De Macht der Gewoonte

 

Het belang van gewoontes kan moeilijk onderschat worden in het streven naar ons ‘reuze-deugden-zelf. Onderstaand gedicht, toegeschreven aan Frank Outlaw en vrijelijk vertaald, illustreert dat:
Het draait allemaal om karakter
Let op je gedachten, ze worden woorden
Let op je woorden, ze worden handelingen
Let op je handelingen, ze worden gewoontes
Let op je gewoontes, ze worden karakter
Let op je karakter, het wordt je bestemming!

De vader van de deugdethiek, de Griekse filosoof Aristoteles, vond dat van de drie in zijn tijd gesignaleerde manieren om goed te zijn: afstamming, gewoontes en voorschriften, gewoontes de belangrijkste van de drie waren.

Ook William James, een van de bekendste Amerikaanse psychologen, beweerde dat, hoewel ons leven voor een deel uit weloverwogen beslissingen bestaat, er ook een grote hoeveelheid praktische, emotionele en intellectuele gewoontes in ons leven de dienst uitmaken.

Onderzoek van de Amerikaanse Duke Universiteit geeft aan dat wel 40% van ons gedrag uit gewoontes bestaat.

Relatie deugden en gewoontes

Yearley formuleert de deugd als een gezindheid om te handelen, willen en voelen, die een beoordeling inhoudt en die leidt tot een herkenbare menselijke voortreffelijkheid of voorbeeld van menselijk floreren. Deugden zijn niet aangeboren, maar zijn goede gewoontes geworden, dankzij voortdurende oefening.
Uit deze beschrijving blijkt dat gewoontevorming essentieel is in het aankweken van deugdzaam gedrag. En hierna geven we de belangrijkste processen aan die deze gewoontevorming bepalen. Een belangrijk onderscheid tussen deugden en gewoontes is dat deugden een morele grondslag hebben, terwijl gewoontes zowel goed als slecht van aard kunnen zijn. Als je deugdzaam wilt worden is het dus zaak, door middel van ons morele denken, ervoor te waken goede en geen slechte gewoontes aan te kweken.

Gewoontes aanleren of veranderen

Gewoontes bestaan uit een drieledig circuit: een prikkel, signaal of trigger die de hersens vertelt om in een automatisme over te gaan en aangeeft welke gewoonte geactiveerd moet worden. Dan is er de routine, die fysiek, mentaal of emotioneel kan zijn. Tenslotte is er de beloning, die het verstand helpt om te bepalen of het de moeite waard is dit specifieke circuit in de toekomst te blijven volgen.


Nieuwe gewoontes worden dus gevormd door een circuit van prikkel, routine en beloning. Daarbij wordt een behoefte, een aandrang geschapen die het circuit voedt. Een prikkel en een beloning zijn op zichzelf niet voldoende om een nieuwe gewoonte te vormen. De prikkel moet, naast het oproepen van een routine, eveneens de hunkering naar de verwachte beloning oproepen. In de loop van de tijd wordt dit circuit van prikkel, routine en beloning steeds automatischer. De prikkel en de beloning raken met elkaar verstrengeld totdat een sterk gevoel van anticipatie en behoefte ontstaat.
Gewoontes zijn taai omdat ze neurologische behoeften scheppen. Ze zorgen ervoor dat onze hersens zich aan hen vastklampen ten koste van andere faciliteiten, inclusief ons gezond verstand. Tevens zijn ze verbazingwekkend delicaat. Als prikkels zelfs maar licht veranderen, kan een gewoonte verstoord raken.
Gewoontes ontstaan omdat ons brein continu naar manieren zoekt om inspanningen te verminderen. Terwijl we het nieuwe gedrag aanleren, neemt de mentale activiteit af. Die besparing heeft het grote voordeel dat de bespaarde mentale energie voor andere, mogelijk meer productieve, activiteiten aangewend kan worden. Gewoontes en routines geven vastigheid, omdat ze de onzekerheid van de keuze elimineren.
Gewoontes zijn geen lotsbestemming. We kunnen ze veranderen. Ons brein maakt geen onderscheid tussen goede en slechte gewoontes. Ze zijn vaak evenzeer een vloek als een zegen. Je kunt slechte gewoontes niet elimineren, alleen maar veranderen. We kunnen nieuwe neurologische routines aanmaken om ongewenst gedrag uit te schakelen en de slechte tendensen naar de achtergrond te dringen. De scheidslijn tussen gewoontes en verslaving is soms moeilijk aan te geven.

We houden ons misschien het meest bezig met het veranderen van slechte gewoontes, vooral via voornemens aan het begin van het jaar. Een hoogst loffelijke bezigheid. In de positieve psychologie promoot men het versterken van goede gewoontes en de transfer van hun invloed naar andere, zwakkere gewoontes. Dat zou in plaats van ontgoocheling bij tegenslag in de uitvoering van goede voornemens, meer bevrediging en aanmoediging kunnen opleveren.
De Gouden Regel van gewoonteverandering is: de oorspronkelijke prikkel en de oorspronkelijke beloning aanhouden, maar een nieuwe routine inpassen. De nieuwe gewoonte moet in een vertrouwde ‘verpakking’ gecamoufleerd worden. Praktisch iedere gewoonte kan veranderd worden als prikkel en beloning hetzelfde blijven.
Gewoonteverandering is niet makkelijk. Echte verandering vraagt inzet en kennis van de behoeften die je gedrag oproepen. Als je een gewoonte wilt veranderen, moet je bewust besluiten dat te doen. Je moet de prikkels en beloningen identificeren en alternatieve routines vinden.
Ondanks enkele algemeenheden is er geen eenvoudige of alomvattende formule voor het veranderen van gewoontes. Individuen en gewoontes zijn allemaal verschillend van elkaar en de specifieke manieren om ze te identificeren en te veranderen, verschillen van persoon tot persoon en van gedrag tot gedrag.
Voor gewoonteverandering kan het de moeite lonen zich te concentreren op kern- of sleutelgewoontes. Deze bezetten een strategische positie in het gewoontegedrag; door deze te veranderen worden tegelijkertijd andere gewoontepatronen veranderd. Een persoonlijk voorbeeld was het onderbreken van een verslavingstriumviraat roken, koffie en bier drinken. Door, als eerste, het roken te stoppen werd het, door het reeds verminderde genot door de afwezigheid van nicotine, makkelijker om daarna bier en vervolgens overconsumptie van koffie te elimineren. Net als het aanpakken van de juiste kerngewoontes grootscheepse verandering teweeg kan brengen, zo kan de keuze van verkeerde kerngewoontes rampen veroorzaken.

Tientallen studies hebben aangetoond dat wilskracht, inclusief zelfbeheersing, de allerbelangrijkste factor is in het behalen van individueel succes. De beste manier is daarom van wilskracht een gewoonte te maken.

Starbucks, de gigantische ‘koffiezetter’, heeft een uitgebreid trainingsprogram in zelfbeheersing voor al zijn employees opgezet. Het wordt als een belangrijke factor gezien in de succesvolle management van het bedrijf. Het is nu algemeen geaccepteerd dat wilskracht aangeleerd kan worden. Je moet evenwel in de gaten houden dat wilskracht, net als een spier, vermoeid kan raken en daardoor effectiviteit kan verliezen. Het is daarom zaak met deze gewoonte verstandig om te gaan. Dat de een makkelijker wilskracht ontwikkelt dan een ander kan, althans deels, verklaard worden door de mate van vrijheid. Als mensen vinden dat ze geen autonomie hebben, maar alleen opdrachten moeten uitvoeren, raakt de ‘spier’ van de wilskracht veel vlugger vermoeid.
Voor enkele gewoontes is er nog een ander ingrediënt nodig om te veranderen en vol te houden en dat is de vaste overtuiging dat men de gewoonte kan veranderen! Dit is vooral van belang wanneer onverwachte stress optreedt. Dit is overtuigend aangetoond bij het afkicken van alcoholverslaving. Een groep of gemeenschap is bij uitstek geschikt om zo’n overtuiging op te bouwen en vast te houden.

Een belangrijke gebeurtenis in het leven kan de aanleiding zijn gewoontes te veranderen. Dit kan gebeuren als gevolg van gezondheidsproblemen bijvoorbeeld of bij winkelgewoontes de komst van het eerste kind.

Als je je er eenmaal van bewust bent dat gewoontes veranderd kunnen worden, heb je de vrijheid, en tegelijkertijd de verantwoordelijkheid, om de slechte om te zetten in goede gewoontes. Dat brengt deugdzaamheid en geluk. De beste resultaten krijg je met concrete doelen, uitgewerkt in een plan, het SMART plan: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Tijdsgebonden en Realistisch.

Deze blog put uitvoerig uit het boek van Charles Duhigg. ‘The Power of Habits’ (2012)