en is verantwoordelijk voor ongeveer 22% van de uitstoot van broeikasgassen;
•    De wereld vertoont ongelijke patronen van de kwaliteit van leven en consumptie. Ongeacht welke indicator men gebruikt, ze wijzen allemaal hogere waarden aan voor mensen in ontwikkelde landen in vergelijking met die in opkomende landen.
Water
•    Minder dan 3 % van de werelds water is drinkbaar, waarvan  2.5 % in bevroren ijsmassa’s in de Noord- en de Zuidpool en in gletsjers, zodat de mensheid het moet doen met 0.5% voor al zijn zoetwater behoeften. En de mens vervuilt het water sneller dan de natuur het kan recyclen in rivieren en meren. Een andere sprekende vergelijking: ieder jaar verbruiken we 250 km³ water om levensmiddelen te produceren die verloren gaan of verspild worden. Dit komt overeen met een volume water dat drie maal groter is dan die van het meer van Genève;

•    Meer dan een miljard mensen hebben geen toegang tot drinkwater. Water is een vrij product, maar de infrastructuur om de mensen ervan te voorzien is kostbaar
.              Energie
•    Ondanks efficiency verbeteringen, zal het gebruik van energie in OECD-landen met 35 % toenemen tot 2020. Commercieel en residentieel gebruik is de tweede snelst groeiende sector na transport in wereldenergiegebruik;
•    In 2002 waren er 550 miljoen voertuigen in de OECD (75% persoonsvoertuigen); de toename ervan tot 2020 wordt geschat op 32%. Tegelijkertijd wordt het aantal gereden kilometers geschat toe te nemen met 40%; vliegtransport wordt verwacht in die periode te verdrievoudigen;

•    Huishoudens consumeren 29% van de energie  en zijn verantwoordelijk voor 21% van de CO2 uitstoot;
•    Een vijfde van de wereld energieconsumptie in 2013 was van duurzame oorsprong;
•    Jaarlijks zou 120 miljard dollar bespaard worden als de hele wereld energie-efficiënte lampen zou gebruiken.
Naast het uitvoeren van het 10-jarig Programmakader inzake Duurzame Consumptie- en Productiepatronen, zijn andere subdoelen van SDG 12:
•    Tegen 2030 het duurzame beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen  realiseren;
•    Tegen 2030 de voedselverspilling in winkels en bij consumenten per capita halveren en voedselverlies reduceren in de productie- en bevoorradingsketens, met inbegrip van verliezen na de oogst;
•    Milieuvriendelijke management van chemische afval in de hele voedselproductieketen;
•    Tegen 2030 de afvalproductie aanzienlijk beperken via preventie, vermindering, recyclage en hergebruik;
•    Bedrijven aanmoedigen, in het bijzonder grote en transnationale bedrijven, om duurzame praktijken aan te nemen en duurzaamheidsintegratie te integreren in hun rapporteringscyclus;
•    Duurzame praktijken bij overheidsopdrachten bevorderen in overeenstemming met nationale beleidslijnen en prioriteiten;
•    Tegen 2030 garanderen dat mensen overal beschikken over relevante informatie over en zich bewust zijn van duurzame ontwikkeling en levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur;
•    Rationalisatie van inefficiënte subsidies op fossiele brandstoffen en van belastingheffing daarop;
•    Methodes voor het ontwikkelen en meten van een meer duurzaam toerisme, met schepping van werkgelegenheid en gebruik van lokale producten en cultuur.

De complete uitvoering van SDG 12 vereist de identificatie van de belangrijkste veroorzakers van overconsumptie, evenals van ongelijke consumptiepatronen. Een essentieel onderdeel van dit ontwikkelingsdoel is om de ongelijkheid te verminderen  die met het gebruik van natuurlijke hulpbronnen samenhangt. Anders dan bij de Millenniumdoelen 2000 – 2015, zijn de duurzame ontwikkelingsdoelen 2016 – 2030 ook van toepassing op ontwikkelde landen. Dat heeft dus extra gewicht bij SDG 12. Ontwikkelde landen wordt gevraagd om  het voorbeeld te geven bij het adopteren van duurzame consumptie- en productiemethoden. In feite is het mogelijk om de levensstandaard in ontwikkelingslanden te verbeteren en tegelijkertijd de vraag naar hulpmiddelen door de welgestelden te verminderen. Bijvoorbeeld de afname van voedselverspilling kan de prijs van voedsel verlagen, wat dan de armen ten goede komt. Van ontwikkelde landen wordt ook verwacht dat zij ontwikkelingslanden ondersteunen in het versterken van hun technologische en wetenschappelijke capaciteiten teneinde een begin te maken met duurzame productie en consumptie.
De Nederlandse regering en andere nationale instanties hebben volop deelgenomen aan de besprekingen die hebben geleid tot de aanname van de duurzame ontwikkelingsdoelen. De verplichtingen die hierbij op de ontwikkelde landen rusten, worden ook door Nederland gehonoreerd. Diverse instanties houden zich hier mee bezig. De inventarisatie van de nationale implementatie geeft details over hoe bovenstaande subdoelen bij ons worden aangepakt.
Persoonlijke inzet
Hoe kun je als consument  meehelpen aan het verduurzamen van productie en consumptie?
Er zijn twee belangrijke manieren om dat te doen. De eerste is om de afval die je maakt zo beperkt mogelijk te houden en die op een milieuvriendelijk wijze op te ruimen. Afval beperken kan op velerlei manieren, zoals het niet onnodig kopen  en weggooien van voedsel en andere spullen. Een ander voorbeeld is karig omgaan met het gebruik van plastic en fietsen in plaats van auto rijden.  De tweede manier is om na te denken bij wat je koopt en daarbij, indien mogelijk, een duurzame optie kiest, zoals de aanschaf van gecertificeerde kleren, meubilair, enzovoorts. Je kunt ook deelnemen aan campagnes om druk  op niet-duurzame bedrijven uit te oefenen. Voor meer ideeën kun je http://www.un.org/sustainabledevelopment/ takeaction bezoeken.

N.B. Deze blog is oorspronkelijk gepubliceerd via de media van de Nederlandse Vereniging voor de verenigde naties. Zie daar ook over dit onderwerp http://www.nvvn.nl/sdg-12-duurzame-productie-en-consumptie/

DUURZAME PRODUCENT, DUURZAME CONSUMENT
(ONTWIKKELINGSDOEL, SDG 12)

Inleiding
De wereld heeft de laatste decennia grote veranderingen ondergaan. Daarbij zijn miljoenen mensen uit de armoede verheven en hebben een aantal landen middelbare inkomensstatus verkregen. Deze ontwikkelingen zijn evenwel voor een groot deel tot stand gekomen ten koste van het milieu. De toenemende vraag naar energie, voedsel, water en andere natuurlijke hulpbronnen heeft geleid tot uitputting van grondstoffen, milieuvervuiling, degradatie van de natuur en klimaatverandering.
Door het consumeren van steeds meer hulpbronnen zijn bestaande ontwikkelingspatronen  niet langer houdbaar. De wereldbevolking zou tegen 2050 9,6 miljard mensen tellen: als we de huidige levenswijze van de ontwikkelde landen behouden, zullen we grondstoffen voor drie planeten nodig hebben.

Een van de kernelementen voor het bereiken van duurzame ontwikkeling is de overgang naar duurzame productie en consumptie. De noodzaak daarvan werd voor het eerst gesignaleerd in de Rio Aardtop van 1992 en bevestigd in de Rio + 20  wereldtop met de aanname van het tienjarige Sustainable Consumption and Production (SCP) Programmakader.
Een van de  duurzame ontwikkelingsdoelen die in 2015 door de Algemene Vergadering van de VN zijn aangenomen is duurzame consumptie en productie, SDG (Sustainable Development Goal), nummer 12. Dit doel is gebaseerd op de intentie de volgende problemen op te lossen:
Voedsel
•    Geschat wordt dat ieder jaar een derde van alle geproduceerde voedsel, het equivalent van 1.3 miljard ton ter waarde van rond de duizend miljard dollar, eindigt in de afvalbakken van consumenten en winkels of verloren gaat door inefficiënt oogsten en transporteren. Twee miljard mensen zijn overgewicht of zwaar overgewicht, terwijl jaarlijks een miljard mensen ondervoed is en een ander miljard niet voldoende te eten heeft. Zo’n  200 miljoen mensen zouden gevoed kunnen worden met verspild voedsel uit Europa;

•    Land degradatie, afnemende vruchtbaarheid van de grond, onhoudbaar watergebruik, overbevissing en afkalving van het mariene milieu verminderen de capaciteit van de aarde om  voldoende voedsel te leveren;
•    De voedselsector is verantwoordelijk voor rond de 30% van de totale energieconsumptie en is verantwoordelijk voor ongeveer 22% van de uitstoot van broeikasgassen;
•    De wereld vertoont ongelijke patronen van de kwaliteit van leven en consumptie. Ongeacht welke indicator men gebruikt, ze wijzen allemaal hogere waarden aan voor mensen in ontwikkelde landen in vergelijking met die in opkomende landen.
Water
•    Minder dan 3 % van de werelds water is drinkbaar, waarvan  2.5 % in bevroren ijsmassa’s in de Noord- en de Zuidpool en in gletsjers, zodat de mensheid het moet doen met 0.5% voor al zijn zoetwater behoeften. En de mens vervuilt het water sneller dan de natuur het kan recyclen in rivieren en meren. Een andere sprekende vergelijking: ieder jaar verbruiken we 250 km³ water om levensmiddelen te produceren die verloren gaan of verspild worden. Dit komt overeen met een volume water dat drie maal groter is dan die van het meer van Genève;

•    Meer dan een miljard mensen hebben geen toegang tot drinkwater. Water is een vrij product, maar de infrastructuur om de mensen ervan te voorzien is kostbaar
.              Energie
•    Ondanks efficiency verbeteringen, zal het gebruik van energie in OECD-landen met 35 % toenemen tot 2020. Commercieel en residentieel gebruik is de tweede snelst groeiende sector na transport in wereldenergiegebruik;
•    In 2002 waren er 550 miljoen voertuigen in de OECD (75% persoonsvoertuigen); de toename ervan tot 2020 wordt geschat op 32%. Tegelijkertijd wordt het aantal gereden kilometers geschat toe te nemen met 40%; vliegtransport wordt verwacht in die periode te verdrievoudigen;

•    Huishoudens consumeren 29% van de energie  en zijn verantwoordelijk voor 21% van de CO2 uitstoot;
•    Een vijfde van de wereld energieconsumptie in 2013 was van duurzame oorsprong;
•    Jaarlijks zou 120 miljard dollar bespaard worden als de hele wereld energie-efficiënte lampen zou gebruiken.
Naast het uitvoeren van het 10-jarig Programmakader inzake Duurzame Consumptie- en Productiepatronen, zijn andere subdoelen van SDG 12:
•    Tegen 2030 het duurzame beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen  realiseren;
•    Tegen 2030 de voedselverspilling in winkels en bij consumenten per capita halveren en voedselverlies reduceren in de productie- en bevoorradingsketens, met inbegrip van verliezen na de oogst;
•    Milieuvriendelijke management van chemische afval in de hele voedselproductieketen;
•    Tegen 2030 de afvalproductie aanzienlijk beperken via preventie, vermindering, recyclage en hergebruik;
•    Bedrijven aanmoedigen, in het bijzonder grote en transnationale bedrijven, om duurzame praktijken aan te nemen en duurzaamheidsintegratie te integreren in hun rapporteringscyclus;
•    Duurzame praktijken bij overheidsopdrachten bevorderen in overeenstemming met nationale beleidslijnen en prioriteiten;
•    Tegen 2030 garanderen dat mensen overal beschikken over relevante informatie over en zich bewust zijn van duurzame ontwikkeling en levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur;
•    Rationalisatie van inefficiënte subsidies op fossiele brandstoffen en van belastingheffing daarop;
•    Methodes voor het ontwikkelen en meten van een meer duurzaam toerisme, met schepping van werkgelegenheid en gebruik van lokale producten en cultuur.

De complete uitvoering van SDG 12 vereist de identificatie van de belangrijkste veroorzakers van overconsumptie, evenals van ongelijke consumptiepatronen. Een essentieel onderdeel van dit ontwikkelingsdoel is om de ongelijkheid te verminderen  die met het gebruik van natuurlijke hulpbronnen samenhangt. Anders dan bij de Millenniumdoelen 2000 – 2015, zijn de duurzame ontwikkelingsdoelen 2016 – 2030 ook van toepassing op ontwikkelde landen. Dat heeft dus extra gewicht bij SDG 12. Ontwikkelde landen wordt gevraagd om  het voorbeeld te geven bij het adopteren van duurzame consumptie- en productiemethoden. In feite is het mogelijk om de levensstandaard in ontwikkelingslanden te verbeteren en tegelijkertijd de vraag naar hulpmiddelen door de welgestelden te verminderen. Bijvoorbeeld de afname van voedselverspilling kan de prijs van voedsel verlagen, wat dan de armen ten goede komt. Van ontwikkelde landen wordt ook verwacht dat zij ontwikkelingslanden ondersteunen in het versterken van hun technologische en wetenschappelijke capaciteiten teneinde een begin te maken met duurzame productie en consumptie.
De Nederlandse regering en andere nationale instanties hebben volop deelgenomen aan de besprekingen die hebben geleid tot de aanname van de duurzame ontwikkelingsdoelen. De verplichtingen die hierbij op de ontwikkelde landen rusten, worden ook door Nederland gehonoreerd. Diverse instanties houden zich hier mee bezig. De inventarisatie van de nationale implementatie geeft details over hoe bovenstaande subdoelen bij ons worden aangepakt.
Persoonlijke inzet
Hoe kun je als consument  meehelpen aan het verduurzamen van productie en consumptie?
Er zijn twee belangrijke manieren om dat te doen. De eerste is om de afval die je maakt zo beperkt mogelijk te houden en die op een milieuvriendelijk wijze op te ruimen. Afval beperken kan op velerlei manieren, zoals het niet onnodig kopen  en weggooien van voedsel en andere spullen. Een ander voorbeeld is karig omgaan met het gebruik van plastic en fietsen in plaats van auto rijden.  De tweede manier is om na te denken bij wat je koopt en daarbij, indien mogelijk, een duurzame optie kiest, zoals de aanschaf van gecertificeerde kleren, meubilair, enzovoorts. Je kunt ook deelnemen aan campagnes om druk  op niet-duurzame bedrijven uit te oefenen. Voor meer ideeën kun je http://www.un.org/sustainabledevelopment/ takeaction bezoeken.

N.B. Deze blog is oorspronkelijk gepubliceerd via de media van de Nederlandse Vereniging voor de verenigde naties. Zie daar ook over dit onderwerp http://www.nvvn.nl/sdg-12-duurzame-productie-en-consumptie/

DUURZAME PRODUCENT, DUURZAME CONSUMENT
(ONTWIKKELINGSDOEL, SDG 12)

Inleiding
De wereld heeft de laatste decennia grote veranderingen ondergaan. Daarbij zijn miljoenen mensen uit de armoede verheven en hebben een aantal landen middelbare inkomensstatus verkregen. Deze ontwikkelingen zijn evenwel voor een groot deel tot stand gekomen ten koste van het milieu. De toenemende vraag naar energie, voedsel, water en andere natuurlijke hulpbronnen heeft geleid tot uitputting van grondstoffen, milieuvervuiling, degradatie van de natuur en klimaatverandering.
Door het consumeren van steeds meer hulpbronnen zijn bestaande ontwikkelingspatronen  niet langer houdbaar. De wereldbevolking zou tegen 2050 9,6 miljard mensen tellen: als we de huidige levenswijze van de ontwikkelde landen behouden, zullen we grondstoffen voor drie planeten nodig hebben.

Een van de kernelementen voor het bereiken van duurzame ontwikkeling is de overgang naar duurzame productie en consumptie. De noodzaak daarvan werd voor het eerst gesignaleerd in de Rio Aardtop van 1992 en bevestigd in de Rio + 20  wereldtop met de aanname van het tienjarige Sustainable Consumption and Production (SCP) Programmakader.
Een van de  duurzame ontwikkelingsdoelen die in 2015 door de Algemene Vergadering van de VN zijn aangenomen is duurzame consumptie en productie, SDG (Sustainable Development Goal), nummer 12. Dit doel is gebaseerd op de intentie de volgende problemen op te lossen:
Voedsel
•    Geschat wordt dat ieder jaar een derde van alle geproduceerde voedsel, het equivalent van 1.3 miljard ton ter waarde van rond de duizend miljard dollar, eindigt in de afvalbakken van consumenten en winkels of verloren gaat door inefficiënt oogsten en transporteren. Twee miljard mensen zijn overgewicht of zwaar overgewicht, terwijl jaarlijks een miljard mensen ondervoed is en een ander miljard niet voldoende te eten heeft. Zo’n  200 miljoen mensen zouden gevoed kunnen worden met verspild voedsel uit Europa;

•    Land degradatie, afnemende vruchtbaarheid van de grond, onhoudbaar watergebruik, overbevissing en afkalving van het mariene milieu verminderen de capaciteit van de aarde om  voldoende voedsel te leveren;
•    De voedselsector is verantwoordelijk voor rond de 30% van de totale energieconsumptie en is verantwoordelijk voor ongeveer 22% van de uitstoot van broeikasgassen;
•    De wereld vertoont ongelijke patronen van de kwaliteit van leven en consumptie. Ongeacht welke indicator men gebruikt, ze wijzen allemaal hogere waarden aan voor mensen in ontwikkelde landen in vergelijking met die in opkomende landen.
Water
•    Minder dan 3 % van de werelds water is drinkbaar, waarvan  2.5 % in bevroren ijsmassa’s in de Noord- en de Zuidpool en in gletsjers, zodat de mensheid het moet doen met 0.5% voor al zijn zoetwater behoeften. En de mens vervuilt het water sneller dan de natuur het kan recyclen in rivieren en meren. Een andere sprekende vergelijking: ieder jaar verbruiken we 250 km³ water om levensmiddelen te produceren die verloren gaan of verspild worden. Dit komt overeen met een volume water dat drie maal groter is dan die van het meer van Genève;

•    Meer dan een miljard mensen hebben geen toegang tot drinkwater. Water is een vrij product, maar de infrastructuur om de mensen ervan te voorzien is kostbaar
.              Energie
•    Ondanks efficiency verbeteringen, zal het gebruik van energie in OECD-landen met 35 % toenemen tot 2020. Commercieel en residentieel gebruik is de tweede snelst groeiende sector na transport in wereldenergiegebruik;
•    In 2002 waren er 550 miljoen voertuigen in de OECD (75% persoonsvoertuigen); de toename ervan tot 2020 wordt geschat op 32%. Tegelijkertijd wordt het aantal gereden kilometers geschat toe te nemen met 40%; vliegtransport wordt verwacht in die periode te verdrievoudigen;

•    Huishoudens consumeren 29% van de energie  en zijn verantwoordelijk voor 21% van de CO2 uitstoot;
•    Een vijfde van de wereld energieconsumptie in 2013 was van duurzame oorsprong;
•    Jaarlijks zou 120 miljard dollar bespaard worden als de hele wereld energie-efficiënte lampen zou gebruiken.
Naast het uitvoeren van het 10-jarig Programmakader inzake Duurzame Consumptie- en Productiepatronen, zijn andere subdoelen van SDG 12:
•    Tegen 2030 het duurzame beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen  realiseren;
•    Tegen 2030 de voedselverspilling in winkels en bij consumenten per capita halveren en voedselverlies reduceren in de productie- en bevoorradingsketens, met inbegrip van verliezen na de oogst;
•    Milieuvriendelijke management van chemische afval in de hele voedselproductieketen;
•    Tegen 2030 de afvalproductie aanzienlijk beperken via preventie, vermindering, recyclage en hergebruik;
•    Bedrijven aanmoedigen, in het bijzonder grote en transnationale bedrijven, om duurzame praktijken aan te nemen en duurzaamheidsintegratie te integreren in hun rapporteringscyclus;
•    Duurzame praktijken bij overheidsopdrachten bevorderen in overeenstemming met nationale beleidslijnen en prioriteiten;
•    Tegen 2030 garanderen dat mensen overal beschikken over relevante informatie over en zich bewust zijn van duurzame ontwikkeling en levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur;
•    Rationalisatie van inefficiënte subsidies op fossiele brandstoffen en van belastingheffing daarop;
•    Methodes voor het ontwikkelen en meten van een meer duurzaam toerisme, met schepping van werkgelegenheid en gebruik van lokale producten en cultuur.

De complete uitvoering van SDG 12 vereist de identificatie van de belangrijkste veroorzakers van overconsumptie, evenals van ongelijke consumptiepatronen. Een essentieel onderdeel van dit ontwikkelingsdoel is om de ongelijkheid te verminderen  die met het gebruik van natuurlijke hulpbronnen samenhangt. Anders dan bij de Millenniumdoelen 2000 – 2015, zijn de duurzame ontwikkelingsdoelen 2016 – 2030 ook van toepassing op ontwikkelde landen. Dat heeft dus extra gewicht bij SDG 12. Ontwikkelde landen wordt gevraagd om  het voorbeeld te geven bij het adopteren van duurzame consumptie- en productiemethoden. In feite is het mogelijk om de levensstandaard in ontwikkelingslanden te verbeteren en tegelijkertijd de vraag naar hulpmiddelen door de welgestelden te verminderen. Bijvoorbeeld de afname van voedselverspilling kan de prijs van voedsel verlagen, wat dan de armen ten goede komt. Van ontwikkelde landen wordt ook verwacht dat zij ontwikkelingslanden ondersteunen in het versterken van hun technologische en wetenschappelijke capaciteiten teneinde een begin te maken met duurzame productie en consumptie.
De Nederlandse regering en andere nationale instanties hebben volop deelgenomen aan de besprekingen die hebben geleid tot de aanname van de duurzame ontwikkelingsdoelen. De verplichtingen die hierbij op de ontwikkelde landen rusten, worden ook door Nederland gehonoreerd. Diverse instanties houden zich hier mee bezig. De inventarisatie van de nationale implementatie geeft details over hoe bovenstaande subdoelen bij ons worden aangepakt.
Persoonlijke inzet
Hoe kun je als consument  meehelpen aan het verduurzamen van productie en consumptie?
Er zijn twee belangrijke manieren om dat te doen. De eerste is om de afval die je maakt zo beperkt mogelijk te houden en die op een milieuvriendelijk wijze op te ruimen. Afval beperken kan op velerlei manieren, zoals het niet onnodig kopen  en weggooien van voedsel en andere spullen. Een ander voorbeeld is karig omgaan met het gebruik van plastic en fietsen in plaats van auto rijden.  De tweede manier is om na te denken bij wat je koopt en daarbij, indien mogelijk, een duurzame optie kiest, zoals de aanschaf van gecertificeerde kleren, meubilair, enzovoorts. Je kunt ook deelnemen aan campagnes om druk  op niet-duurzame bedrijven uit te oefenen. Voor meer ideeën kun je http://www.un.org/sustainabledevelopment/ takeaction bezoeken.

N.B. Deze blog is oorspronkelijk gepubliceerd via de media van de Nederlandse Vereniging voor de verenigde naties. Zie daar ook over dit onderwerp http://www.nvvn.nl/sdg-12-duurzame-productie-en-consumptie/

DUURZAME PRODUCENT, DUURZAME CONSUMENT
(ONTWIKKELINGSDOEL, SDG 12)

Inleiding
De wereld heeft de laatste decennia grote veranderingen ondergaan. Daarbij zijn miljoenen mensen uit de armoede verheven en hebben een aantal landen middelbare inkomensstatus verkregen. Deze ontwikkelingen zijn evenwel voor een groot deel tot stand gekomen ten koste van het milieu. De toenemende vraag naar energie, voedsel, water en andere natuurlijke hulpbronnen heeft geleid tot uitputting van grondstoffen, milieuvervuiling, degradatie van de natuur en klimaatverandering.
Door het consumeren van steeds meer hulpbronnen zijn bestaande ontwikkelingspatronen  niet langer houdbaar. De wereldbevolking zou tegen 2050 9,6 miljard mensen tellen: als we de huidige levenswijze van de ontwikkelde landen behouden, zullen we grondstoffen voor drie planeten nodig hebben.

Een van de kernelementen voor het bereiken van duurzame ontwikkeling is de overgang naar duurzame productie en consumptie. De noodzaak daarvan werd voor het eerst gesignaleerd in de Rio Aardtop van 1992 en bevestigd in de Rio + 20  wereldtop met de aanname van het tienjarige Sustainable Consumption and Production (SCP) Programmakader.
Een van de  duurzame ontwikkelingsdoelen die in 2015 door de Algemene Vergadering van de VN zijn aangenomen is duurzame consumptie en productie, SDG (Sustainable Development Goal), nummer 12. Dit doel is gebaseerd op de intentie de volgende problemen op te lossen:
Voedsel
•    Geschat wordt dat ieder jaar een derde van alle geproduceerde voedsel, het equivalent van 1.3 miljard ton ter waarde van rond de duizend miljard dollar, eindigt in de afvalbakken van consumenten en winkels of verloren gaat door inefficiënt oogsten en transporteren. Twee miljard mensen zijn overgewicht of zwaar overgewicht, terwijl jaarlijks een miljard mensen ondervoed is en een ander miljard niet voldoende te eten heeft. Zo’n  200 miljoen mensen zouden gevoed kunnen worden met verspild voedsel uit Europa;

•    Land degradatie, afnemende vruchtbaarheid van de grond, onhoudbaar watergebruik, overbevissing en afkalving van het mariene milieu verminderen de capaciteit van de aarde om  voldoende voedsel te leveren;
•    De voedselsector is verantwoordelijk voor rond de 30% van de totale energieconsumptie en is verantwoordelijk voor ongeveer 22% van de uitstoot van broeikasgassen;
•    De wereld vertoont ongelijke patronen van de kwaliteit van leven en consumptie. Ongeacht welke indicator men gebruikt, ze wijzen allemaal hogere waarden aan voor mensen in ontwikkelde landen in vergelijking met die in opkomende landen.
Water
•    Minder dan 3 % van de werelds water is drinkbaar, waarvan  2.5 % in bevroren ijsmassa’s in de Noord- en de Zuidpool en in gletsjers, zodat de mensheid het moet doen met 0.5% voor al zijn zoetwater behoeften. En de mens vervuilt het water sneller dan de natuur het kan recyclen in rivieren en meren. Een andere sprekende vergelijking: ieder jaar verbruiken we 250 km³ water om levensmiddelen te produceren die verloren gaan of verspild worden. Dit komt overeen met een volume water dat drie maal groter is dan die van het meer van Genève;

•    Meer dan een miljard mensen hebben geen toegang tot drinkwater. Water is een vrij product, maar de infrastructuur om de mensen ervan te voorzien is kostbaar
.              Energie
•    Ondanks efficiency verbeteringen, zal het gebruik van energie in OECD-landen met 35 % toenemen tot 2020. Commercieel en residentieel gebruik is de tweede snelst groeiende sector na transport in wereldenergiegebruik;
•    In 2002 waren er 550 miljoen voertuigen in de OECD (75% persoonsvoertuigen); de toename ervan tot 2020 wordt geschat op 32%. Tegelijkertijd wordt het aantal gereden kilometers geschat toe te nemen met 40%; vliegtransport wordt verwacht in die periode te verdrievoudigen;

•    Huishoudens consumeren 29% van de energie  en zijn verantwoordelijk voor 21% van de CO2 uitstoot;
•    Een vijfde van de wereld energieconsumptie in 2013 was van duurzame oorsprong;
•    Jaarlijks zou 120 miljard dollar bespaard worden als de hele wereld energie-efficiënte lampen zou gebruiken.
Naast het uitvoeren van het 10-jarig Programmakader inzake Duurzame Consumptie- en Productiepatronen, zijn andere subdoelen van SDG 12:
•    Tegen 2030 het duurzame beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen  realiseren;
•    Tegen 2030 de voedselverspilling in winkels en bij consumenten per capita halveren en voedselverlies reduceren in de productie- en bevoorradingsketens, met inbegrip van verliezen na de oogst;
•    Milieuvriendelijke management van chemische afval in de hele voedselproductieketen;
•    Tegen 2030 de afvalproductie aanzienlijk beperken via preventie, vermindering, recyclage en hergebruik;
•    Bedrijven aanmoedigen, in het bijzonder grote en transnationale bedrijven, om duurzame praktijken aan te nemen en duurzaamheidsintegratie te integreren in hun rapporteringscyclus;
•    Duurzame praktijken bij overheidsopdrachten bevorderen in overeenstemming met nationale beleidslijnen en prioriteiten;
•    Tegen 2030 garanderen dat mensen overal beschikken over relevante informatie over en zich bewust zijn van duurzame ontwikkeling en levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur;
•    Rationalisatie van inefficiënte subsidies op fossiele brandstoffen en van belastingheffing daarop;
•    Methodes voor het ontwikkelen en meten van een meer duurzaam toerisme, met schepping van werkgelegenheid en gebruik van lokale producten en cultuur.

De complete uitvoering van SDG 12 vereist de identificatie van de belangrijkste veroorzakers van overconsumptie, evenals van ongelijke consumptiepatronen. Een essentieel onderdeel van dit ontwikkelingsdoel is om de ongelijkheid te verminderen  die met het gebruik van natuurlijke hulpbronnen samenhangt. Anders dan bij de Millenniumdoelen 2000 – 2015, zijn de duurzame ontwikkelingsdoelen 2016 – 2030 ook van toepassing op ontwikkelde landen. Dat heeft dus extra gewicht bij SDG 12. Ontwikkelde landen wordt gevraagd om  het voorbeeld te geven bij het adopteren van duurzame consumptie- en productiemethoden. In feite is het mogelijk om de levensstandaard in ontwikkelingslanden te verbeteren en tegelijkertijd de vraag naar hulpmiddelen door de welgestelden te verminderen. Bijvoorbeeld de afname van voedselverspilling kan de prijs van voedsel verlagen, wat dan de armen ten goede komt. Van ontwikkelde landen wordt ook verwacht dat zij ontwikkelingslanden ondersteunen in het versterken van hun technologische en wetenschappelijke capaciteiten teneinde een begin te maken met duurzame productie en consumptie.
De Nederlandse regering en andere nationale instanties hebben volop deelgenomen aan de besprekingen die hebben geleid tot de aanname van de duurzame ontwikkelingsdoelen. De verplichtingen die hierbij op de ontwikkelde landen rusten, worden ook door Nederland gehonoreerd. Diverse instanties houden zich hier mee bezig. De inventarisatie van de nationale implementatie geeft details over hoe bovenstaande subdoelen bij ons worden aangepakt.
Persoonlijke inzet
Hoe kun je als consument  meehelpen aan het verduurzamen van productie en consumptie?
Er zijn twee belangrijke manieren om dat te doen. De eerste is om de afval die je maakt zo beperkt mogelijk te houden en die op een milieuvriendelijk wijze op te ruimen. Afval beperken kan op velerlei manieren, zoals het niet onnodig kopen  en weggooien van voedsel en andere spullen. Een ander voorbeeld is karig omgaan met het gebruik van plastic en fietsen in plaats van auto rijden.  De tweede manier is om na te denken bij wat je koopt en daarbij, indien mogelijk, een duurzame optie kiest, zoals de aanschaf van gecertificeerde kleren, meubilair, enzovoorts. Je kunt ook deelnemen aan campagnes om druk  op niet-duurzame bedrijven uit te oefenen. Voor meer ideeën kun je http://www.un.org/sustainabledevelopment/ takeaction bezoeken.

N.B. Deze blog is oorspronkelijk gepubliceerd via de media van de Nederlandse Vereniging voor de verenigde naties. Zie daar ook over dit onderwerp http://www.nvvn.nl/sdg-12-duurzame-productie-en-consumptie/

DUURZAME PRODUCENT, DUURZAME CONSUMENT
(ONTWIKKELINGSDOEL, SDG 12)

Inleiding
De wereld heeft de laatste decennia grote veranderingen ondergaan. Daarbij zijn miljoenen mensen uit de armoede verheven en hebben een aantal landen middelbare inkomensstatus verkregen. Deze ontwikkelingen zijn evenwel voor een groot deel tot stand gekomen ten koste van het milieu. De toenemende vraag naar energie, voedsel, water en andere natuurlijke hulpbronnen heeft geleid tot uitputting van grondstoffen, milieuvervuiling, degradatie van de natuur en klimaatverandering.
Door het consumeren van steeds meer hulpbronnen zijn bestaande ontwikkelingspatronen  niet langer houdbaar. De wereldbevolking zou tegen 2050 9,6 miljard mensen tellen: als we de huidige levenswijze van de ontwikkelde landen behouden, zullen we grondstoffen voor drie planeten nodig hebben.

Een van de kernelementen voor het bereiken van duurzame ontwikkeling is de overgang naar duurzame productie en consumptie. De noodzaak daarvan werd voor het eerst gesignaleerd in de Rio Aardtop van 1992 en bevestigd in de Rio + 20  wereldtop met de aanname van het tienjarige Sustainable Consumption and Production (SCP) Programmakader.
Een van de  duurzame ontwikkelingsdoelen die in 2015 door de Algemene Vergadering van de VN zijn aangenomen is duurzame consumptie en productie, SDG (Sustainable Development Goal), nummer 12. Dit doel is gebaseerd op de intentie de volgende problemen op te lossen:
Voedsel
•    Geschat wordt dat ieder jaar een derde van alle geproduceerde voedsel, het equivalent van 1.3 miljard ton ter waarde van rond de duizend miljard dollar, eindigt in de afvalbakken van consumenten en winkels of verloren gaat door inefficiënt oogsten en transporteren. Twee miljard mensen zijn overgewicht of zwaar overgewicht, terwijl jaarlijks een miljard mensen ondervoed is en een ander miljard niet voldoende te eten heeft. Zo’n  200 miljoen mensen zouden gevoed kunnen worden met verspild voedsel uit Europa;

•    Land degradatie, afnemende vruchtbaarheid van de grond, onhoudbaar watergebruik, overbevissing en afkalving van het mariene milieu verminderen de capaciteit van de aarde om  voldoende voedsel te leveren;
•    De voedselsector is verantwoordelijk voor rond de 30% van de totale energieconsumptie en is verantwoordelijk voor ongeveer 22% van de uitstoot van broeikasgassen;
•    De wereld vertoont ongelijke patronen van de kwaliteit van leven en consumptie. Ongeacht welke indicator men gebruikt, ze wijzen allemaal hogere waarden aan voor mensen in ontwikkelde landen in vergelijking met die in opkomende landen.
Water
•    Minder dan 3 % van de werelds water is drinkbaar, waarvan  2.5 % in bevroren ijsmassa’s in de Noord- en de Zuidpool en in gletsjers, zodat de mensheid het moet doen met 0.5% voor al zijn zoetwater behoeften. En de mens vervuilt het water sneller dan de natuur het kan recyclen in rivieren en meren. Een andere sprekende vergelijking: ieder jaar verbruiken we 250 km³ water om levensmiddelen te produceren die verloren gaan of verspild worden. Dit komt overeen met een volume water dat drie maal groter is dan die van het meer van Genève;

•    Meer dan een miljard mensen hebben geen toegang tot drinkwater. Water is een vrij product, maar de infrastructuur om de mensen ervan te voorzien is kostbaar
.              Energie
•    Ondanks efficiency verbeteringen, zal het gebruik van energie in OECD-landen met 35 % toenemen tot 2020. Commercieel en residentieel gebruik is de tweede snelst groeiende sector na transport in wereldenergiegebruik;
•    In 2002 waren er 550 miljoen voertuigen in de OECD (75% persoonsvoertuigen); de toename ervan tot 2020 wordt geschat op 32%. Tegelijkertijd wordt het aantal gereden kilometers geschat toe te nemen met 40%; vliegtransport wordt verwacht in die periode te verdrievoudigen;

•    Huishoudens consumeren 29% van de energie  en zijn verantwoordelijk voor 21% van de CO2 uitstoot;
•    Een vijfde van de wereld energieconsumptie in 2013 was van duurzame oorsprong;
•    Jaarlijks zou 120 miljard dollar bespaard worden als de hele wereld energie-efficiënte lampen zou gebruiken.
Naast het uitvoeren van het 10-jarig Programmakader inzake Duurzame Consumptie- en Productiepatronen, zijn andere subdoelen van SDG 12:
•    Tegen 2030 het duurzame beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen  realiseren;
•    Tegen 2030 de voedselverspilling in winkels en bij consumenten per capita halveren en voedselverlies reduceren in de productie- en bevoorradingsketens, met inbegrip van verliezen na de oogst;
•    Milieuvriendelijke management van chemische afval in de hele voedselproductieketen;
•    Tegen 2030 de afvalproductie aanzienlijk beperken via preventie, vermindering, recyclage en hergebruik;
•    Bedrijven aanmoedigen, in het bijzonder grote en transnationale bedrijven, om duurzame praktijken aan te nemen en duurzaamheidsintegratie te integreren in hun rapporteringscyclus;
•    Duurzame praktijken bij overheidsopdrachten bevorderen in overeenstemming met nationale beleidslijnen en prioriteiten;
•    Tegen 2030 garanderen dat mensen overal beschikken over relevante informatie over en zich bewust zijn van duurzame ontwikkeling en levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur;
•    Rationalisatie van inefficiënte subsidies op fossiele brandstoffen en van belastingheffing daarop;
•    Methodes voor het ontwikkelen en meten van een meer duurzaam toerisme, met schepping van werkgelegenheid en gebruik van lokale producten en cultuur.

De complete uitvoering van SDG 12 vereist de identificatie van de belangrijkste veroorzakers van overconsumptie, evenals van ongelijke consumptiepatronen. Een essentieel onderdeel van dit ontwikkelingsdoel is om de ongelijkheid te verminderen  die met het gebruik van natuurlijke hulpbronnen samenhangt. Anders dan bij de Millenniumdoelen 2000 – 2015, zijn de duurzame ontwikkelingsdoelen 2016 – 2030 ook van toepassing op ontwikkelde landen. Dat heeft dus extra gewicht bij SDG 12. Ontwikkelde landen wordt gevraagd om  het voorbeeld te geven bij het adopteren van duurzame consumptie- en productiemethoden. In feite is het mogelijk om de levensstandaard in ontwikkelingslanden te verbeteren en tegelijkertijd de vraag naar hulpmiddelen door de welgestelden te verminderen. Bijvoorbeeld de afname van voedselverspilling kan de prijs van voedsel verlagen, wat dan de armen ten goede komt. Van ontwikkelde landen wordt ook verwacht dat zij ontwikkelingslanden ondersteunen in het versterken van hun technologische en wetenschappelijke capaciteiten teneinde een begin te maken met duurzame productie en consumptie.
De Nederlandse regering en andere nationale instanties hebben volop deelgenomen aan de besprekingen die hebben geleid tot de aanname van de duurzame ontwikkelingsdoelen. De verplichtingen die hierbij op de ontwikkelde landen rusten, worden ook door Nederland gehonoreerd. Diverse instanties houden zich hier mee bezig. De inventarisatie van de nationale implementatie geeft details over hoe bovenstaande subdoelen bij ons worden aangepakt.
Persoonlijke inzet
Hoe kun je als consument  meehelpen aan het verduurzamen van productie en consumptie?
Er zijn twee belangrijke manieren om dat te doen. De eerste is om de afval die je maakt zo beperkt mogelijk te houden en die op een milieuvriendelijk wijze op te ruimen. Afval beperken kan op velerlei manieren, zoals het niet onnodig kopen  en weggooien van voedsel en andere spullen. Een ander voorbeeld is karig omgaan met het gebruik van plastic en fietsen in plaats van auto rijden.  De tweede manier is om na te denken bij wat je koopt en daarbij, indien mogelijk, een duurzame optie kiest, zoals de aanschaf van gecertificeerde kleren, meubilair, enzovoorts. Je kunt ook deelnemen aan campagnes om druk  op niet-duurzame bedrijven uit te oefenen. Voor meer ideeën kun je http://www.un.org/sustainabledevelopment/ takeaction bezoeken.

N.B. Deze blog is oorspronkelijk gepubliceerd via de media van de Nederlandse Vereniging voor de verenigde naties. Zie daar ook over dit onderwerp http://www.nvvn.nl/sdg-12-duurzame-productie-en-consumptie/