Mensenrechten

 

Op zondag 10 december vieren we de 69ste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM). De proclamatie van deze rechten in 1948 was een mijlpaal in de wettelijke erkenning van de waardigheid van de mens. De Verklaring was en is van universele betekenis, omdat ze altijd en overal geldig is, voor alle landen en volken. De erkenning van gelijke en onvervreemdbare rechten voor alle leden van de menselijke familie wordt erkend als de basis voor vrijheid, rechtvaardigheid en vrede.
De Verklaring is kort, bevat slechts dertig artikelen en heeft geen bindende wetskracht. Die legale binding is gekomen door VN-verdragen die nadien zijn opgesteld over een groot aantal onderwerpen, zoals burger- en politieke rechten; economische, sociale en culturele rechten; discriminatie, foltering, gehandicapten, senioren, kinderen en migranten. Er zouden nog meer rechten bij kunnen komen, zoals het recht op vrede, op een ontwapende planeet en de rechten van toekomstige generaties.
Terwijl verdragen vooral volkenrechtelijke betekenis hebben en primair voor overheden van belang zijn, kunnen een aantal mensenrechten ook op gezins- en persoonlijk niveau toegepast worden, zoals vrijheid van meningsuiting en van geloof.

kinderrechten

Rechten brengen plichten met zich mee. Artikel 29 van de Universele Verklaring stelt: ’Eenieder heeft plichten jegens de gemeenschap, zonder welke de vrije en volledige ontplooiing van zijn persoonlijkheid niet mogelijk is’.
Op persoonlijk niveau kunnen die rechten als tweevoudig gezien worden; ten eerste ervoor te zorgen dat men de rechten passief en/of actief uitoefent, bijvoorbeeld het recht op vrije meningsuiting. Een ander voorbeeld is het recht op een adequate levensstandaard, via een betaalde baan of via sociale voorzieningen.
Ten tweede kunnen deze rechten behalve voor individueel of familiaal genot, ook ten behoeve van anderen worden verdedigd en uitgeoefend.
Je zou vanwege hun algemeenheid de begrippen in de Universele Verklaring als waarden kunnen bestempelen, de uitwerking ervan in mensenrechtenverdragen als normen. Maar hoe breng je de samenleving en het individu ertoe het gewenste gedrag te vertonen. Want, ondanks continue vooruitgang, is er nog een wereld te winnen voor een betere naleving van de waarden en normen, zowel wat landen als wat personen betreft. Volgens de bekende theoloog Hans Küng hebben de Verenigde Naties door de Universele Verklaring en daaropvolgende Verdragen een enorme bijdrage aan globale vooruitgang geleverd. Niettemin, vond hij, dat een wereldethiek, die meer is dan alleen maar rechten, nog ontbrak. Rechten bestaan op het niveau van wetten en sancties. Hoewel die belangrijk zijn, maken de afwezigheid van eerlijkheid, innerlijke overtuiging en onvoorwaardelijke criteria het moeilijk om mensenrechten te verwezenlijken. Bijgevolg heeft de wereld een ethische basis nodig om de mensenrechten veilig te stellen, aldus Küng.

 

Het aankweken van deugden zou een waardevolle stap zijn in de versterking van de ethiek in het algemeen en van de mensenrechtenethiek in het bijzonder, omdat deugden het gedrag grondvesten op innerlijke overtuiging en persoonlijke motivatie. We denken hierbij aan de lijn van deugden: openheid, verdraagzaamheid, respect, beleefdheid, empathie en altruïsme. En aan de lijn rechtvaardigheid, integriteit en eerlijkheid.
De ons aangeboren zucht naar macht en rijkdom, op zowel maatschappelijk als persoonlijk niveau, wordt vaak prioriteit gegeven boven mensenrechten. Politieke en maatschappelijke instanties zijn nodig voor de bescherming en uitoefening van mensenrechten. Ze moeten evenwel hand in hand gaan met persoonlijke overtuigingen en gedrag. Deugden kunnen daarbij een handje helpen.

rechten en plichten in balans