Deugdethiek en integriteit

Dit is de titel van een in 2010 verschenen boek van de hand van Marcel Becker en medeauteurs Hoekstra, Karssing, Niessen en Van Tongeren.

Hoofdstuk 1 geeft de noodzaak aan voor aandacht voor ethiek in ons openbaar bestuur. Daarbij zien we steeds meer dat de deugdethiek de bestaande regelgeving en de codes kan aanvullen. Hoofdstuk 2 zet uiteen wat een deugd is. Hoofdstuk 3 legt de relatie tussen  deugdethiek en ambtelijke integriteit. Hoofdstukken 4 tot en met 7 zijn gewijd aan de vier kardinale deugden: moed, verstandigheid, maat en rechtvaardigheid. In hoofdstuk 8 krijgt de lezer deugd-ethische tips aangereikt hoe met integriteit aan de slag te gaan.
Het  gaat dus vooral over de overheidsadministratie en de plaats van ambtenaren daarin. Daarbij wordt een eerder gezegde van de Hoop Scheffer aangehaald dat het verschil tussen het bedrijfsleven en de overheid de moraal is. Gesteld wordt dat het in de deugdethiek niet alleen gaat om het zich houden aan regels of gedragscodes of het bereiken van een bepaald doel, maar ook om excellent functioneren. Een goed ambtenaar is 24 uur per dag ambtsdrager in die zin dat hij 24 uur per dag het ambt niet mag schaden.
De deugdethiek richt zich niet op handelingen per se, maar op de houding van een persoon en zijn morele kwaliteiten. De houding is slechts algemeen  van karakter en wordt in de concrete situatie waargemaakt De lastigste integriteitsproblemen zijn die waarin de keuze er een is  tussen verschillende waarden  die om de voorrang strijden  en alle in beginsel goed zijn. We bevinden ons dan  in het grote grijze gebied tussen fraude, corruptie, etc. enerzijds en maatschappelijk geaccepteerd gedrag anderzijds.
Het openbaar bestuur is de afgelopen 25 jaar grondig veranderd. De ambtenaar heeft een grotere beslissings- en beoordelingsruimte gekregen. Hij is dynamisch, flexibel en creatief en kan meer dan voorheen oplossingsgericht werken en dat heeft de discussie over  goed handelen stevig beïnvloed. De intensivering van de aandacht voor de ethiek maakt dat de deugd-ethische achtergrond interessant wordt.  
Als het gaat om (ethische) problemen wordt van de ambtenaar veerkracht verwacht. Hij speelt flexibel in op uiteenlopende situaties, maar wel vanuit de kernwaarden van het openbaar bestuur. Bij deze handelwijze past de deugdethiek die goed handelen beschrijft als een situationeel oordelen door iemand die een goed gevormde houding heeft. Handelingen vloeien voort uit houdingen; houdingen bepalen voor een belangrijk deel onze emoties en ook wat en hoe we waarnemen.
Integriteit komt voor in gradaties en we kunnen groeien in integriteit. De deugdethiek biedt handvaten hoe die groei te stimuleren. De ontwikkeling van de juiste houding is een proces dat nooit eindigt.
De voorbeeldfunctie geldt allerwegen als een van de belangrijkste bijdragen aan een goed integriteitsklimaat. Door ons handelen vormen we niet alleen onze eigen houding, maar ook die van anderen. Omgekeerd zijn anderen vaak belangrijk als referentie voor ons eigen handelen. Deugdzaam is degene die zich optrekt aan het voorbeeld en probeert zichzelf te verbeteren.
De vier kardinale deugden verstandigheid, rechtvaardigheid, maat en moed horen thuis in elke deugd, ook in die van de integriteit . De goede ambtenaar zal deze deugden idealiter in grote mate beheersen.
Integriteitsmanagement beweegt zich heen en weer tussen compliance (strikte regelgeving en controle op naleving) aan de ene kant en values (waarden) aan de andere. Er is momenteel een breed gedeelde overeenstemming dat integriteitsbeleid beide moet omvatten. De deugdethiek die positieve oriëntaties formuleert en positivisme als eigenschap van de persoon zelf ziet, staat aan de zijde van de ‘values’ benadering en weet de sterke kant hiervan optimaal te benutten: zij spreekt de persoon en zijn motivatie direct aan en is complementair aan de bestaande regels en codes.

Voor verdere informatie zie www.integriteitoverheid.nl

Bewaren

Info. Deugden bij filosoof/romancier Alain de Botton

Filosofen houden er vaak andere rangordes van deugden op na. Wij willen graag de ‘set of 10 new virtues for atheists’ van Alain de Botton met u delen. Hij is een bekend romancier en filosoof en heeft een aantal populaire boeken op zijn naam staan, onder meer over liefde en geluk. Hij heeft onder School of Life een groot aantal interessante lezingen op youtube staan, onder meer over liefde, seksualiteit en romantiek. Hij stelt onder meer vast dat vluchtige romantiek de ware liefde schaadt.


De rangorde van de 10 deugden is verschillend van onze rangorde, maar ze komen in grote trekken overeen. Resilience (veerkracht) en self-awareness (zelfbewustzijn) staan normaal niet op andere deugdlijsten, maar zijn zeker waardevolle, zo niet essentiële eigenschappen in de moderne maatschappij.

De Botton’s tien geboden voor atheisten zijn (in het Engels):
1. Resilience. Keeping going even when things are looking dark.
2. Empathy. The capacity to connect imaginatively with the sufferings and unique experiences of another person.
3. Patience. We should grow calmer and more forgiving by getting more realistic about how things actually tend to go.
4. Sacrifice. We won’t ever manage to raise a family, love someone else or save the planet if we don’t keep up with the art of sacrifice.
5. Politeness. Politeness is very linked to tolerance, the capacity to live alongside people whom one will never agree with, but at the same time, can’t avoid.
6. Humour. Like anger, humour springs from disappointment, but it’s disappointment optimally channelled.
7. Self-Awareness. To know oneself is to try not to blame others for one’s troubles and moods; to have a sense of what’s going on inside oneself, and what actually belongs to the world.
8. Forgiveness. It’s recognising that living with others isn’t possible without excusing errors.
9. Hope. Pessimism isn’t necessarily deep, nor optimism shallow.
10. Confidence. Confidence isn’t arrogance, it’s based on a constant awareness of how short life is and how little we ultimately lose from risking everything.

Beautiful Message (Chetan Bhagat)!

Uit het verre Oosten komt veel wijsheid. Hier een voorbeeld

 

Chetan Bhagat

💬  If    You    Are    Right    Then    There    is     No    Need    to    Get    Angry …

💬  And    If    You    Are    Wrong    Then    You    Don’t    Have    Any    Right    to    Get    Angry.

💬  Patience    With    Family    is  Love …..

💬  Patience    With    Others    is  Respect.

💬  Patience    With    Self    is  Confidence  And  Patience  With  GOD  is  Faith.

💬  Never    Think    Hard    About    The    PAST ,    It    Brings    Tears…

💬  Don’t    Think    More    About  The  FUTURE ,  It  Brings  Fear…

💬  Live  This  Moment  With  A  Smile ,  It    Brings  Cheer.

💬  Every    Test    in    Our    Life  Makes  Us  Bitter  Or  Better …..

💬  Every  Problem  Comes  To  Make  Us  Or   Break  Us  !

💬  The      Choice    is      Ours  Whether  We   Become  Victims  Or  Victorious.

💬  Beautiful  Things    Are    Not  Always  Good  But  Good  Things  Are  Always  Beautiful ……  Forever.

💬  ” Happiness ”  Keeps  You ….  Sweet  But   Being  Sweet  Brings  Happiness.

DUURZAME PRODUCENT, DUURZAME CONSUMENT

ONTWIKKELINGSDOEL, SDG 12
Inleiding
De wereld heeft de laatste decennia grote veranderingen ondergaan. Daarbij zijn miljoenen mensen uit de armoede verheven en hebben een aantal landen middelbare inkomensstatus verkregen. Deze ontwikkelingen zijn evenwel voor een groot deel tot stand gekomen ten koste van het milieu. De toenemende vraag naar energie, voedsel, water en andere natuurlijke hulpbronnen heeft geleid tot uitputting van grondstoffen, milieuvervuiling, degradatie van de natuur en klimaatverandering.
Door het consumeren van steeds meer hulpbronnen zijn bestaande ontwikkelingspatronen  niet langer houdbaar. De wereldbevolking zou tegen 2050 9,6 miljard mensen tellen: als we de huidige levenswijze van de ontwikkelde landen behouden, zullen we grondstoffen voor drie planeten nodig hebben.

Een van de kernelementen voor het bereiken van duurzame ontwikkeling is de overgang naar duurzame productie en consumptie. De noodzaak daarvan werd voor het eerst gesignaleerd in de Rio Aardtop van 1992 en bevestigd in de Rio + 20  wereldtop met de aanname van het tienjarige Sustainable Consumption and Production (SCP) Programmakader.
Een van de  duurzame ontwikkelingsdoelen die in 2015 door de Algemene Vergadering van de VN zijn aangenomen is duurzame consumptie en productie, SDG (Sustainable Development Goal), nummer 12. Dit doel is gebaseerd op de intentie de volgende problemen op te lossen:
Voedsel
•    Geschat wordt dat ieder jaar een derde van alle geproduceerde voedsel, het equivalent van 1.3 miljard ton ter waarde van rond de duizend miljard dollar, eindigt in de afvalbakken van consumenten en winkels of verloren gaat door inefficiënt oogsten en transporteren. Twee miljard mensen zijn overgewicht of zwaar overgewicht, terwijl jaarlijks een miljard mensen ondervoed is en een ander miljard niet voldoende te eten heeft. Zo’n  200 miljoen mensen zouden gevoed kunnen worden met verspild voedsel uit Europa;

 

•    Land degradatie, afnemende vruchtbaarheid van de grond, onhoudbaar watergebruik, overbevissing en afkalving van het mariene milieu verminderen de capaciteit van de aarde om  voldoende voedsel te leveren;
•    De voedselsector is verantwoordelijk voor rond de 30% van de totale energieconsumptie en is verantwoordelijk voor ongeveer 22% van de uitstoot van broeikasgassen;
•    De wereld vertoont ongelijke patronen van de kwaliteit van leven en consumptie. Ongeacht welke indicator men gebruikt, ze wijzen allemaal hogere waarden aan voor mensen in ontwikkelde landen in vergelijking met die in opkomende landen.
Water
•    Minder dan 3 % van de werelds water is drinkbaar, waarvan  2.5 % in bevroren ijsmassa’s in de Noord- en de Zuidpool en in gletsjers, zodat de mensheid het moet doen met 0.5% voor al zijn zoetwater behoeften. En de mens vervuilt het water sneller dan de natuur het kan recyclen in rivieren en meren. Een andere sprekende vergelijking: ieder jaar verbruiken we 250 km³ water om levensmiddelen te produceren die verloren gaan of verspild worden. Dit komt overeen met een volume water dat drie maal groter is dan die van het meer van Genève;

•    Meer dan een miljard mensen hebben geen toegang tot drinkwater. Water is een vrij product, maar de infrastructuur om de mensen ervan te voorzien is kostbaar
Energie
•    Ondanks efficiency verbeteringen, zal het gebruik van energie in OECD-landen met 35 % toenemen tot 2020. Commercieel en residentieel gebruik is de tweede snelst groeiende sector na transport in wereldenergiegebruik;
•    In 2002 waren er 550 miljoen voertuigen in de OECD (75% persoonsvoertuigen); de toename ervan tot 2020 wordt geschat op 32%. Tegelijkertijd wordt het aantal gereden kilometers geschat toe te nemen met 40%; vliegtransport wordt verwacht in die periode te verdrievoudigen;

 

•    Huishoudens consumeren 29% van de energie  en zijn verantwoordelijk voor 21% van de CO2 uitstoot;
•    Een vijfde van de wereld energieconsumptie in 2013 was van duurzame oorsprong;
•    Jaarlijks zou 120 miljard dollar bespaard worden als de hele wereld energie-efficiënte lampen zou gebruiken.
Naast het uitvoeren van het 10-jarig Programmakader inzake Duurzame Consumptie- en Productiepatronen, zijn andere subdoelen van SDG 12:
•    Tegen 2030 het duurzame beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen  realiseren;
•    Tegen 2030 de voedselverspilling in winkels en bij consumenten per capita halveren en voedselverlies reduceren in de productie- en bevoorradingsketens, met inbegrip van verliezen na de oogst;
•    Milieuvriendelijke management van chemische afval in de hele voedselproductieketen;
•    Tegen 2030 de afvalproductie aanzienlijk beperken via preventie, vermindering, recyclage en hergebruik;
•    Bedrijven aanmoedigen, in het bijzonder grote en transnationale bedrijven, om duurzame praktijken aan te nemen en duurzaamheidsintegratie te integreren in hun rapporteringscyclus;
•    Duurzame praktijken bij overheidsopdrachten bevorderen in overeenstemming met nationale beleidslijnen en prioriteiten;
•    Tegen 2030 garanderen dat mensen overal beschikken over relevante informatie over en zich bewust zijn van duurzame ontwikkeling en levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur;
•    Rationalisatie van inefficiënte subsidies op fossiele brandstoffen en van belastingheffing daarop;
•    Methodes voor het ontwikkelen en meten van een meer duurzaam toerisme, met schepping van werkgelegenheid en gebruik van lokale producten en cultuur.

De complete uitvoering van SDG 12 vereist de identificatie van de belangrijkste veroorzakers van overconsumptie, evenals van ongelijke consumptiepatronen. Een essentieel onderdeel van dit ontwikkelingsdoel is om de ongelijkheid te verminderen  die met het gebruik van natuurlijke hulpbronnen samenhangt. Anders dan bij de Millenniumdoelen 2000 – 2015, zijn de duurzame ontwikkelingsdoelen 2016 – 2030 ook van toepassing op ontwikkelde landen. Dat heeft dus extra gewicht bij SDG 12. Ontwikkelde landen wordt gevraagd om  het voorbeeld te geven bij het adopteren van duurzame consumptie- en productiemethoden. In feite is het mogelijk om de levensstandaard in ontwikkelingslanden te verbeteren en tegelijkertijd de vraag naar hulpmiddelen door de welgestelden te verminderen. Bijvoorbeeld de afname van voedselverspilling kan de prijs van voedsel verlagen, wat dan de armen ten goede komt. Van ontwikkelde landen wordt ook verwacht dat zij ontwikkelingslanden ondersteunen in het versterken van hun technologische en wetenschappelijke capaciteiten teneinde een begin te maken met duurzame productie en consumptie.
De Nederlandse regering en andere nationale instanties hebben volop deelgenomen aan de besprekingen die hebben geleid tot de aanname van de duurzame ontwikkelingsdoelen. De verplichtingen die hierbij op de ontwikkelde landen rusten, worden ook door Nederland gehonoreerd. Diverse instanties houden zich hier mee bezig. De inventarisatie van de nationale implementatie geeft details over hoe bovenstaande subdoelen bij ons worden aangepakt.
Persoonlijke inzet
Hoe kun je als consument  meehelpen aan het verduurzamen van productie en consumptie?
Er zijn twee belangrijke manieren om dat te doen. De eerste is om de afval die je maakt zo beperkt mogelijk te houden en die op een milieuvriendelijk wijze op te ruimen. Afval beperken kan op velerlei manieren, zoals het niet onnodig kopen  en weggooien van voedsel en andere spullen. Een ander voorbeeld is karig omgaan met het gebruik van plastic en fietsen in plaats van auto rijden.  De tweede manier is om na te denken bij wat je koopt en daarbij, indien mogelijk, een duurzame optie kiest, zoals de aanschaf van gecertificeerde kleren, meubilair, enzovoorts. Je kunt ook deelnemen aan campagnes om druk  op niet-duurzame bedrijven uit te oefenen. Voor meer ideeën kun je http://www.un.org/sustainabledevelopment/ takeaction bezoeken.

N.B. Deze blog is oorspronkelijk gepubliceerd via de media van de Nederlandse Vereniging voor de verenigde naties. Zie daar ook over dit onderwerp http://www.nvvn.nl/sdg-12-duurzame-productie-en-consumptie/

DUURZAME PRODUCENT, DUURZAME CONSUMENT
(ONTWIKKELINGSDOEL, SDG 12)

Inleiding
De wereld heeft de laatste decennia grote veranderingen ondergaan. Daarbij zijn miljoenen mensen uit de armoede verheven en hebben een aantal landen middelbare inkomensstatus verkregen. Deze ontwikkelingen zijn evenwel voor een groot deel tot stand gekomen ten koste van het milieu. De toenemende vraag naar energie, voedsel, water en andere natuurlijke hulpbronnen heeft geleid tot uitputting van grondstoffen, milieuvervuiling, degradatie van de natuur en klimaatverandering.
Door het consumeren van steeds meer hulpbronnen zijn bestaande ontwikkelingspatronen  niet langer houdbaar. De wereldbevolking zou tegen 2050 9,6 miljard mensen tellen: als we de huidige levenswijze van de ontwikkelde landen behouden, zullen we grondstoffen voor drie planeten nodig hebben.

Een van de kernelementen voor het bereiken van duurzame ontwikkeling is de overgang naar duurzame productie en consumptie. De noodzaak daarvan werd voor het eerst gesignaleerd in de Rio Aardtop van 1992 en bevestigd in de Rio + 20  wereldtop met de aanname van het tienjarige Sustainable Consumption and Production (SCP) Programmakader.
Een van de  duurzame ontwikkelingsdoelen die in 2015 door de Algemene Vergadering van de VN zijn aangenomen is duurzame consumptie en productie, SDG (Sustainable Development Goal), nummer 12. Dit doel is gebaseerd op de intentie de volgende problemen op te lossen:
Voedsel
•    Geschat wordt dat ieder jaar een derde van alle geproduceerde voedsel, het equivalent van 1.3 miljard ton ter waarde van rond de duizend miljard dollar, eindigt in de afvalbakken van consumenten en winkels of verloren gaat door inefficiënt oogsten en transporteren. Twee miljard mensen zijn overgewicht of zwaar overgewicht, terwijl jaarlijks een miljard mensen ondervoed is en een ander miljard niet voldoende te eten heeft. Zo’n  200 miljoen mensen zouden gevoed kunnen worden met verspild voedsel uit Europa;

•    Land degradatie, afnemende vruchtbaarheid van de grond, onhoudbaar watergebruik, overbevissing en afkalving van het mariene milieu verminderen de capaciteit van de aarde om  voldoende voedsel te leveren;
•    De voedselsector is verantwoordelijk voor rond de 30% van de totale energieconsumptie en is verantwoordelijk voor ongeveer 22% van de uitstoot van broeikasgassen;
•    De wereld vertoont ongelijke patronen van de kwaliteit van leven en consumptie. Ongeacht welke indicator men gebruikt, ze wijzen allemaal hogere waarden aan voor mensen in ontwikkelde landen in vergelijking met die in opkomende landen.
Water
•    Minder dan 3 % van de werelds water is drinkbaar, waarvan  2.5 % in bevroren ijsmassa’s in de Noord- en de Zuidpool en in gletsjers, zodat de mensheid het moet doen met 0.5% voor al zijn zoetwater behoeften. En de mens vervuilt het water sneller dan de natuur het kan recyclen in rivieren en meren. Een andere sprekende vergelijking: ieder jaar verbruiken we 250 km³ water om levensmiddelen te produceren die verloren gaan of verspild worden. Dit komt overeen met een volume water dat drie maal groter is dan die van het meer van Genève;

•    Meer dan een miljard mensen hebben geen toegang tot drinkwater. Water is een vrij product, maar de infrastructuur om de mensen ervan te voorzien is kostbaar
.              Energie
•    Ondanks efficiency verbeteringen, zal het gebruik van energie in OECD-landen met 35 % toenemen tot 2020. Commercieel en residentieel gebruik is de tweede snelst groeiende sector na transport in wereldenergiegebruik;
•    In 2002 waren er 550 miljoen voertuigen in de OECD (75% persoonsvoertuigen); de toename ervan tot 2020 wordt geschat op 32%. Tegelijkertijd wordt het aantal gereden kilometers geschat toe te nemen met 40%; vliegtransport wordt verwacht in die periode te verdrievoudigen;

•    Huishoudens consumeren 29% van de energie  en zijn verantwoordelijk voor 21% van de CO2 uitstoot;
•    Een vijfde van de wereld energieconsumptie in 2013 was van duurzame oorsprong;
•    Jaarlijks zou 120 miljard dollar bespaard worden als de hele wereld energie-efficiënte lampen zou gebruiken.
Naast het uitvoeren van het 10-jarig Programmakader inzake Duurzame Consumptie- en Productiepatronen, zijn andere subdoelen van SDG 12:
•    Tegen 2030 het duurzame beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen  realiseren;
•    Tegen 2030 de voedselverspilling in winkels en bij consumenten per capita halveren en voedselverlies reduceren in de productie- en bevoorradingsketens, met inbegrip van verliezen na de oogst;
•    Milieuvriendelijke management van chemische afval in de hele voedselproductieketen;
•    Tegen 2030 de afvalproductie aanzienlijk beperken via preventie, vermindering, recyclage en hergebruik;
•    Bedrijven aanmoedigen, in het bijzonder grote en transnationale bedrijven, om duurzame praktijken aan te nemen en duurzaamheidsintegratie te integreren in hun rapporteringscyclus;
•    Duurzame praktijken bij overheidsopdrachten bevorderen in overeenstemming met nationale beleidslijnen en prioriteiten;
•    Tegen 2030 garanderen dat mensen overal beschikken over relevante informatie over en zich bewust zijn van duurzame ontwikkeling en levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur;
•    Rationalisatie van inefficiënte subsidies op fossiele brandstoffen en van belastingheffing daarop;
•    Methodes voor het ontwikkelen en meten van een meer duurzaam toerisme, met schepping van werkgelegenheid en gebruik van lokale producten en cultuur.

De complete uitvoering van SDG 12 vereist de identificatie van de belangrijkste veroorzakers van overconsumptie, evenals van ongelijke consumptiepatronen. Een essentieel onderdeel van dit ontwikkelingsdoel is om de ongelijkheid te verminderen  die met het gebruik van natuurlijke hulpbronnen samenhangt. Anders dan bij de Millenniumdoelen 2000 – 2015, zijn de duurzame ontwikkelingsdoelen 2016 – 2030 ook van toepassing op ontwikkelde landen. Dat heeft dus extra gewicht bij SDG 12. Ontwikkelde landen wordt gevraagd om  het voorbeeld te geven bij het adopteren van duurzame consumptie- en productiemethoden. In feite is het mogelijk om de levensstandaard in ontwikkelingslanden te verbeteren en tegelijkertijd de vraag naar hulpmiddelen door de welgestelden te verminderen. Bijvoorbeeld de afname van voedselverspilling kan de prijs van voedsel verlagen, wat dan de armen ten goede komt. Van ontwikkelde landen wordt ook verwacht dat zij ontwikkelingslanden ondersteunen in het versterken van hun technologische en wetenschappelijke capaciteiten teneinde een begin te maken met duurzame productie en consumptie.
De Nederlandse regering en andere nationale instanties hebben volop deelgenomen aan de besprekingen die hebben geleid tot de aanname van de duurzame ontwikkelingsdoelen. De verplichtingen die hierbij op de ontwikkelde landen rusten, worden ook door Nederland gehonoreerd. Diverse instanties houden zich hier mee bezig. De inventarisatie van de nationale implementatie geeft details over hoe bovenstaande subdoelen bij ons worden aangepakt.
Persoonlijke inzet
Hoe kun je als consument  meehelpen aan het verduurzamen van productie en consumptie?
Er zijn twee belangrijke manieren om dat te doen. De eerste is om de afval die je maakt zo beperkt mogelijk te houden en die op een milieuvriendelijk wijze op te ruimen. Afval beperken kan op velerlei manieren, zoals het niet onnodig kopen  en weggooien van voedsel en andere spullen. Een ander voorbeeld is karig omgaan met het gebruik van plastic en fietsen in plaats van auto rijden.  De tweede manier is om na te denken bij wat je koopt en daarbij, indien mogelijk, een duurzame optie kiest, zoals de aanschaf van gecertificeerde kleren, meubilair, enzovoorts. Je kunt ook deelnemen aan campagnes om druk  op niet-duurzame bedrijven uit te oefenen. Voor meer ideeën kun je http://www.un.org/sustainabledevelopment/ takeaction bezoeken.

N.B. Deze blog is oorspronkelijk gepubliceerd via de media van de Nederlandse Vereniging voor de verenigde naties. Zie daar ook over dit onderwerp http://www.nvvn.nl/sdg-12-duurzame-productie-en-consumptie/

DUURZAME PRODUCENT, DUURZAME CONSUMENT
(ONTWIKKELINGSDOEL, SDG 12)

Inleiding
De wereld heeft de laatste decennia grote veranderingen ondergaan. Daarbij zijn miljoenen mensen uit de armoede verheven en hebben een aantal landen middelbare inkomensstatus verkregen. Deze ontwikkelingen zijn evenwel voor een groot deel tot stand gekomen ten koste van het milieu. De toenemende vraag naar energie, voedsel, water en andere natuurlijke hulpbronnen heeft geleid tot uitputting van grondstoffen, milieuvervuiling, degradatie van de natuur en klimaatverandering.
Door het consumeren van steeds meer hulpbronnen zijn bestaande ontwikkelingspatronen  niet langer houdbaar. De wereldbevolking zou tegen 2050 9,6 miljard mensen tellen: als we de huidige levenswijze van de ontwikkelde landen behouden, zullen we grondstoffen voor drie planeten nodig hebben.

Een van de kernelementen voor het bereiken van duurzame ontwikkeling is de overgang naar duurzame productie en consumptie. De noodzaak daarvan werd voor het eerst gesignaleerd in de Rio Aardtop van 1992 en bevestigd in de Rio + 20  wereldtop met de aanname van het tienjarige Sustainable Consumption and Production (SCP) Programmakader.
Een van de  duurzame ontwikkelingsdoelen die in 2015 door de Algemene Vergadering van de VN zijn aangenomen is duurzame consumptie en productie, SDG (Sustainable Development Goal), nummer 12. Dit doel is gebaseerd op de intentie de volgende problemen op te lossen:
Voedsel
•    Geschat wordt dat ieder jaar een derde van alle geproduceerde voedsel, het equivalent van 1.3 miljard ton ter waarde van rond de duizend miljard dollar, eindigt in de afvalbakken van consumenten en winkels of verloren gaat door inefficiënt oogsten en transporteren. Twee miljard mensen zijn overgewicht of zwaar overgewicht, terwijl jaarlijks een miljard mensen ondervoed is en een ander miljard niet voldoende te eten heeft. Zo’n  200 miljoen mensen zouden gevoed kunnen worden met verspild voedsel uit Europa;

•    Land degradatie, afnemende vruchtbaarheid van de grond, onhoudbaar watergebruik, overbevissing en afkalving van het mariene milieu verminderen de capaciteit van de aarde om  voldoende voedsel te leveren;
•    De voedselsector is verantwoordelijk voor rond de 30% van de totale energieconsumptie en is verantwoordelijk voor ongeveer 22% van de uitstoot van broeikasgassen;
•    De wereld vertoont ongelijke patronen van de kwaliteit van leven en consumptie. Ongeacht welke indicator men gebruikt, ze wijzen allemaal hogere waarden aan voor mensen in ontwikkelde landen in vergelijking met die in opkomende landen.
Water
•    Minder dan 3 % van de werelds water is drinkbaar, waarvan  2.5 % in bevroren ijsmassa’s in de Noord- en de Zuidpool en in gletsjers, zodat de mensheid het moet doen met 0.5% voor al zijn zoetwater behoeften. En de mens vervuilt het water sneller dan de natuur het kan recyclen in rivieren en meren. Een andere sprekende vergelijking: ieder jaar verbruiken we 250 km³ water om levensmiddelen te produceren die verloren gaan of verspild worden. Dit komt overeen met een volume water dat drie maal groter is dan die van het meer van Genève;

•    Meer dan een miljard mensen hebben geen toegang tot drinkwater. Water is een vrij product, maar de infrastructuur om de mensen ervan te voorzien is kostbaar
.              Energie
•    Ondanks efficiency verbeteringen, zal het gebruik van energie in OECD-landen met 35 % toenemen tot 2020. Commercieel en residentieel gebruik is de tweede snelst groeiende sector na transport in wereldenergiegebruik;
•    In 2002 waren er 550 miljoen voertuigen in de OECD (75% persoonsvoertuigen); de toename ervan tot 2020 wordt geschat op 32%. Tegelijkertijd wordt het aantal gereden kilometers geschat toe te nemen met 40%; vliegtransport wordt verwacht in die periode te verdrievoudigen;

•    Huishoudens consumeren 29% van de energie  en zijn verantwoordelijk voor 21% van de CO2 uitstoot;
•    Een vijfde van de wereld energieconsumptie in 2013 was van duurzame oorsprong;
•    Jaarlijks zou 120 miljard dollar bespaard worden als de hele wereld energie-efficiënte lampen zou gebruiken.
Naast het uitvoeren van het 10-jarig Programmakader inzake Duurzame Consumptie- en Productiepatronen, zijn andere subdoelen van SDG 12:
•    Tegen 2030 het duurzame beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen  realiseren;
•    Tegen 2030 de voedselverspilling in winkels en bij consumenten per capita halveren en voedselverlies reduceren in de productie- en bevoorradingsketens, met inbegrip van verliezen na de oogst;
•    Milieuvriendelijke management van chemische afval in de hele voedselproductieketen;
•    Tegen 2030 de afvalproductie aanzienlijk beperken via preventie, vermindering, recyclage en hergebruik;
•    Bedrijven aanmoedigen, in het bijzonder grote en transnationale bedrijven, om duurzame praktijken aan te nemen en duurzaamheidsintegratie te integreren in hun rapporteringscyclus;
•    Duurzame praktijken bij overheidsopdrachten bevorderen in overeenstemming met nationale beleidslijnen en prioriteiten;
•    Tegen 2030 garanderen dat mensen overal beschikken over relevante informatie over en zich bewust zijn van duurzame ontwikkeling en levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur;
•    Rationalisatie van inefficiënte subsidies op fossiele brandstoffen en van belastingheffing daarop;
•    Methodes voor het ontwikkelen en meten van een meer duurzaam toerisme, met schepping van werkgelegenheid en gebruik van lokale producten en cultuur.

De complete uitvoering van SDG 12 vereist de identificatie van de belangrijkste veroorzakers van overconsumptie, evenals van ongelijke consumptiepatronen. Een essentieel onderdeel van dit ontwikkelingsdoel is om de ongelijkheid te verminderen  die met het gebruik van natuurlijke hulpbronnen samenhangt. Anders dan bij de Millenniumdoelen 2000 – 2015, zijn de duurzame ontwikkelingsdoelen 2016 – 2030 ook van toepassing op ontwikkelde landen. Dat heeft dus extra gewicht bij SDG 12. Ontwikkelde landen wordt gevraagd om  het voorbeeld te geven bij het adopteren van duurzame consumptie- en productiemethoden. In feite is het mogelijk om de levensstandaard in ontwikkelingslanden te verbeteren en tegelijkertijd de vraag naar hulpmiddelen door de welgestelden te verminderen. Bijvoorbeeld de afname van voedselverspilling kan de prijs van voedsel verlagen, wat dan de armen ten goede komt. Van ontwikkelde landen wordt ook verwacht dat zij ontwikkelingslanden ondersteunen in het versterken van hun technologische en wetenschappelijke capaciteiten teneinde een begin te maken met duurzame productie en consumptie.
De Nederlandse regering en andere nationale instanties hebben volop deelgenomen aan de besprekingen die hebben geleid tot de aanname van de duurzame ontwikkelingsdoelen. De verplichtingen die hierbij op de ontwikkelde landen rusten, worden ook door Nederland gehonoreerd. Diverse instanties houden zich hier mee bezig. De inventarisatie van de nationale implementatie geeft details over hoe bovenstaande subdoelen bij ons worden aangepakt.
Persoonlijke inzet
Hoe kun je als consument  meehelpen aan het verduurzamen van productie en consumptie?
Er zijn twee belangrijke manieren om dat te doen. De eerste is om de afval die je maakt zo beperkt mogelijk te houden en die op een milieuvriendelijk wijze op te ruimen. Afval beperken kan op velerlei manieren, zoals het niet onnodig kopen  en weggooien van voedsel en andere spullen. Een ander voorbeeld is karig omgaan met het gebruik van plastic en fietsen in plaats van auto rijden.  De tweede manier is om na te denken bij wat je koopt en daarbij, indien mogelijk, een duurzame optie kiest, zoals de aanschaf van gecertificeerde kleren, meubilair, enzovoorts. Je kunt ook deelnemen aan campagnes om druk  op niet-duurzame bedrijven uit te oefenen. Voor meer ideeën kun je http://www.un.org/sustainabledevelopment/ takeaction bezoeken.

N.B. Deze blog is oorspronkelijk gepubliceerd via de media van de Nederlandse Vereniging voor de verenigde naties. Zie daar ook over dit onderwerp http://www.nvvn.nl/sdg-12-duurzame-productie-en-consumptie/

DUURZAME PRODUCENT, DUURZAME CONSUMENT
(ONTWIKKELINGSDOEL, SDG 12)

Inleiding
De wereld heeft de laatste decennia grote veranderingen ondergaan. Daarbij zijn miljoenen mensen uit de armoede verheven en hebben een aantal landen middelbare inkomensstatus verkregen. Deze ontwikkelingen zijn evenwel voor een groot deel tot stand gekomen ten koste van het milieu. De toenemende vraag naar energie, voedsel, water en andere natuurlijke hulpbronnen heeft geleid tot uitputting van grondstoffen, milieuvervuiling, degradatie van de natuur en klimaatverandering.
Door het consumeren van steeds meer hulpbronnen zijn bestaande ontwikkelingspatronen  niet langer houdbaar. De wereldbevolking zou tegen 2050 9,6 miljard mensen tellen: als we de huidige levenswijze van de ontwikkelde landen behouden, zullen we grondstoffen voor drie planeten nodig hebben.

Een van de kernelementen voor het bereiken van duurzame ontwikkeling is de overgang naar duurzame productie en consumptie. De noodzaak daarvan werd voor het eerst gesignaleerd in de Rio Aardtop van 1992 en bevestigd in de Rio + 20  wereldtop met de aanname van het tienjarige Sustainable Consumption and Production (SCP) Programmakader.
Een van de  duurzame ontwikkelingsdoelen die in 2015 door de Algemene Vergadering van de VN zijn aangenomen is duurzame consumptie en productie, SDG (Sustainable Development Goal), nummer 12. Dit doel is gebaseerd op de intentie de volgende problemen op te lossen:
Voedsel
•    Geschat wordt dat ieder jaar een derde van alle geproduceerde voedsel, het equivalent van 1.3 miljard ton ter waarde van rond de duizend miljard dollar, eindigt in de afvalbakken van consumenten en winkels of verloren gaat door inefficiënt oogsten en transporteren. Twee miljard mensen zijn overgewicht of zwaar overgewicht, terwijl jaarlijks een miljard mensen ondervoed is en een ander miljard niet voldoende te eten heeft. Zo’n  200 miljoen mensen zouden gevoed kunnen worden met verspild voedsel uit Europa;

•    Land degradatie, afnemende vruchtbaarheid van de grond, onhoudbaar watergebruik, overbevissing en afkalving van het mariene milieu verminderen de capaciteit van de aarde om  voldoende voedsel te leveren;
•    De voedselsector is verantwoordelijk voor rond de 30% van de totale energieconsumptie en is verantwoordelijk voor ongeveer 22% van de uitstoot van broeikasgassen;
•    De wereld vertoont ongelijke patronen van de kwaliteit van leven en consumptie. Ongeacht welke indicator men gebruikt, ze wijzen allemaal hogere waarden aan voor mensen in ontwikkelde landen in vergelijking met die in opkomende landen.
Water
•    Minder dan 3 % van de werelds water is drinkbaar, waarvan  2.5 % in bevroren ijsmassa’s in de Noord- en de Zuidpool en in gletsjers, zodat de mensheid het moet doen met 0.5% voor al zijn zoetwater behoeften. En de mens vervuilt het water sneller dan de natuur het kan recyclen in rivieren en meren. Een andere sprekende vergelijking: ieder jaar verbruiken we 250 km³ water om levensmiddelen te produceren die verloren gaan of verspild worden. Dit komt overeen met een volume water dat drie maal groter is dan die van het meer van Genève;

•    Meer dan een miljard mensen hebben geen toegang tot drinkwater. Water is een vrij product, maar de infrastructuur om de mensen ervan te voorzien is kostbaar
.              Energie
•    Ondanks efficiency verbeteringen, zal het gebruik van energie in OECD-landen met 35 % toenemen tot 2020. Commercieel en residentieel gebruik is de tweede snelst groeiende sector na transport in wereldenergiegebruik;
•    In 2002 waren er 550 miljoen voertuigen in de OECD (75% persoonsvoertuigen); de toename ervan tot 2020 wordt geschat op 32%. Tegelijkertijd wordt het aantal gereden kilometers geschat toe te nemen met 40%; vliegtransport wordt verwacht in die periode te verdrievoudigen;

•    Huishoudens consumeren 29% van de energie  en zijn verantwoordelijk voor 21% van de CO2 uitstoot;
•    Een vijfde van de wereld energieconsumptie in 2013 was van duurzame oorsprong;
•    Jaarlijks zou 120 miljard dollar bespaard worden als de hele wereld energie-efficiënte lampen zou gebruiken.
Naast het uitvoeren van het 10-jarig Programmakader inzake Duurzame Consumptie- en Productiepatronen, zijn andere subdoelen van SDG 12:
•    Tegen 2030 het duurzame beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen  realiseren;
•    Tegen 2030 de voedselverspilling in winkels en bij consumenten per capita halveren en voedselverlies reduceren in de productie- en bevoorradingsketens, met inbegrip van verliezen na de oogst;
•    Milieuvriendelijke management van chemische afval in de hele voedselproductieketen;
•    Tegen 2030 de afvalproductie aanzienlijk beperken via preventie, vermindering, recyclage en hergebruik;
•    Bedrijven aanmoedigen, in het bijzonder grote en transnationale bedrijven, om duurzame praktijken aan te nemen en duurzaamheidsintegratie te integreren in hun rapporteringscyclus;
•    Duurzame praktijken bij overheidsopdrachten bevorderen in overeenstemming met nationale beleidslijnen en prioriteiten;
•    Tegen 2030 garanderen dat mensen overal beschikken over relevante informatie over en zich bewust zijn van duurzame ontwikkeling en levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur;
•    Rationalisatie van inefficiënte subsidies op fossiele brandstoffen en van belastingheffing daarop;
•    Methodes voor het ontwikkelen en meten van een meer duurzaam toerisme, met schepping van werkgelegenheid en gebruik van lokale producten en cultuur.

De complete uitvoering van SDG 12 vereist de identificatie van de belangrijkste veroorzakers van overconsumptie, evenals van ongelijke consumptiepatronen. Een essentieel onderdeel van dit ontwikkelingsdoel is om de ongelijkheid te verminderen  die met het gebruik van natuurlijke hulpbronnen samenhangt. Anders dan bij de Millenniumdoelen 2000 – 2015, zijn de duurzame ontwikkelingsdoelen 2016 – 2030 ook van toepassing op ontwikkelde landen. Dat heeft dus extra gewicht bij SDG 12. Ontwikkelde landen wordt gevraagd om  het voorbeeld te geven bij het adopteren van duurzame consumptie- en productiemethoden. In feite is het mogelijk om de levensstandaard in ontwikkelingslanden te verbeteren en tegelijkertijd de vraag naar hulpmiddelen door de welgestelden te verminderen. Bijvoorbeeld de afname van voedselverspilling kan de prijs van voedsel verlagen, wat dan de armen ten goede komt. Van ontwikkelde landen wordt ook verwacht dat zij ontwikkelingslanden ondersteunen in het versterken van hun technologische en wetenschappelijke capaciteiten teneinde een begin te maken met duurzame productie en consumptie.
De Nederlandse regering en andere nationale instanties hebben volop deelgenomen aan de besprekingen die hebben geleid tot de aanname van de duurzame ontwikkelingsdoelen. De verplichtingen die hierbij op de ontwikkelde landen rusten, worden ook door Nederland gehonoreerd. Diverse instanties houden zich hier mee bezig. De inventarisatie van de nationale implementatie geeft details over hoe bovenstaande subdoelen bij ons worden aangepakt.
Persoonlijke inzet
Hoe kun je als consument  meehelpen aan het verduurzamen van productie en consumptie?
Er zijn twee belangrijke manieren om dat te doen. De eerste is om de afval die je maakt zo beperkt mogelijk te houden en die op een milieuvriendelijk wijze op te ruimen. Afval beperken kan op velerlei manieren, zoals het niet onnodig kopen  en weggooien van voedsel en andere spullen. Een ander voorbeeld is karig omgaan met het gebruik van plastic en fietsen in plaats van auto rijden.  De tweede manier is om na te denken bij wat je koopt en daarbij, indien mogelijk, een duurzame optie kiest, zoals de aanschaf van gecertificeerde kleren, meubilair, enzovoorts. Je kunt ook deelnemen aan campagnes om druk  op niet-duurzame bedrijven uit te oefenen. Voor meer ideeën kun je http://www.un.org/sustainabledevelopment/ takeaction bezoeken.

N.B. Deze blog is oorspronkelijk gepubliceerd via de media van de Nederlandse Vereniging voor de verenigde naties. Zie daar ook over dit onderwerp http://www.nvvn.nl/sdg-12-duurzame-productie-en-consumptie/

DUURZAME PRODUCENT, DUURZAME CONSUMENT
(ONTWIKKELINGSDOEL, SDG 12)

Inleiding
De wereld heeft de laatste decennia grote veranderingen ondergaan. Daarbij zijn miljoenen mensen uit de armoede verheven en hebben een aantal landen middelbare inkomensstatus verkregen. Deze ontwikkelingen zijn evenwel voor een groot deel tot stand gekomen ten koste van het milieu. De toenemende vraag naar energie, voedsel, water en andere natuurlijke hulpbronnen heeft geleid tot uitputting van grondstoffen, milieuvervuiling, degradatie van de natuur en klimaatverandering.
Door het consumeren van steeds meer hulpbronnen zijn bestaande ontwikkelingspatronen  niet langer houdbaar. De wereldbevolking zou tegen 2050 9,6 miljard mensen tellen: als we de huidige levenswijze van de ontwikkelde landen behouden, zullen we grondstoffen voor drie planeten nodig hebben.

Een van de kernelementen voor het bereiken van duurzame ontwikkeling is de overgang naar duurzame productie en consumptie. De noodzaak daarvan werd voor het eerst gesignaleerd in de Rio Aardtop van 1992 en bevestigd in de Rio + 20  wereldtop met de aanname van het tienjarige Sustainable Consumption and Production (SCP) Programmakader.
Een van de  duurzame ontwikkelingsdoelen die in 2015 door de Algemene Vergadering van de VN zijn aangenomen is duurzame consumptie en productie, SDG (Sustainable Development Goal), nummer 12. Dit doel is gebaseerd op de intentie de volgende problemen op te lossen:
Voedsel
•    Geschat wordt dat ieder jaar een derde van alle geproduceerde voedsel, het equivalent van 1.3 miljard ton ter waarde van rond de duizend miljard dollar, eindigt in de afvalbakken van consumenten en winkels of verloren gaat door inefficiënt oogsten en transporteren. Twee miljard mensen zijn overgewicht of zwaar overgewicht, terwijl jaarlijks een miljard mensen ondervoed is en een ander miljard niet voldoende te eten heeft. Zo’n  200 miljoen mensen zouden gevoed kunnen worden met verspild voedsel uit Europa;

•    Land degradatie, afnemende vruchtbaarheid van de grond, onhoudbaar watergebruik, overbevissing en afkalving van het mariene milieu verminderen de capaciteit van de aarde om  voldoende voedsel te leveren;
•    De voedselsector is verantwoordelijk voor rond de 30% van de totale energieconsumptie en is verantwoordelijk voor ongeveer 22% van de uitstoot van broeikasgassen;
•    De wereld vertoont ongelijke patronen van de kwaliteit van leven en consumptie. Ongeacht welke indicator men gebruikt, ze wijzen allemaal hogere waarden aan voor mensen in ontwikkelde landen in vergelijking met die in opkomende landen.
Water
•    Minder dan 3 % van de werelds water is drinkbaar, waarvan  2.5 % in bevroren ijsmassa’s in de Noord- en de Zuidpool en in gletsjers, zodat de mensheid het moet doen met 0.5% voor al zijn zoetwater behoeften. En de mens vervuilt het water sneller dan de natuur het kan recyclen in rivieren en meren. Een andere sprekende vergelijking: ieder jaar verbruiken we 250 km³ water om levensmiddelen te produceren die verloren gaan of verspild worden. Dit komt overeen met een volume water dat drie maal groter is dan die van het meer van Genève;

•    Meer dan een miljard mensen hebben geen toegang tot drinkwater. Water is een vrij product, maar de infrastructuur om de mensen ervan te voorzien is kostbaar
.              Energie
•    Ondanks efficiency verbeteringen, zal het gebruik van energie in OECD-landen met 35 % toenemen tot 2020. Commercieel en residentieel gebruik is de tweede snelst groeiende sector na transport in wereldenergiegebruik;
•    In 2002 waren er 550 miljoen voertuigen in de OECD (75% persoonsvoertuigen); de toename ervan tot 2020 wordt geschat op 32%. Tegelijkertijd wordt het aantal gereden kilometers geschat toe te nemen met 40%; vliegtransport wordt verwacht in die periode te verdrievoudigen;

•    Huishoudens consumeren 29% van de energie  en zijn verantwoordelijk voor 21% van de CO2 uitstoot;
•    Een vijfde van de wereld energieconsumptie in 2013 was van duurzame oorsprong;
•    Jaarlijks zou 120 miljard dollar bespaard worden als de hele wereld energie-efficiënte lampen zou gebruiken.
Naast het uitvoeren van het 10-jarig Programmakader inzake Duurzame Consumptie- en Productiepatronen, zijn andere subdoelen van SDG 12:
•    Tegen 2030 het duurzame beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen  realiseren;
•    Tegen 2030 de voedselverspilling in winkels en bij consumenten per capita halveren en voedselverlies reduceren in de productie- en bevoorradingsketens, met inbegrip van verliezen na de oogst;
•    Milieuvriendelijke management van chemische afval in de hele voedselproductieketen;
•    Tegen 2030 de afvalproductie aanzienlijk beperken via preventie, vermindering, recyclage en hergebruik;
•    Bedrijven aanmoedigen, in het bijzonder grote en transnationale bedrijven, om duurzame praktijken aan te nemen en duurzaamheidsintegratie te integreren in hun rapporteringscyclus;
•    Duurzame praktijken bij overheidsopdrachten bevorderen in overeenstemming met nationale beleidslijnen en prioriteiten;
•    Tegen 2030 garanderen dat mensen overal beschikken over relevante informatie over en zich bewust zijn van duurzame ontwikkeling en levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur;
•    Rationalisatie van inefficiënte subsidies op fossiele brandstoffen en van belastingheffing daarop;
•    Methodes voor het ontwikkelen en meten van een meer duurzaam toerisme, met schepping van werkgelegenheid en gebruik van lokale producten en cultuur.

De complete uitvoering van SDG 12 vereist de identificatie van de belangrijkste veroorzakers van overconsumptie, evenals van ongelijke consumptiepatronen. Een essentieel onderdeel van dit ontwikkelingsdoel is om de ongelijkheid te verminderen  die met het gebruik van natuurlijke hulpbronnen samenhangt. Anders dan bij de Millenniumdoelen 2000 – 2015, zijn de duurzame ontwikkelingsdoelen 2016 – 2030 ook van toepassing op ontwikkelde landen. Dat heeft dus extra gewicht bij SDG 12. Ontwikkelde landen wordt gevraagd om  het voorbeeld te geven bij het adopteren van duurzame consumptie- en productiemethoden. In feite is het mogelijk om de levensstandaard in ontwikkelingslanden te verbeteren en tegelijkertijd de vraag naar hulpmiddelen door de welgestelden te verminderen. Bijvoorbeeld de afname van voedselverspilling kan de prijs van voedsel verlagen, wat dan de armen ten goede komt. Van ontwikkelde landen wordt ook verwacht dat zij ontwikkelingslanden ondersteunen in het versterken van hun technologische en wetenschappelijke capaciteiten teneinde een begin te maken met duurzame productie en consumptie.
De Nederlandse regering en andere nationale instanties hebben volop deelgenomen aan de besprekingen die hebben geleid tot de aanname van de duurzame ontwikkelingsdoelen. De verplichtingen die hierbij op de ontwikkelde landen rusten, worden ook door Nederland gehonoreerd. Diverse instanties houden zich hier mee bezig. De inventarisatie van de nationale implementatie geeft details over hoe bovenstaande subdoelen bij ons worden aangepakt.
Persoonlijke inzet
Hoe kun je als consument  meehelpen aan het verduurzamen van productie en consumptie?
Er zijn twee belangrijke manieren om dat te doen. De eerste is om de afval die je maakt zo beperkt mogelijk te houden en die op een milieuvriendelijk wijze op te ruimen. Afval beperken kan op velerlei manieren, zoals het niet onnodig kopen  en weggooien van voedsel en andere spullen. Een ander voorbeeld is karig omgaan met het gebruik van plastic en fietsen in plaats van auto rijden.  De tweede manier is om na te denken bij wat je koopt en daarbij, indien mogelijk, een duurzame optie kiest, zoals de aanschaf van gecertificeerde kleren, meubilair, enzovoorts. Je kunt ook deelnemen aan campagnes om druk  op niet-duurzame bedrijven uit te oefenen. Voor meer ideeën kun je http://www.un.org/sustainabledevelopment/ takeaction bezoeken.

N.B. Deze blog is oorspronkelijk gepubliceerd via de media van de Nederlandse Vereniging voor de verenigde naties. Zie daar ook over dit onderwerp http://www.nvvn.nl/sdg-12-duurzame-productie-en-consumptie/

DUURZAME PRODUCENT, DUURZAME CONSUMENT
(ONTWIKKELINGSDOEL, SDG 12)

Inleiding
De wereld heeft de laatste decennia grote veranderingen ondergaan. Daarbij zijn miljoenen mensen uit de armoede verheven en hebben een aantal landen middelbare inkomensstatus verkregen. Deze ontwikkelingen zijn evenwel voor een groot deel tot stand gekomen ten koste van het milieu. De toenemende vraag naar energie, voedsel, water en andere natuurlijke hulpbronnen heeft geleid tot uitputting van grondstoffen, milieuvervuiling, degradatie van de natuur en klimaatverandering.
Door het consumeren van steeds meer hulpbronnen zijn bestaande ontwikkelingspatronen  niet langer houdbaar. De wereldbevolking zou tegen 2050 9,6 miljard mensen tellen: als we de huidige levenswijze van de ontwikkelde landen behouden, zullen we grondstoffen voor drie planeten nodig hebben.

Een van de kernelementen voor het bereiken van duurzame ontwikkeling is de overgang naar duurzame productie en consumptie. De noodzaak daarvan werd voor het eerst gesignaleerd in de Rio Aardtop van 1992 en bevestigd in de Rio + 20  wereldtop met de aanname van het tienjarige Sustainable Consumption and Production (SCP) Programmakader.
Een van de  duurzame ontwikkelingsdoelen die in 2015 door de Algemene Vergadering van de VN zijn aangenomen is duurzame consumptie en productie, SDG (Sustainable Development Goal), nummer 12. Dit doel is gebaseerd op de intentie de volgende problemen op te lossen:
Voedsel
•    Geschat wordt dat ieder jaar een derde van alle geproduceerde voedsel, het equivalent van 1.3 miljard ton ter waarde van rond de duizend miljard dollar, eindigt in de afvalbakken van consumenten en winkels of verloren gaat door inefficiënt oogsten en transporteren. Twee miljard mensen zijn overgewicht of zwaar overgewicht, terwijl jaarlijks een miljard mensen ondervoed is en een ander miljard niet voldoende te eten heeft. Zo’n  200 miljoen mensen zouden gevoed kunnen worden met verspild voedsel uit Europa;

•    Land degradatie, afnemende vruchtbaarheid van de grond, onhoudbaar watergebruik, overbevissing en afkalving van het mariene milieu verminderen de capaciteit van de aarde om  voldoende voedsel te leveren;
•    De voedselsector is verantwoordelijk voor rond de 30% van de totale energieconsumptie en is verantwoordelijk voor ongeveer 22% van de uitstoot van broeikasgassen;
•    De wereld vertoont ongelijke patronen van de kwaliteit van leven en consumptie. Ongeacht welke indicator men gebruikt, ze wijzen allemaal hogere waarden aan voor mensen in ontwikkelde landen in vergelijking met die in opkomende landen.
Water
•    Minder dan 3 % van de werelds water is drinkbaar, waarvan  2.5 % in bevroren ijsmassa’s in de Noord- en de Zuidpool en in gletsjers, zodat de mensheid het moet doen met 0.5% voor al zijn zoetwater behoeften. En de mens vervuilt het water sneller dan de natuur het kan recyclen in rivieren en meren. Een andere sprekende vergelijking: ieder jaar verbruiken we 250 km³ water om levensmiddelen te produceren die verloren gaan of verspild worden. Dit komt overeen met een volume water dat drie maal groter is dan die van het meer van Genève;

•    Meer dan een miljard mensen hebben geen toegang tot drinkwater. Water is een vrij product, maar de infrastructuur om de mensen ervan te voorzien is kostbaar
.              Energie
•    Ondanks efficiency verbeteringen, zal het gebruik van energie in OECD-landen met 35 % toenemen tot 2020. Commercieel en residentieel gebruik is de tweede snelst groeiende sector na transport in wereldenergiegebruik;
•    In 2002 waren er 550 miljoen voertuigen in de OECD (75% persoonsvoertuigen); de toename ervan tot 2020 wordt geschat op 32%. Tegelijkertijd wordt het aantal gereden kilometers geschat toe te nemen met 40%; vliegtransport wordt verwacht in die periode te verdrievoudigen;

•    Huishoudens consumeren 29% van de energie  en zijn verantwoordelijk voor 21% van de CO2 uitstoot;
•    Een vijfde van de wereld energieconsumptie in 2013 was van duurzame oorsprong;
•    Jaarlijks zou 120 miljard dollar bespaard worden als de hele wereld energie-efficiënte lampen zou gebruiken.
Naast het uitvoeren van het 10-jarig Programmakader inzake Duurzame Consumptie- en Productiepatronen, zijn andere subdoelen van SDG 12:
•    Tegen 2030 het duurzame beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen  realiseren;
•    Tegen 2030 de voedselverspilling in winkels en bij consumenten per capita halveren en voedselverlies reduceren in de productie- en bevoorradingsketens, met inbegrip van verliezen na de oogst;
•    Milieuvriendelijke management van chemische afval in de hele voedselproductieketen;
•    Tegen 2030 de afvalproductie aanzienlijk beperken via preventie, vermindering, recyclage en hergebruik;
•    Bedrijven aanmoedigen, in het bijzonder grote en transnationale bedrijven, om duurzame praktijken aan te nemen en duurzaamheidsintegratie te integreren in hun rapporteringscyclus;
•    Duurzame praktijken bij overheidsopdrachten bevorderen in overeenstemming met nationale beleidslijnen en prioriteiten;
•    Tegen 2030 garanderen dat mensen overal beschikken over relevante informatie over en zich bewust zijn van duurzame ontwikkeling en levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur;
•    Rationalisatie van inefficiënte subsidies op fossiele brandstoffen en van belastingheffing daarop;
•    Methodes voor het ontwikkelen en meten van een meer duurzaam toerisme, met schepping van werkgelegenheid en gebruik van lokale producten en cultuur.

De complete uitvoering van SDG 12 vereist de identificatie van de belangrijkste veroorzakers van overconsumptie, evenals van ongelijke consumptiepatronen. Een essentieel onderdeel van dit ontwikkelingsdoel is om de ongelijkheid te verminderen  die met het gebruik van natuurlijke hulpbronnen samenhangt. Anders dan bij de Millenniumdoelen 2000 – 2015, zijn de duurzame ontwikkelingsdoelen 2016 – 2030 ook van toepassing op ontwikkelde landen. Dat heeft dus extra gewicht bij SDG 12. Ontwikkelde landen wordt gevraagd om  het voorbeeld te geven bij het adopteren van duurzame consumptie- en productiemethoden. In feite is het mogelijk om de levensstandaard in ontwikkelingslanden te verbeteren en tegelijkertijd de vraag naar hulpmiddelen door de welgestelden te verminderen. Bijvoorbeeld de afname van voedselverspilling kan de prijs van voedsel verlagen, wat dan de armen ten goede komt. Van ontwikkelde landen wordt ook verwacht dat zij ontwikkelingslanden ondersteunen in het versterken van hun technologische en wetenschappelijke capaciteiten teneinde een begin te maken met duurzame productie en consumptie.
De Nederlandse regering en andere nationale instanties hebben volop deelgenomen aan de besprekingen die hebben geleid tot de aanname van de duurzame ontwikkelingsdoelen. De verplichtingen die hierbij op de ontwikkelde landen rusten, worden ook door Nederland gehonoreerd. Diverse instanties houden zich hier mee bezig. De inventarisatie van de nationale implementatie geeft details over hoe bovenstaande subdoelen bij ons worden aangepakt.
Persoonlijke inzet
Hoe kun je als consument  meehelpen aan het verduurzamen van productie en consumptie?
Er zijn twee belangrijke manieren om dat te doen. De eerste is om de afval die je maakt zo beperkt mogelijk te houden en die op een milieuvriendelijk wijze op te ruimen. Afval beperken kan op velerlei manieren, zoals het niet onnodig kopen  en weggooien van voedsel en andere spullen. Een ander voorbeeld is karig omgaan met het gebruik van plastic en fietsen in plaats van auto rijden.  De tweede manier is om na te denken bij wat je koopt en daarbij, indien mogelijk, een duurzame optie kiest, zoals de aanschaf van gecertificeerde kleren, meubilair, enzovoorts. Je kunt ook deelnemen aan campagnes om druk  op niet-duurzame bedrijven uit te oefenen. Voor meer ideeën kun je http://www.un.org/sustainabledevelopment/ takeaction bezoeken.

N.B. Deze blog is oorspronkelijk gepubliceerd via de media van de Nederlandse Vereniging voor de verenigde naties. Zie daar ook over dit onderwerp http://www.nvvn.nl/sdg-12-duurzame-productie-en-consumptie/

DUURZAME PRODUCENT, DUURZAME CONSUMENT
(ONTWIKKELINGSDOEL, SDG 12)

Inleiding
De wereld heeft de laatste decennia grote veranderingen ondergaan. Daarbij zijn miljoenen mensen uit de armoede verheven en hebben een aantal landen middelbare inkomensstatus verkregen. Deze ontwikkelingen zijn evenwel voor een groot deel tot stand gekomen ten koste van het milieu. De toenemende vraag naar energie, voedsel, water en andere natuurlijke hulpbronnen heeft geleid tot uitputting van grondstoffen, milieuvervuiling, degradatie van de natuur en klimaatverandering.
Door het consumeren van steeds meer hulpbronnen zijn bestaande ontwikkelingspatronen  niet langer houdbaar. De wereldbevolking zou tegen 2050 9,6 miljard mensen tellen: als we de huidige levenswijze van de ontwikkelde landen behouden, zullen we grondstoffen voor drie planeten nodig hebben.

Een van de kernelementen voor het bereiken van duurzame ontwikkeling is de overgang naar duurzame productie en consumptie. De noodzaak daarvan werd voor het eerst gesignaleerd in de Rio Aardtop van 1992 en bevestigd in de Rio + 20  wereldtop met de aanname van het tienjarige Sustainable Consumption and Production (SCP) Programmakader.
Een van de  duurzame ontwikkelingsdoelen die in 2015 door de Algemene Vergadering van de VN zijn aangenomen is duurzame consumptie en productie, SDG (Sustainable Development Goal), nummer 12. Dit doel is gebaseerd op de intentie de volgende problemen op te lossen:
Voedsel
•    Geschat wordt dat ieder jaar een derde van alle geproduceerde voedsel, het equivalent van 1.3 miljard ton ter waarde van rond de duizend miljard dollar, eindigt in de afvalbakken van consumenten en winkels of verloren gaat door inefficiënt oogsten en transporteren. Twee miljard mensen zijn overgewicht of zwaar overgewicht, terwijl jaarlijks een miljard mensen ondervoed is en een ander miljard niet voldoende te eten heeft. Zo’n  200 miljoen mensen zouden gevoed kunnen worden met verspild voedsel uit Europa;

•    Land degradatie, afnemende vruchtbaarheid van de grond, onhoudbaar watergebruik, overbevissing en afkalving van het mariene milieu verminderen de capaciteit van de aarde om  voldoende voedsel te leveren;
•    De voedselsector is verantwoordelijk voor rond de 30% van de totale energieconsumptie en is verantwoordelijk voor ongeveer 22% van de uitstoot van broeikasgassen;
•    De wereld vertoont ongelijke patronen van de kwaliteit van leven en consumptie. Ongeacht welke indicator men gebruikt, ze wijzen allemaal hogere waarden aan voor mensen in ontwikkelde landen in vergelijking met die in opkomende landen.
Water
•    Minder dan 3 % van de werelds water is drinkbaar, waarvan  2.5 % in bevroren ijsmassa’s in de Noord- en de Zuidpool en in gletsjers, zodat de mensheid het moet doen met 0.5% voor al zijn zoetwater behoeften. En de mens vervuilt het water sneller dan de natuur het kan recyclen in rivieren en meren. Een andere sprekende vergelijking: ieder jaar verbruiken we 250 km³ water om levensmiddelen te produceren die verloren gaan of verspild worden. Dit komt overeen met een volume water dat drie maal groter is dan die van het meer van Genève;

•    Meer dan een miljard mensen hebben geen toegang tot drinkwater. Water is een vrij product, maar de infrastructuur om de mensen ervan te voorzien is kostbaar
.              Energie
•    Ondanks efficiency verbeteringen, zal het gebruik van energie in OECD-landen met 35 % toenemen tot 2020. Commercieel en residentieel gebruik is de tweede snelst groeiende sector na transport in wereldenergiegebruik;
•    In 2002 waren er 550 miljoen voertuigen in de OECD (75% persoonsvoertuigen); de toename ervan tot 2020 wordt geschat op 32%. Tegelijkertijd wordt het aantal gereden kilometers geschat toe te nemen met 40%; vliegtransport wordt verwacht in die periode te verdrievoudigen;

•    Huishoudens consumeren 29% van de energie  en zijn verantwoordelijk voor 21% van de CO2 uitstoot;
•    Een vijfde van de wereld energieconsumptie in 2013 was van duurzame oorsprong;
•    Jaarlijks zou 120 miljard dollar bespaard worden als de hele wereld energie-efficiënte lampen zou gebruiken.
Naast het uitvoeren van het 10-jarig Programmakader inzake Duurzame Consumptie- en Productiepatronen, zijn andere subdoelen van SDG 12:
•    Tegen 2030 het duurzame beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen  realiseren;
•    Tegen 2030 de voedselverspilling in winkels en bij consumenten per capita halveren en voedselverlies reduceren in de productie- en bevoorradingsketens, met inbegrip van verliezen na de oogst;
•    Milieuvriendelijke management van chemische afval in de hele voedselproductieketen;
•    Tegen 2030 de afvalproductie aanzienlijk beperken via preventie, vermindering, recyclage en hergebruik;
•    Bedrijven aanmoedigen, in het bijzonder grote en transnationale bedrijven, om duurzame praktijken aan te nemen en duurzaamheidsintegratie te integreren in hun rapporteringscyclus;
•    Duurzame praktijken bij overheidsopdrachten bevorderen in overeenstemming met nationale beleidslijnen en prioriteiten;
•    Tegen 2030 garanderen dat mensen overal beschikken over relevante informatie over en zich bewust zijn van duurzame ontwikkeling en levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur;
•    Rationalisatie van inefficiënte subsidies op fossiele brandstoffen en van belastingheffing daarop;
•    Methodes voor het ontwikkelen en meten van een meer duurzaam toerisme, met schepping van werkgelegenheid en gebruik van lokale producten en cultuur.

De complete uitvoering van SDG 12 vereist de identificatie van de belangrijkste veroorzakers van overconsumptie, evenals van ongelijke consumptiepatronen. Een essentieel onderdeel van dit ontwikkelingsdoel is om de ongelijkheid te verminderen  die met het gebruik van natuurlijke hulpbronnen samenhangt. Anders dan bij de Millenniumdoelen 2000 – 2015, zijn de duurzame ontwikkelingsdoelen 2016 – 2030 ook van toepassing op ontwikkelde landen. Dat heeft dus extra gewicht bij SDG 12. Ontwikkelde landen wordt gevraagd om  het voorbeeld te geven bij het adopteren van duurzame consumptie- en productiemethoden. In feite is het mogelijk om de levensstandaard in ontwikkelingslanden te verbeteren en tegelijkertijd de vraag naar hulpmiddelen door de welgestelden te verminderen. Bijvoorbeeld de afname van voedselverspilling kan de prijs van voedsel verlagen, wat dan de armen ten goede komt. Van ontwikkelde landen wordt ook verwacht dat zij ontwikkelingslanden ondersteunen in het versterken van hun technologische en wetenschappelijke capaciteiten teneinde een begin te maken met duurzame productie en consumptie.
De Nederlandse regering en andere nationale instanties hebben volop deelgenomen aan de besprekingen die hebben geleid tot de aanname van de duurzame ontwikkelingsdoelen. De verplichtingen die hierbij op de ontwikkelde landen rusten, worden ook door Nederland gehonoreerd. Diverse instanties houden zich hier mee bezig. De inventarisatie van de nationale implementatie geeft details over hoe bovenstaande subdoelen bij ons worden aangepakt.
Persoonlijke inzet
Hoe kun je als consument  meehelpen aan het verduurzamen van productie en consumptie?
Er zijn twee belangrijke manieren om dat te doen. De eerste is om de afval die je maakt zo beperkt mogelijk te houden en die op een milieuvriendelijk wijze op te ruimen. Afval beperken kan op velerlei manieren, zoals het niet onnodig kopen  en weggooien van voedsel en andere spullen. Een ander voorbeeld is karig omgaan met het gebruik van plastic en fietsen in plaats van auto rijden.  De tweede manier is om na te denken bij wat je koopt en daarbij, indien mogelijk, een duurzame optie kiest, zoals de aanschaf van gecertificeerde kleren, meubilair, enzovoorts. Je kunt ook deelnemen aan campagnes om druk  op niet-duurzame bedrijven uit te oefenen. Voor meer ideeën kun je http://www.un.org/sustainabledevelopment/ takeaction bezoeken.

N.B. Deze blog is oorspronkelijk gepubliceerd via de media van de Nederlandse Vereniging voor de verenigde naties. Zie daar ook over dit onderwerp http://www.nvvn.nl/sdg-12-duurzame-productie-en-consumptie/

DUURZAME PRODUCENT, DUURZAME CONSUMENT
(ONTWIKKELINGSDOEL, SDG 12)

Inleiding
De wereld heeft de laatste decennia grote veranderingen ondergaan. Daarbij zijn miljoenen mensen uit de armoede verheven en hebben een aantal landen middelbare inkomensstatus verkregen. Deze ontwikkelingen zijn evenwel voor een groot deel tot stand gekomen ten koste van het milieu. De toenemende vraag naar energie, voedsel, water en andere natuurlijke hulpbronnen heeft geleid tot uitputting van grondstoffen, milieuvervuiling, degradatie van de natuur en klimaatverandering.
Door het consumeren van steeds meer hulpbronnen zijn bestaande ontwikkelingspatronen  niet langer houdbaar. De wereldbevolking zou tegen 2050 9,6 miljard mensen tellen: als we de huidige levenswijze van de ontwikkelde landen behouden, zullen we grondstoffen voor drie planeten nodig hebben.

Een van de kernelementen voor het bereiken van duurzame ontwikkeling is de overgang naar duurzame productie en consumptie. De noodzaak daarvan werd voor het eerst gesignaleerd in de Rio Aardtop van 1992 en bevestigd in de Rio + 20  wereldtop met de aanname van het tienjarige Sustainable Consumption and Production (SCP) Programmakader.
Een van de  duurzame ontwikkelingsdoelen die in 2015 door de Algemene Vergadering van de VN zijn aangenomen is duurzame consumptie en productie, SDG (Sustainable Development Goal), nummer 12. Dit doel is gebaseerd op de intentie de volgende problemen op te lossen:
Voedsel
•    Geschat wordt dat ieder jaar een derde van alle geproduceerde voedsel, het equivalent van 1.3 miljard ton ter waarde van rond de duizend miljard dollar, eindigt in de afvalbakken van consumenten en winkels of verloren gaat door inefficiënt oogsten en transporteren. Twee miljard mensen zijn overgewicht of zwaar overgewicht, terwijl jaarlijks een miljard mensen ondervoed is en een ander miljard niet voldoende te eten heeft. Zo’n  200 miljoen mensen zouden gevoed kunnen worden met verspild voedsel uit Europa;

•    Land degradatie, afnemende vruchtbaarheid van de grond, onhoudbaar watergebruik, overbevissing en afkalving van het mariene milieu verminderen de capaciteit van de aarde om  voldoende voedsel te leveren;
•    De voedselsector is verantwoordelijk voor rond de 30% van de totale energieconsumptie en is verantwoordelijk voor ongeveer 22% van de uitstoot van broeikasgassen;
•    De wereld vertoont ongelijke patronen van de kwaliteit van leven en consumptie. Ongeacht welke indicator men gebruikt, ze wijzen allemaal hogere waarden aan voor mensen in ontwikkelde landen in vergelijking met die in opkomende landen.
Water
•    Minder dan 3 % van de werelds water is drinkbaar, waarvan  2.5 % in bevroren ijsmassa’s in de Noord- en de Zuidpool en in gletsjers, zodat de mensheid het moet doen met 0.5% voor al zijn zoetwater behoeften. En de mens vervuilt het water sneller dan de natuur het kan recyclen in rivieren en meren. Een andere sprekende vergelijking: ieder jaar verbruiken we 250 km³ water om levensmiddelen te produceren die verloren gaan of verspild worden. Dit komt overeen met een volume water dat drie maal groter is dan die van het meer van Genève;

•    Meer dan een miljard mensen hebben geen toegang tot drinkwater. Water is een vrij product, maar de infrastructuur om de mensen ervan te voorzien is kostbaar
.              Energie
•    Ondanks efficiency verbeteringen, zal het gebruik van energie in OECD-landen met 35 % toenemen tot 2020. Commercieel en residentieel gebruik is de tweede snelst groeiende sector na transport in wereldenergiegebruik;
•    In 2002 waren er 550 miljoen voertuigen in de OECD (75% persoonsvoertuigen); de toename ervan tot 2020 wordt geschat op 32%. Tegelijkertijd wordt het aantal gereden kilometers geschat toe te nemen met 40%; vliegtransport wordt verwacht in die periode te verdrievoudigen;

•    Huishoudens consumeren 29% van de energie  en zijn verantwoordelijk voor 21% van de CO2 uitstoot;
•    Een vijfde van de wereld energieconsumptie in 2013 was van duurzame oorsprong;
•    Jaarlijks zou 120 miljard dollar bespaard worden als de hele wereld energie-efficiënte lampen zou gebruiken.
Naast het uitvoeren van het 10-jarig Programmakader inzake Duurzame Consumptie- en Productiepatronen, zijn andere subdoelen van SDG 12:
•    Tegen 2030 het duurzame beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen  realiseren;
•    Tegen 2030 de voedselverspilling in winkels en bij consumenten per capita halveren en voedselverlies reduceren in de productie- en bevoorradingsketens, met inbegrip van verliezen na de oogst;
•    Milieuvriendelijke management van chemische afval in de hele voedselproductieketen;
•    Tegen 2030 de afvalproductie aanzienlijk beperken via preventie, vermindering, recyclage en hergebruik;
•    Bedrijven aanmoedigen, in het bijzonder grote en transnationale bedrijven, om duurzame praktijken aan te nemen en duurzaamheidsintegratie te integreren in hun rapporteringscyclus;
•    Duurzame praktijken bij overheidsopdrachten bevorderen in overeenstemming met nationale beleidslijnen en prioriteiten;
•    Tegen 2030 garanderen dat mensen overal beschikken over relevante informatie over en zich bewust zijn van duurzame ontwikkeling en levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur;
•    Rationalisatie van inefficiënte subsidies op fossiele brandstoffen en van belastingheffing daarop;
•    Methodes voor het ontwikkelen en meten van een meer duurzaam toerisme, met schepping van werkgelegenheid en gebruik van lokale producten en cultuur.

De complete uitvoering van SDG 12 vereist de identificatie van de belangrijkste veroorzakers van overconsumptie, evenals van ongelijke consumptiepatronen. Een essentieel onderdeel van dit ontwikkelingsdoel is om de ongelijkheid te verminderen  die met het gebruik van natuurlijke hulpbronnen samenhangt. Anders dan bij de Millenniumdoelen 2000 – 2015, zijn de duurzame ontwikkelingsdoelen 2016 – 2030 ook van toepassing op ontwikkelde landen. Dat heeft dus extra gewicht bij SDG 12. Ontwikkelde landen wordt gevraagd om  het voorbeeld te geven bij het adopteren van duurzame consumptie- en productiemethoden. In feite is het mogelijk om de levensstandaard in ontwikkelingslanden te verbeteren en tegelijkertijd de vraag naar hulpmiddelen door de welgestelden te verminderen. Bijvoorbeeld de afname van voedselverspilling kan de prijs van voedsel verlagen, wat dan de armen ten goede komt. Van ontwikkelde landen wordt ook verwacht dat zij ontwikkelingslanden ondersteunen in het versterken van hun technologische en wetenschappelijke capaciteiten teneinde een begin te maken met duurzame productie en consumptie.
De Nederlandse regering en andere nationale instanties hebben volop deelgenomen aan de besprekingen die hebben geleid tot de aanname van de duurzame ontwikkelingsdoelen. De verplichtingen die hierbij op de ontwikkelde landen rusten, worden ook door Nederland gehonoreerd. Diverse instanties houden zich hier mee bezig. De inventarisatie van de nationale implementatie geeft details over hoe bovenstaande subdoelen bij ons worden aangepakt.
Persoonlijke inzet
Hoe kun je als consument  meehelpen aan het verduurzamen van productie en consumptie?
Er zijn twee belangrijke manieren om dat te doen. De eerste is om de afval die je maakt zo beperkt mogelijk te houden en die op een milieuvriendelijk wijze op te ruimen. Afval beperken kan op velerlei manieren, zoals het niet onnodig kopen  en weggooien van voedsel en andere spullen. Een ander voorbeeld is karig omgaan met het gebruik van plastic en fietsen in plaats van auto rijden.  De tweede manier is om na te denken bij wat je koopt en daarbij, indien mogelijk, een duurzame optie kiest, zoals de aanschaf van gecertificeerde kleren, meubilair, enzovoorts. Je kunt ook deelnemen aan campagnes om druk  op niet-duurzame bedrijven uit te oefenen. Voor meer ideeën kun je http://www.un.org/sustainabledevelopment/ takeaction bezoeken.

N.B. Deze blog is oorspronkelijk gepubliceerd via de media van de Nederlandse Vereniging voor de verenigde naties. Zie daar ook over dit onderwerp http://www.nvvn.nl/sdg-12-duurzame-productie-en-consumptie/

DUURZAME PRODUCENT, DUURZAME CONSUMENT
(ONTWIKKELINGSDOEL, SDG 12)

Inleiding
De wereld heeft de laatste decennia grote veranderingen ondergaan. Daarbij zijn miljoenen mensen uit de armoede verheven en hebben een aantal landen middelbare inkomensstatus verkregen. Deze ontwikkelingen zijn evenwel voor een groot deel tot stand gekomen ten koste van het milieu. De toenemende vraag naar energie, voedsel, water en andere natuurlijke hulpbronnen heeft geleid tot uitputting van grondstoffen, milieuvervuiling, degradatie van de natuur en klimaatverandering.
Door het consumeren van steeds meer hulpbronnen zijn bestaande ontwikkelingspatronen  niet langer houdbaar. De wereldbevolking zou tegen 2050 9,6 miljard mensen tellen: als we de huidige levenswijze van de ontwikkelde landen behouden, zullen we grondstoffen voor drie planeten nodig hebben.

Een van de kernelementen voor het bereiken van duurzame ontwikkeling is de overgang naar duurzame productie en consumptie. De noodzaak daarvan werd voor het eerst gesignaleerd in de Rio Aardtop van 1992 en bevestigd in de Rio + 20  wereldtop met de aanname van het tienjarige Sustainable Consumption and Production (SCP) Programmakader.
Een van de  duurzame ontwikkelingsdoelen die in 2015 door de Algemene Vergadering van de VN zijn aangenomen is duurzame consumptie en productie, SDG (Sustainable Development Goal), nummer 12. Dit doel is gebaseerd op de intentie de volgende problemen op te lossen:
Voedsel
•    Geschat wordt dat ieder jaar een derde van alle geproduceerde voedsel, het equivalent van 1.3 miljard ton ter waarde van rond de duizend miljard dollar, eindigt in de afvalbakken van consumenten en winkels of verloren gaat door inefficiënt oogsten en transporteren. Twee miljard mensen zijn overgewicht of zwaar overgewicht, terwijl jaarlijks een miljard mensen ondervoed is en een ander miljard niet voldoende te eten heeft. Zo’n  200 miljoen mensen zouden gevoed kunnen worden met verspild voedsel uit Europa;

•    Land degradatie, afnemende vruchtbaarheid van de grond, onhoudbaar watergebruik, overbevissing en afkalving van het mariene milieu verminderen de capaciteit van de aarde om  voldoende voedsel te leveren;
•    De voedselsector is verantwoordelijk voor rond de 30% van de totale energieconsumptie en is verantwoordelijk voor ongeveer 22% van de uitstoot van broeikasgassen;
•    De wereld vertoont ongelijke patronen van de kwaliteit van leven en consumptie. Ongeacht welke indicator men gebruikt, ze wijzen allemaal hogere waarden aan voor mensen in ontwikkelde landen in vergelijking met die in opkomende landen.
Water
•    Minder dan 3 % van de werelds water is drinkbaar, waarvan  2.5 % in bevroren ijsmassa’s in de Noord- en de Zuidpool en in gletsjers, zodat de mensheid het moet doen met 0.5% voor al zijn zoetwater behoeften. En de mens vervuilt het water sneller dan de natuur het kan recyclen in rivieren en meren. Een andere sprekende vergelijking: ieder jaar verbruiken we 250 km³ water om levensmiddelen te produceren die verloren gaan of verspild worden. Dit komt overeen met een volume water dat drie maal groter is dan die van het meer van Genève;

•    Meer dan een miljard mensen hebben geen toegang tot drinkwater. Water is een vrij product, maar de infrastructuur om de mensen ervan te voorzien is kostbaar
.              Energie
•    Ondanks efficiency verbeteringen, zal het gebruik van energie in OECD-landen met 35 % toenemen tot 2020. Commercieel en residentieel gebruik is de tweede snelst groeiende sector na transport in wereldenergiegebruik;
•    In 2002 waren er 550 miljoen voertuigen in de OECD (75% persoonsvoertuigen); de toename ervan tot 2020 wordt geschat op 32%. Tegelijkertijd wordt het aantal gereden kilometers geschat toe te nemen met 40%; vliegtransport wordt verwacht in die periode te verdrievoudigen;

•    Huishoudens consumeren 29% van de energie  en zijn verantwoordelijk voor 21% van de CO2 uitstoot;
•    Een vijfde van de wereld energieconsumptie in 2013 was van duurzame oorsprong;
•    Jaarlijks zou 120 miljard dollar bespaard worden als de hele wereld energie-efficiënte lampen zou gebruiken.
Naast het uitvoeren van het 10-jarig Programmakader inzake Duurzame Consumptie- en Productiepatronen, zijn andere subdoelen van SDG 12:
•    Tegen 2030 het duurzame beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen  realiseren;
•    Tegen 2030 de voedselverspilling in winkels en bij consumenten per capita halveren en voedselverlies reduceren in de productie- en bevoorradingsketens, met inbegrip van verliezen na de oogst;
•    Milieuvriendelijke management van chemische afval in de hele voedselproductieketen;
•    Tegen 2030 de afvalproductie aanzienlijk beperken via preventie, vermindering, recyclage en hergebruik;
•    Bedrijven aanmoedigen, in het bijzonder grote en transnationale bedrijven, om duurzame praktijken aan te nemen en duurzaamheidsintegratie te integreren in hun rapporteringscyclus;
•    Duurzame praktijken bij overheidsopdrachten bevorderen in overeenstemming met nationale beleidslijnen en prioriteiten;
•    Tegen 2030 garanderen dat mensen overal beschikken over relevante informatie over en zich bewust zijn van duurzame ontwikkeling en levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur;
•    Rationalisatie van inefficiënte subsidies op fossiele brandstoffen en van belastingheffing daarop;
•    Methodes voor het ontwikkelen en meten van een meer duurzaam toerisme, met schepping van werkgelegenheid en gebruik van lokale producten en cultuur.

De complete uitvoering van SDG 12 vereist de identificatie van de belangrijkste veroorzakers van overconsumptie, evenals van ongelijke consumptiepatronen. Een essentieel onderdeel van dit ontwikkelingsdoel is om de ongelijkheid te verminderen  die met het gebruik van natuurlijke hulpbronnen samenhangt. Anders dan bij de Millenniumdoelen 2000 – 2015, zijn de duurzame ontwikkelingsdoelen 2016 – 2030 ook van toepassing op ontwikkelde landen. Dat heeft dus extra gewicht bij SDG 12. Ontwikkelde landen wordt gevraagd om  het voorbeeld te geven bij het adopteren van duurzame consumptie- en productiemethoden. In feite is het mogelijk om de levensstandaard in ontwikkelingslanden te verbeteren en tegelijkertijd de vraag naar hulpmiddelen door de welgestelden te verminderen. Bijvoorbeeld de afname van voedselverspilling kan de prijs van voedsel verlagen, wat dan de armen ten goede komt. Van ontwikkelde landen wordt ook verwacht dat zij ontwikkelingslanden ondersteunen in het versterken van hun technologische en wetenschappelijke capaciteiten teneinde een begin te maken met duurzame productie en consumptie.
De Nederlandse regering en andere nationale instanties hebben volop deelgenomen aan de besprekingen die hebben geleid tot de aanname van de duurzame ontwikkelingsdoelen. De verplichtingen die hierbij op de ontwikkelde landen rusten, worden ook door Nederland gehonoreerd. Diverse instanties houden zich hier mee bezig. De inventarisatie van de nationale implementatie geeft details over hoe bovenstaande subdoelen bij ons worden aangepakt.
Persoonlijke inzet
Hoe kun je als consument  meehelpen aan het verduurzamen van productie en consumptie?
Er zijn twee belangrijke manieren om dat te doen. De eerste is om de afval die je maakt zo beperkt mogelijk te houden en die op een milieuvriendelijk wijze op te ruimen. Afval beperken kan op velerlei manieren, zoals het niet onnodig kopen  en weggooien van voedsel en andere spullen. Een ander voorbeeld is karig omgaan met het gebruik van plastic en fietsen in plaats van auto rijden.  De tweede manier is om na te denken bij wat je koopt en daarbij, indien mogelijk, een duurzame optie kiest, zoals de aanschaf van gecertificeerde kleren, meubilair, enzovoorts. Je kunt ook deelnemen aan campagnes om druk  op niet-duurzame bedrijven uit te oefenen. Voor meer ideeën kun je http://www.un.org/sustainabledevelopment/ takeaction bezoeken.

N.B. Deze blog is oorspronkelijk gepubliceerd via de media van de Nederlandse Vereniging voor de verenigde naties. Zie daar ook over dit onderwerp http://www.nvvn.nl/sdg-12-duurzame-productie-en-consumptie/

DUURZAME PRODUCENT, DUURZAME CONSUMENT
(ONTWIKKELINGSDOEL, SDG 12)

Inleiding
De wereld heeft de laatste decennia grote veranderingen ondergaan. Daarbij zijn miljoenen mensen uit de armoede verheven en hebben een aantal landen middelbare inkomensstatus verkregen. Deze ontwikkelingen zijn evenwel voor een groot deel tot stand gekomen ten koste van het milieu. De toenemende vraag naar energie, voedsel, water en andere natuurlijke hulpbronnen heeft geleid tot uitputting van grondstoffen, milieuvervuiling, degradatie van de natuur en klimaatverandering.
Door het consumeren van steeds meer hulpbronnen zijn bestaande ontwikkelingspatronen  niet langer houdbaar. De wereldbevolking zou tegen 2050 9,6 miljard mensen tellen: als we de huidige levenswijze van de ontwikkelde landen behouden, zullen we grondstoffen voor drie planeten nodig hebben.

Een van de kernelementen voor het bereiken van duurzame ontwikkeling is de overgang naar duurzame productie en consumptie. De noodzaak daarvan werd voor het eerst gesignaleerd in de Rio Aardtop van 1992 en bevestigd in de Rio + 20  wereldtop met de aanname van het tienjarige Sustainable Consumption and Production (SCP) Programmakader.
Een van de  duurzame ontwikkelingsdoelen die in 2015 door de Algemene Vergadering van de VN zijn aangenomen is duurzame consumptie en productie, SDG (Sustainable Development Goal), nummer 12. Dit doel is gebaseerd op de intentie de volgende problemen op te lossen:
Voedsel
•    Geschat wordt dat ieder jaar een derde van alle geproduceerde voedsel, het equivalent van 1.3 miljard ton ter waarde van rond de duizend miljard dollar, eindigt in de afvalbakken van consumenten en winkels of verloren gaat door inefficiënt oogsten en transporteren. Twee miljard mensen zijn overgewicht of zwaar overgewicht, terwijl jaarlijks een miljard mensen ondervoed is en een ander miljard niet voldoende te eten heeft. Zo’n  200 miljoen mensen zouden gevoed kunnen worden met verspild voedsel uit Europa;

•    Land degradatie, afnemende vruchtbaarheid van de grond, onhoudbaar watergebruik, overbevissing en afkalving van het mariene milieu verminderen de capaciteit van de aarde om  voldoende voedsel te leveren;
•    De voedselsector is verantwoordelijk voor rond de 30% van de totale energieconsumptie en is verantwoordelijk voor ongeveer 22% van de uitstoot van broeikasgassen;
•    De wereld vertoont ongelijke patronen van de kwaliteit van leven en consumptie. Ongeacht welke indicator men gebruikt, ze wijzen allemaal hogere waarden aan voor mensen in ontwikkelde landen in vergelijking met die in opkomende landen.
Water
•    Minder dan 3 % van de werelds water is drinkbaar, waarvan  2.5 % in bevroren ijsmassa’s in de Noord- en de Zuidpool en in gletsjers, zodat de mensheid het moet doen met 0.5% voor al zijn zoetwater behoeften. En de mens vervuilt het water sneller dan de natuur het kan recyclen in rivieren en meren. Een andere sprekende vergelijking: ieder jaar verbruiken we 250 km³ water om levensmiddelen te produceren die verloren gaan of verspild worden. Dit komt overeen met een volume water dat drie maal groter is dan die van het meer van Genève;

•    Meer dan een miljard mensen hebben geen toegang tot drinkwater. Water is een vrij product, maar de infrastructuur om de mensen ervan te voorzien is kostbaar
.              Energie
•    Ondanks efficiency verbeteringen, zal het gebruik van energie in OECD-landen met 35 % toenemen tot 2020. Commercieel en residentieel gebruik is de tweede snelst groeiende sector na transport in wereldenergiegebruik;
•    In 2002 waren er 550 miljoen voertuigen in de OECD (75% persoonsvoertuigen); de toename ervan tot 2020 wordt geschat op 32%. Tegelijkertijd wordt het aantal gereden kilometers geschat toe te nemen met 40%; vliegtransport wordt verwacht in die periode te verdrievoudigen;

•    Huishoudens consumeren 29% van de energie  en zijn verantwoordelijk voor 21% van de CO2 uitstoot;
•    Een vijfde van de wereld energieconsumptie in 2013 was van duurzame oorsprong;
•    Jaarlijks zou 120 miljard dollar bespaard worden als de hele wereld energie-efficiënte lampen zou gebruiken.
Naast het uitvoeren van het 10-jarig Programmakader inzake Duurzame Consumptie- en Productiepatronen, zijn andere subdoelen van SDG 12:
•    Tegen 2030 het duurzame beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen  realiseren;
•    Tegen 2030 de voedselverspilling in winkels en bij consumenten per capita halveren en voedselverlies reduceren in de productie- en bevoorradingsketens, met inbegrip van verliezen na de oogst;
•    Milieuvriendelijke management van chemische afval in de hele voedselproductieketen;
•    Tegen 2030 de afvalproductie aanzienlijk beperken via preventie, vermindering, recyclage en hergebruik;
•    Bedrijven aanmoedigen, in het bijzonder grote en transnationale bedrijven, om duurzame praktijken aan te nemen en duurzaamheidsintegratie te integreren in hun rapporteringscyclus;
•    Duurzame praktijken bij overheidsopdrachten bevorderen in overeenstemming met nationale beleidslijnen en prioriteiten;
•    Tegen 2030 garanderen dat mensen overal beschikken over relevante informatie over en zich bewust zijn van duurzame ontwikkeling en levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur;
•    Rationalisatie van inefficiënte subsidies op fossiele brandstoffen en van belastingheffing daarop;
•    Methodes voor het ontwikkelen en meten van een meer duurzaam toerisme, met schepping van werkgelegenheid en gebruik van lokale producten en cultuur.

De complete uitvoering van SDG 12 vereist de identificatie van de belangrijkste veroorzakers van overconsumptie, evenals van ongelijke consumptiepatronen. Een essentieel onderdeel van dit ontwikkelingsdoel is om de ongelijkheid te verminderen  die met het gebruik van natuurlijke hulpbronnen samenhangt. Anders dan bij de Millenniumdoelen 2000 – 2015, zijn de duurzame ontwikkelingsdoelen 2016 – 2030 ook van toepassing op ontwikkelde landen. Dat heeft dus extra gewicht bij SDG 12. Ontwikkelde landen wordt gevraagd om  het voorbeeld te geven bij het adopteren van duurzame consumptie- en productiemethoden. In feite is het mogelijk om de levensstandaard in ontwikkelingslanden te verbeteren en tegelijkertijd de vraag naar hulpmiddelen door de welgestelden te verminderen. Bijvoorbeeld de afname van voedselverspilling kan de prijs van voedsel verlagen, wat dan de armen ten goede komt. Van ontwikkelde landen wordt ook verwacht dat zij ontwikkelingslanden ondersteunen in het versterken van hun technologische en wetenschappelijke capaciteiten teneinde een begin te maken met duurzame productie en consumptie.
De Nederlandse regering en andere nationale instanties hebben volop deelgenomen aan de besprekingen die hebben geleid tot de aanname van de duurzame ontwikkelingsdoelen. De verplichtingen die hierbij op de ontwikkelde landen rusten, worden ook door Nederland gehonoreerd. Diverse instanties houden zich hier mee bezig. De inventarisatie van de nationale implementatie geeft details over hoe bovenstaande subdoelen bij ons worden aangepakt.
Persoonlijke inzet
Hoe kun je als consument  meehelpen aan het verduurzamen van productie en consumptie?
Er zijn twee belangrijke manieren om dat te doen. De eerste is om de afval die je maakt zo beperkt mogelijk te houden en die op een milieuvriendelijk wijze op te ruimen. Afval beperken kan op velerlei manieren, zoals het niet onnodig kopen  en weggooien van voedsel en andere spullen. Een ander voorbeeld is karig omgaan met het gebruik van plastic en fietsen in plaats van auto rijden.  De tweede manier is om na te denken bij wat je koopt en daarbij, indien mogelijk, een duurzame optie kiest, zoals de aanschaf van gecertificeerde kleren, meubilair, enzovoorts. Je kunt ook deelnemen aan campagnes om druk  op niet-duurzame bedrijven uit te oefenen. Voor meer ideeën kun je http://www.un.org/sustainabledevelopment/ takeaction bezoeken.

N.B. Deze blog is oorspronkelijk gepubliceerd via de media van de Nederlandse Vereniging voor de verenigde naties. Zie daar ook over dit onderwerp http://www.nvvn.nl/sdg-12-duurzame-productie-en-consumptie/

Beleefd Nederland

Met de hoed in de hand kom je door het ganse land.

Ned. spreekwoord

 

Kan ook op de Hindu manier

Je hebt mogelijk gehoord of gelezen dat de Veiligheidsmonitor 2016 van het Centraal Bureau voor de Statistiek constateerde dat het aantal Nederlanders dat respectloos door andere Nederlanders behandeld wordt weer gedaald is, net als in eerdere jaren.
Was in 2008 nog een kwart van de Nederlanders de dupe van respectloos gedrag op straat, in 2016 is dit gedaald naar 21 procent. Onbeschoft gedrag van winkelpersoneel en bedrijven is het sterkst afgenomen, van 23 procent in 2008 naar 14 procent afgelopen jaar.
Ook ervaren minder mensen onbehouwen gedrag van overheidspersoneel en van personeel in het openbaar vervoer.
Jongeren (vijftien tot 25) krijgen vaker te maken met onbeschoftheid dan ouderen, stedelingen vaker dan dorpelingen. Ruim een kwart (27 procent) van de jongeren heeft te maken met respectloos gedrag van onbekenden op straat. Bij 65-plussers is dit 10 procent.
Daarnaast geven homo’s en lesbiennes vaker aan respectloos te zijn behandeld dan heteromannen en -vrouwen. Dat is vooral op straat en in het openbaar vervoer het geval.
Dit is een verheugende ontwikkeling. Mijn persoonlijke ervaring, met het voordeel senior te zijn, bevestigt dat praktisch iedereen je netjes behandelt, op straat, in de winkel en bij de overheid.
Na terugkomst van een loopbaan in het buitenland, verwachtte ik terug te keren in een minder galante of zelfs botte Nederlandse omgeving. En de typische meningen van buitenlanders over het gedrag van Nederlanders zijn vaak niet vleiend: de lompe Nederlander! En dat viel enorm mee! Het meest opvallend is het verkeersgedrag. Terwijl dat bij ons vertrek in de jaren zestig nog een wildwest was met oorverdovend getoeter en geclaxonneer, is het verkeer in het algemeen gedisciplineerd en is de autorijder vaak hoffelijk, een heer (en dame) in het verkeer.
Geweldig die verbetering. Volhouden, we horen als land al aan de top van veel goede omstandigheden, zoals vrijheid en geluk. Misschien gaan we nog eens tot de top van de beleefdste landen behoren.
Wat wel een ontnuchterende ervaring was gisteravond was de taal van Geert Wilders in het laatste verkiezingsdebat: het was niet alleen onbeschoft, het was gewoonweg weerzinwekkend. Voor hem de eerste prijs voor roeptoeten en haatzaaierij!

Eerste prijs roeptoeten

Intieme relaties. Quo Vadis?

 

   HET HUWELIJK  

‘Heb elkander lief, maar maak de liefde niet tot een verplichting;
Laat zij liever een zee zijn die deint tussen de kustlijnen van je beider ziel.
Vul elkanders beker, maar drink niet uit dezelfde bokaal.
Geef elkander te eten, maar eet niet van een en hetzelfde brood.
Zing en dans samen, maak het leven tot een feest, maar laat elkaar vrij,
Zoals de snaren van een luit op zichzelf staan, al doortrilt hen dezelfde muziek’

Uit ‘De profeet’ van Kahlil Gibran
Met bovenstaand gedicht begint het essay ‘Koppels. Quo Vadis’ wat ik zo net onder ‘Verwante Onderwerpen’ op deze website heb gezet. Het beslaat een vijftigtal pagina’s die een combinatie van wijsheid van geleerden en van eigen ervaringen zijn op het gebied van huwelijk en partnerschap. Na het Voorwoord beschrijft de introductie de tien uitdagingen waar praktisch alle twee miljard huwelijken in de wereld mee te kampen hebben. Vervolgens gaat het voornamelijk over het huwelijk in de westerse wereld. Hoofdstuk 1 geeft een beschrijving van de functies van het huwelijk zoals liefde, seksualiteit, nageslacht en kameraadschap. Hoofdstuk 2 heeft de titel ‘op vrijersvoeten’ en gaat vooral over de rol en werking van dating sites, die de laatste tien jaar populair zijn geworden voor het identificeren van partners.

In hoofdstuk drie hebben we het over huwelijksonderhoud, inclusief een aantal suggesties waarmee je je relatie op peil kunt houden. Eén sleutelgegeven is dat je tegenover elke negatieve ervaring met je partner vijf positieve ervaringen moet realiseren om de relatie op niveau te houden. Flink wat aandacht wordt besteed aan de ‘waterval’ van Gotmann, Amerikaanse huwelijksgoeroe, waarmee hij symbolisch de vicieuze cirkel van een op de klippen lopend huwelijk beschrijft. Ook hoe je die cirkel weer deugdzaam kunt maken. In hoofdstuk 4, ‘Quo Vadis’, bekijken we de evolutie van het huwelijk in de laatste zeventig jaar en proberen we aspecten van het toekomstige huwelijk te ‘voorspellen’.

Het laatste hoofdstuk, 5, geeft een summiere beschrijving van de heilzame invloed van een aantal deugden op het huwelijk.

We nodigen je graag uit kennis te nemen van de inhoud van het essay. De hoop is dan dat het je gedachten stimuleert en bijdraagt om de relaties met je partner of met de sekses in het algemeen op een hoger plan te tillen.

Internationale Vrouwendag (8 maart)

Internationale vrouwendag 2017 staat voor de deur. Een symbolische dag om de geschiedenis, actuele status en toekomst van het ‘vrouwenslim’ te overpeinzen. Het verleden heeft er niet goed uit gezien. De rib van Adam is flink gekneusd geweest, en nog. Afgezien van vage verhalen over amazones die er een  matriarchaal (vrouwendominant) systeem op na hielden, zijn vrouwen óf slaven door de geschiedenis heen óf horigen óf een combinatie in het gezin en de samenleving geweest. En in grote delen van de wereld zijn ze dat nog. Het hele bestaan van die vrouwen daar is onderdanigheid, keihard werken en vaak nog afgeranseld worden. Er zijn zelfs nog tientallen miljoenen vrouwen die het weinige lichamelijke genot dat voortplanting zou kunnen brengen is afgenomen door besnijdenis. Naast de gemeenschappelijke drang naar seksualiteit, voortplanting en een variabele hoeveelheid romantiek, is er blijkbaar tussen man en vrouw, individueel en maatschappelijk, een zekere concurrentie om wie de meeste of uiteindelijke macht heeft. En de grotere spierballen van de man lijken  dat in zijn voordeel te hebben beslist.

vader vaker in de keuken

Het is ondertussen een stuk beter geworden voor de vrouw, althans in de westerse cultuur. Officiële gelijkheid met de man, zeker als individu. Op maatschappelijk terrein is er officieel ook gelijkheid en is in de praktijk grote vooruitgang geboekt. Maar er zijn nog achterhoede gevechten op de arbeidsmarkt en in het huishouden. Wereldwijd verdienen vrouwen 24 % minder dan mannen. In de meeste niet-westerse culturen gaat het ook gestaag de goede richting uit met politieke rechten, deelname  aan onderwijs en sociaaleconomische activiteiten.
Er is nog veel te doen. Wet- en regelgeving zijn veelal op orde. De Verenigde Naties hebben een revolutie van verwachtingen en talloze programma’s opgezet in ontwikkelingslanden voor de emancipatie van de vrouw. Daar moet nog veel van de wetgeving en het officiële beleid in de praktijk zijn weerslag vinden. En dat zal tijd vergen maar de beweging is onmiskenbaar in de goede richting.
En wat voor de toekomst hier. De emancipatie van de vrouw (gendergelijkheid) is een van de kernen van de duurzame ontwikkelingsdoelen De Nederlandse overheid wil dat vrouwen en mannen gelijke rechten, kansen en verantwoordelijkheden hebben. Een belangrijk doel van het emancipatiebeleid is dat vrouwen economisch zelfstandiger worden. Daarvoor moeten meer vrouwen aan het werk. Ook moeten werk en zorgtaken beter verdeeld worden tussen mannen en vrouwen.
Het thema voor Internationale Vrouwendag dit jaar  draait om vrouwen in de veranderende wereld van arbeid (zie hierna en ook http://www.internationale-vrouwendag.nl/). Het glazen plafond moet doorbroken worden . Uiteindelijk zal er een quasi-gelijkheid tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt bestaan. Wat ook zijn weerslag zal vinden op een meer gelijkwaardige verdeling van opvoed- en huishoudelijke taken.
Hoe zal zich dit vertalen op het interpersoonlijke niveau, in samenlevingsvormen en huwelijken?
Grotere verantwoordelijkheden voor vrouwen in arbeid en maatschappij zullen meer realiteitszin en minder romantiek in samenlevingsvormen tussen man en vrouw brengen. Hoe kunnen twee prima donna’s succesvol en duurzaam samenleven? Zal de macht van de liefde, de liefde voor de macht overtreffen en na-ijver tussen partners vervangen worden door betere samenwerking? Potentieel kunnen twee samenwerkende, gelijkgerichte partners superprestaties leveren voor gezin en maatschappij. We dienen onze sociale/emotionele intelligenties en onze communicatievaardigheden te ontwikkelen om zoveel mogelijk zeker te stellen dat er een teamspirit in het huwelijk, een huwelijk van gelijken gaat gedijen.

Addendum: de verschillen tussen vrouwen en mannen worden kleiner

Er is de afgelopen jaren veel veranderd in de arbeidsdeelname van de Nederlandse vrouwen. Mede hierdoor is het aandeel economisch zelfstandige vrouwen in 10 jaar tijd van 46% naar 54% gestegen. Van de Nederlandse mannen is 74% economisch zelfstandig.
Het oude kostwinnermodel waarbij de man fulltime werkt en de vrouw niet, komt nog maar bij 18% van de gezinnen in Nederland voor. Hiervoor is het anderhalf verdienersmodel in de plaats gekomen, een fulltime baan voor de man en een parttime baan voor de vrouw. Dit geldt nu voor 58% van de heteroparen met minderjarige kinderen.
Ook het verschil in arbeidsdeelname tussen vrouwen en mannen is een flink stuk kleiner geworden. In 2005 was het verschil bijna 17 procentpunten en dit verschil is in 2015 nog maar 11 procentpunten.
Vrouwen werken nog steeds voor het overgrote deel in deeltijd. 73% van de werkende vrouwen heeft een deeltijdbaan al worden de deeltijdbanen steeds groter. Het krijgen van kinderen is voor steeds minder vrouwen een reden om minder uur te gaan werken. De helft van alle mannen die net vader zijn geworden ruilen een halve of hele dag werk in voor de zorg van hun kind.
Hoewel mannen gemiddeld nog altijd meer verdienen dan vrouwen is het verschil in uurloon sinds 2008 wel afgenomen. In 2008 lag het verschil bij de overheid op 16%, in 2014 is dat gedaald naar 10%. Bij de overheid verdienen jonge vrouwen nu meer dan hun mannelijke collega’s. In het bedrijfsleven daalde het ook, zij het iets minder snel van 22% naar 20%.
Dit geldt ook voor het aandeel vrouwen in de raden van bestuur (RvB) en raden van commissarissen (RvC). Het aandeel vrouwen in RvB’s is van 7,4% in 2012 gestegen naar 10,2% medio 2016, voor RvC’s is dit gestegen van 9,8% naar 13,1% medio 2016. ‘Er is sprake van vooruitgang, al gaat het erg langzaam
Ook in de wetenschap is er voor vrouwen nog een wereld te winnen. Nu is slechts 17% van de hoogleraren vrouw.  Minister Bussemaker maakte onlangs bekend dat zij 5 miljoen euro investeert om dit jaar 100 vrouwelijke hoogleraren te laten benoemen. Ook de universiteiten hebben toegezegd de komende jaren 200 extra vrouwelijke hoogleraren te benoemen.
studiekeuze en studieresultaten jongens en meisjes
Jongens kiezen op school vaak andere vakken en studies dan meisjes. Daarnaast zijn de studieresultaten van jongens gemiddeld minder goed dan die van meisjes. De Rijksoverheid wil die verschillen in studiekeuze en studieresultaten verkleinen.
Meisjes kiezen minder vaak voor technische studies dan jongens. Jongens kiezen juist minder vaak voor studies in de zorg en het basisonderwijs. Daardoor missen jongeren onnodig kansen op een baan.
Meisjes halen gemiddeld een hoger opleidingsniveau dan jongens. Ook halen meisjes gemiddeld vaker een diploma en studeren ze sneller af.

rangorde verdiensten wordt gelijkmatiger

Werkuren en verdiensten
Na het behalen van hun diploma vinden jonge vrouwen en mannen ongeveer even vaak werk.
Anders dan vaak wordt gedacht, zijn het niet alleen moeders met jonge kinderen die in deeltijd werken. Uit het onderzoek blijkt dat jonge vrouwen kort na de afronding van hun opleiding al vaker in deeltijd werken dan jonge mannen, dus ook als de meesten van hen nog geen kinderen hebben (62 % tegenover 28%). Jonge vrouwen zijn minder vaak economisch zelfstandig dan jonge mannen. Het verschil is het grootst in de groep 30 – 34 jaar: 66 % van de vrouwen en 82 % van de mannen is economisch zelfstandig.
In Europa springt Nederland eruit vanwege het grote verschil in het aantal gewerkte uren tussen jonge vrouwen en mannen (gemiddeld 29 tegenover 37 uur). In Europa vrouwen gemiddeld 35 en mannen 39 uur.

De toekomst ziet er goed uit voor onze betere helft. Ze kunnen het!

Carnavalsdeugden

…heb er plezier in

Het Carnavalsfeest, oftewel Vastenaovend, staat weer voor de deur. Op 11 november afgelopen jaar (de elfde van de elfde) zijn de voorbereidingen ervoor al volop begonnen met de installatie van lokale Prinsen en hun hofhoudingen. Vorige week maandag was er boerenbal, afgerond met een maaltijd van ‘boerenmoes’. De sleutels van de stad zijn door de burgemeesters overgedragen. Carnavalsvlaggen hangen op buitenmuren, affiches op de ramen en regelmatig zie je verklede lieden rondlopen die aan het voorproeven zijn.
Officieel begint Carnaval op zondag, in Weert, met een ludieke mis. In de middag een reusachtige Carnavalsoptocht met zo’n 100 deelnemende buurten, groepen en individuen, deels bestaande uit immense, opgebouwde vrachtwagens met speelse voorstellen van gebeurtenissen en taferelen.

Alaaf

Daarna gaat het er tot dinsdagmiddernacht op los: kletsen, hijsen, hossen en alles wat erbij hoort, onder een kakafonie van carnavalsschlagers. Voor de meesten tot in de vroege uurtjes, waarna roes uitslapen en kater verzorgen. ’s Avonds begint het ritueel opnieuw. Carnaval is op zijn best als het een buurt of groepsevenement is, waarbij iedereen mee doet aan de wekenlange bouw van de carnavalswagen en het maken van bijpassendIk vraag me dan af hoe een deugdethicus dit feest zou bekijken, als hij nuchter blijft en niet meegezogen wordt in de levende ervaring!?
Allereerst wordt de deugd van de matigheid niet echt beoefend. Integendeel, de remmen gaan los en de druk is van de ketel. De absorptiecapaciteit van alcoholhoudende drankjes is bewonderenswaardig, 25 pintjes op een avond niks aparts.
De mensen zijn uiterst vriendelijk en aardig tegen elkaar. Er wordt gehost,  verbroedert en ook verzustert, want met Vastenaovend worden de liefdesgrenzen iets minder streng bewaakt. Het feest is onderdeel van de cultuur en het zit er bij de enthousiastelingen ingebakken. Voor succesvolle deelnemers van buiten is het een levenslange ervaring.
Humor, een geweldige deugd, doet volop mee. Het hele feest is een grote grap. Met iedereen en alles wordt de draak gestoken. Creativiteit viert hoogtij.
Carnaval gooit hoge ogen met de deugden solidariteit, vriendschap en humor. Het krijgt ook  een hoog cijfer voor de ondeugden gulzigheid en lust. Als de totale score niet hoog uitvalt moeten we bedenken dat Carnaval traditioneel de voorbereiding is op een lange periode van vasten en andere stichtende activiteiten. Het is oorspronkelijk een investering voor veertig dagen deugdzaam gedrag, maar dat deel is in de vergetelheid geraakt. Van de kant van de deugden is carnaval alsnog goed te praten. Je moet je je er bij neer leggen dat  leven dikwijls een afweging, een compromis is tussen het Goede en het Schalkse?
Hoe dan ook de carnavalsvierders lachen erom! Een askruisje wordt woensdagmorgen niet meer op het voorhoofd geplaatst en de optocht van de lege portemonnees is, dank zij de welvaart, ook afgeschaft. Wel nog een smakelijk harinkje happen, goed voor gevulde harten en lege vaten, zegt de carnavalscardioloog.

Alaaf!

Informatie en zelfstandig denken.

De radio en de krant brengen leugens in het land. 

Oud Nederlands spreekwoord

informatie te kust en te keur

Vrijheid van informatie, een grondrecht voor de burger. Een noodzakelijke input voor je ontwikkeling en participatie. En informatie is er nu volop. Vaak meer dan we aankunnen. Zij komt van alle kanten: TV, radio, krant, periodiek, websites, sociale media, etc. de hele dag door. Informatie overload!?
Dan komt het probleem van wat waar en wat niet waar is. En wat wel en wat niet verteld wordt. Eerlijkheid en rechtvaardigheid vereist dat we informatie objectief behandelen en doorgeven. In een wereld waar overal informatie is, wordt het moeilijk te weten wat je moet geloven. Niet eenvoudig, want terwijl Nederland hoog aangeschreven staat als het op persvrijheid aankomt, zijn de publieke media zijn soms behoorlijk bevooroordeeld ten gunste van Angelsaksische belangen. En probeert een deel ervan  door het publiek gewaardeerd sensationeel nieuws te leveren om de oplages op peil te houden.

al een oud verhaal

Er wordt door overheidsinstanties soms moedwillig desinformatie verspreid of door massale overdondering en eenzijdige berichtgeving bepaalde meningen aan het publiek opgedrongen, zoals in het geval van Oekraïne.
De media krijgen er ook van langs. Of het nu Trump is, die een oorlog voert tegen de media, Geert Wilders die weigert met journalisten te spreken, of de Duitse eurosceptische partij AfD, die de ‘Lügenpresse’ bij haar bijeenkomsten weert: alom bestempelen populisten de media als de vijand.
Hoe moeten ze reageren? Volgens de hoofdredacteur van de Groene Amsterdammer, naast het weigeren van voorgeschotelde feiten en meningen en een groot voorbehoud bij het verspreiden van voorgekookte verklaringen, dienen de media zich toe te leggen op precieze en controleerbare onderzoeksjournalistiek. Ze moeten vooral de traditionele gereedschappen van goede verslaggeving inzetten: helderheid over hun bronnen, bevestiging van nieuws door meerdere bronnen, nastreven van maximale transparantie.

psychologische vaccinatie

Traditioneel en wetenschappelijk zijn er twee dingen: vaststaande feiten en interpretaties van de feiten. Aan de feiten werd tot voor kort niet getornd, maar onlangs verkoos het Trump team dit te veranderen en de feiten te gaan verdraaien, in casu over de opkomst bij de inauguratie: ‘fake news, ‘nep nieuws’. Volgens Angelsaksische onderzoekers kun je je tegen nep nieuws en alternatieve feiten wapenen door een ‘psychologische vaccinatie’ net als medische vaccinatie: je brengt een beetje van het materiaal waar tegen je je wilt wapenen in (normaal een virus, hier een woord of waarschuwing over nepfeiten) en de betrokken persoon heeft meer weerstand wanneer geconfronteerd met deze nepfeiten in de toekomst.

ongelovige Thomas

In een tijd waarin zoveel zowel eerlijke als oneerlijke informatie beschikbaar is, is het de plicht om zelfstandig te denken. Het alternatief is gemanipuleerd te worden door slogans en uitspraken die onze gevoelens aanspreken maar die niet helpen om waarheid en eerlijkheid te bevorderen.
De beste manier om onafhankelijk te denken is te oefenen om met eigen ideeën te komen. Allereerst dien je je informatiebronnen te diversifiëren om een gevarieerde stroom van informatie te krijgen. Ten tweede moet je ervaringen opdoen die afwijken van je huidige perspectief, bijvoorbeeld een andere cultuur leren kennen of controversieel boek lezen. Ten derde afstand nemen van je eigen gedachten. Ten vierde, gewoonten veranderen en stilstaan bij wat je doet: mindfulness. Ten vijfde de ongelovige Thomas uithangen. Je moet leren instinctief alles te betwijfelen totdat je er zeker van bent dat je door je ervaring of door je denken de zaak gegrond vindt.
En als je dan overtuigd bent, van waarde en waarheid, laat je stem horen!

Nieuws: ZevenZondenspel

De Zeven Hoofdzonden van Jheroen Bosch

Er is een nieuw strategisch familiespel op de martkt: het ZevenZondenspel. Het spel is ontworpen door Birgitta Hermans en gebruikt de symboliek van Jheronimus Bosch als inspiratiebron.
Jheronimus Bosch bezag het leven als een pelgrimstocht, een reis vol verleidingen en gevaar. De zeven hoofdzonden staan centraal in de werken van Bosch en ook in het ZevenZondenspel.
Dit familiespel is een knipoog  naar de zonde en deugd. “Je kunt het leven niet leiden zonder zonden te begaan”. Het spel in het kort: De spelers starten hun geheime levensweg met levensvruchten en zeven zondenkaarten. Ieder kiest een karakter uit het schilderij van Bosch. De jaloerse Ratduivel of de ijdele Eenhoorn die het liefst naar haar spiegelbeeld staart? Of de luie Tuimelaar die zich laat dragen door medespelers? Zeven dieren met elk hun eigen karakter staan te popelen om naar hun eindbestemming te gaan, het Paradijs, de Tuin of de Hel. Onderweg liggen zonden en verleidingen op de loer. Alleen een passende deugdenkaart kan je behoeden voor de zonde.

Tuin der Lusten

Winnen doe je door strategisch inzicht, wijsheid en een beetje geluk. Maak je op voor een avond vol luiheid, woede, hebzucht, gulzigheid, jaloezie, lust, ijdelheid en vooral veel lef en tactiek
Afgelopen jaar is het spel op verschillende scholen gespeeld als onderdeel om met elkaar spelenderwijs in gesprek te gaan over zonden en deugden.

Dit spel kan op twee verschillende manieren gespeeld worden:
– als gezelschapsspel, strategische speelwijze of
– als spel om met elkaar spelenderwijs in gesprek te gaan. Kinderen die pesten hebben vooral moeite met het meevoelen wat een ander voelt, zogenaamde affectieve empathie. Deze speelwijze bevordert het meevoelen.

 

 ZevenZondenspel gebaseerd op de Tuin Der Lusten van Jheroen Bosch

Het spel is te koop vanaf 35.00 euro

Info:www.zevenzondenspel.nl